Welke voorwaarden zijn er voor de kinderbijslag voor jobstudenten ?
Tot 31 augustus van het jaar waarin je 18 jaar wordt, zijn er geen voorwaarden om kinderbijslag voor je te ontvangen. Nadien wel. Voor studerende jongeren van 18 tot 25 jaar geldt - naast een reeks voorwaarden op studievlak - dat ze slechts beperkt mogen werken.
Het bedrag dat je verdient, of het soort contract speelt hier geen rol! Wel de periode waarin je werkt, en het aantal uren dat je werkt in 1 kwartaal.
Tijdens het academiejaar
Met het academiejaar bedoelen we het eerste, het tweede en het vierde kwartaal van een kalenderjaar. Hier geldt de 240-urenregel : men krijgt kinderbijslag op voorwaarde dat je in dat kwartaal niet meer dan 240 uren gewerkt hebt. Werk je dus tijdens een kwartaal meer dan deze 240 uren, dan gaat de kinderbijslag voor deze drie maanden verloren.
In het derde kwartaal, (tijdens de maanden juli, augustus en september) mag je onbeperkt werken op voorwaarde dat je na de vakantie verder studeert.
Indien je in de maand voor een vakantieperiode geen recht hebt op kinderbijslag, kan je ook voor die vakantieperiode geen kindergeld krijgen. In het hoger onderwijs is dat alleen van belang voor de zomervakantie, in het secundair onderwijs ook voor de kerst- en de paasvakantie.
In tegenstelling tot de RSZ regeling, tellen betaalde feestdagen (men spreekt van bezoldigde uren afwezigheid) niet mee. Vaak worden hier fouten gemaakt, omdat men alle betaalde uren geteld heeft, en bijgevolg kinderbijslag afhoudt. Een attest van je werkgever dat de aard van de betaalde uren verduidelijkt, moet voldoende zijn om dergelijke fouten recht te zetten.
Voor schoolverlaters gelden bijzondere voorwaarden.
Meer info vind je ook op de website van de Rijksdienst voor Kinderbijslag.
