ACLVB-standpunt mobiliteit Vlaanderen

Op deze pagina:

    Sturende budgetten

    Verbetering cao nr. 19octies

    De cao nr. 19octies van de NAR inzake de terugbetaling van het woon-werkverkeer met het openbaar vervoer moet verbeterd en geactualiseerd worden. In tegenstelling tot de regeling inzake openbaar vervoer met de trein is er voor de werknemers die gebruik maken van vervoer met de tram, metro of bus wel een minimumafstand  voorzien. In principe moet de werkgever tussenkomen voor verplaatsingen van minstens 5 km berekend vanaf de vertrekhalte. De ACLVB pleit voor het toekennen van een vergoeding ook voor werknemers die op minder dan 5 km van het werk wonen.

    Verminder het gebruik van bedrijfswagens via een mobiliteitsbudget

    Ondanks de beslissing van de federale regering om toch het principe ‘cash for car’ toe te passen blijft de ACLVB pleiten voor een mobiliteitsbudget dat gewenst gedrag ‘stuurt’ en fiscaal rechtvaardig is. Daarbij moet de werknemer zelf mobiliteitskeuzes kunnen maken naargelang de persoonlijke behoeften. Deze behoeften kunnen in de tijd veranderen. Aberraties in het systeem kunnen op die wijze weggewerkt worden (bijvoorbeeld de verplichte toekenning van een bedrijfswagen omdat de werknemer tot een bepaalde functieklasse behoort zelfs indien hij werkt op 2 km afstand van zijn oprit).  Toch mag de aandacht voor het collectief belang niet verwaarloosd worden. De toenemende decollectivisering mag geenszins leiden tot het ondergraven van de collectieve belangen van de werknemers.

    Veralgemeen de derdebetalersregeling

    De persoonlijke bijdrage van de werknemers in de kostprijs van het gemeenschappelijk openbaar vervoer bedraagt gemiddeld 32,6 % (t.o.v. gemiddeld 25 % in 2009). Doelstelling zou moeten zijn dat 75 % ten laste is van de werkgever terwijl dit vandaag slechts 67,4 % is. Meer zelfs: ACLVB ijvert voor een veralgemening van de derdebetalersregeling van het gemeenschappelijk openbaar vervoer voor werknemers (d.w.z. 80% betaald door de werkgever en 20% ten laste van de overheid).

    Meer middelen voor het Pendelfonds

    Ondernemingen in Vlaanderen kunnen gebruikmaken van het Pendelfonds om hun mobiliteitsplannen te laten begeleiden en ondersteunen. De middelen hiervoor gingen er de laatste jaren stelselmatig op achteruit. Onterecht, vindt de ACLVB.

    Motorleasing

    Niet alleen het bedrijfsleven maar ook de werknemers zijn gebaat bij een vlotte mobiliteit. Het inzetten op motorleasing kan zeker werken in de grootsteden ook al omdat tal van werknemers het rijden met de motor ambiëren.

    Maak carpooling nog aantrekkelijker

    Eenvoudige maatregelen kunnen carpoolen aantrekkelijker maken. Denk aan het voorzien van gereserveerde carpoolparkeerplaatsen dicht bij de ingang van de onderneming.

    Volle gas voor het sociaal overleg op bedrijfsniveau en overkoepelend

    Maak overkoepelende actieplannen

    Werknemers hebben recht op meer én betere inspraak in het mobiliteitsbeleid van hun bedrijf. Een diagnose op bedrijfsniveau is echter niet genoeg. De driejaarlijkse federale diagnostiek moet volgens de ACLVB uitmonden in concrete actieplannen. Overkoepelende actieplannen ook, waarbij hele industriezones, wijken, steden, … gezamenlijk de mobiliteitsproblemen aanpakken.

    Bedrijfsvervoerplannen of slimme kilometerheffingen? Doe maar bedrijfsvervoerplannen!

    Een slimme kilometerheffing dwingt de werknemer om na te denken over mobiliteit. Maar laten we eerlijk zijn: de keuzevrijheid om op een bepaalde plaats te gaan wonen of werken ligt niet altijd bij de werknemer of werkzoekende, terwijl zo’n extra taks wel voor zijn of haar rekening is. Een bedrijfsvervoerplan daarentegen verplicht de werkgever om de mobiliteit van de werknemers ter harte te nemen.

    Het zou goed zijn om – zoals in Brussel – bedrijfsvervoerplannen ook in Vlaanderen verplicht te maken. Zo’n plan bindt werkgevers om na te denken over de mobiliteit van hun personeel en verbeteringen door te voeren in samenspraak met de werknemers.

    Voorrang bij interne mutaties

    Het principe van mobiliteit zou in rekening moeten worden  gebracht bij interne mutaties, en zelfs als criterium kunnen gelden. Er kan overwogen worden om voorrang te geven aan werknemers met kortere woon-werkafstanden. Bepaalde stimuli voor het verkorten van woon-werkverkeer kunnen eveneens worden bestudeerd (bv fiscale stimuli).

    Rol van CPBW

    De vele uren die nutteloos in de file worden doorgebracht, brengt niet alleen economische schade toe maar is ook nefast voor het welzijn van de werknemers wat stress en burn-outs kan opleveren.  Het CPBW heeft hier zeker een rol in te spelen.

    Schakelen naar een innovatieve organisatie

    Samen met de werkgevers en de overheid wil de ACLVB nadenken over een meer innovatieve arbeidsorganisatie. Nieuwe werkvormen maken minder verplaatsingen noodzakelijk. De werknemer meer keuze laten in zijn werkuren en ruimte voor thuiswerk reduceert het verkeer en kan bijdragen aan een betere werk-privébalans. En via slimme, technologische toepassingen moet de bestaande verkeersinfrastructuur beter benut worden.

    Aan de overheden zou de boodschap kunnen meegegeven worden dat er nagedacht wordt over innovatieve manieren om maatschappij en duurzame mobiliteit met elkaar te verzoenen (stimuleren en aanmoedigen van nieuwe werkvormen zoals telewerk). Via informatie- en sensibiliseringscampagnes kunnen de gebruikers van vervoer beter bewust worden gemaakt van de impact van hun verplaatsingsgedrag zodat ze voor elke verplaatsing een reflectie maken of er volwaardige alternatieve modi voorhanden zijn.

    Eindbestemming duurzaamheid

    Volgens het Federaal Planbureau zou de uitstoot van directe emissies nog toenemen, ondanks de technologische vooruitgang die gemaakt kan – en zal – worden op niveau van de uitstoot per voertuig. Meer zuinige wagens zullen niet opwegen tegen de totale toename van het aantal wagens. Er zou een toename zijn van de broeikasgasemissies van +- 20% tegen 2030, voornamelijk te wijten aan de toename van het goederenvervoer.

    Een nationaal klimaatplan, meer middelen voor openbaar vervoer en een rechtvaardige ecofiscaliteit zijn voor de ACLVB de belangrijkste opdrachten voor onze overheden (federaal en regionaal) om zonder omwegen te komen tot een duurzame mobiliteit. Onze levenskwaliteit hangt ervan af!

    Heb je vragen rond mobiliteit of innovatieve arbeidsorganisatie?

    Contacteer onze milieuhelpdesk

    Download
     

    Download het pamflet

    Kies een ACLVB-secretariaat bij u in de buurt voor de beste service ::
    Of zoek uw secretariaat via de kaart