Bescherming van afgevaardigden en kandidaten

Om het voor werknemers mogelijk te maken hun kandidatuur in vertrouwen te stellen en zich in alle vrijheid te kunnen uitdrukken om op de best mogelijke manier de belangen van de werknemers van het bedrijf te behartigen, heeft de wetgever voorzien in een bescherming tegen ontslag van de kandidaten voor de sociale verkiezingen en de verkozenen in de OR en het CPBW.

De beschermingsperiode begint 120 kalenderdagen voor de in de onderneming aangekondigde verkiezingsdatum en eindigt de dag van de oprichting van de OR of het CPBW na de volgende verkiezingen.

Indien een kandidaat voor de tweede achtereenvolgende keer niet verkozen zou zijn, geniet hij/zij slechts bescherming gedurende de twee jaar die volgen op de bekendmaking van het resultaat van de verkiezingen.

De kandidaten en de verkozenen kunnen slechts ontslagen worden omwille van een dringende reden die vooraf erkend wordt door de Arbeidsrechtbank of omwille van economische of technische redenen die vooraf erkend worden door het Paritair Comitè.

Bij ongerechtvaardigd ontslag (met andere woorden behoudens in die twee situaties), is de werkgever ertoe gehouden een vergoeding te betalen die varieert alnaargelang de werknemer zijn wedertewerkstelling gevraagd heeft of niet.

Wedertewerkstelling niet gevraagd

  • 2 jaar bezoldiging (minder dan 10 jaar anciënniteit)
  • 3 jaar bezoldiging (van 10 tot 20 jaar anciënniteit)
  • 4 jaar bezoldiging (meer dan 20 jaar anciënniteit)

Wedertewerkstelling gevraagd, maar niet aanvaard

idem + de resterende bezoldiging tot aan het einde van het mandaat.