De bevoegdheden van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk

Een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) moet opgericht worden in de ondernemingen met minstens 50 werknemers.

Het CPBW heeft hoofdzakelijk tot taak alle middelen uit te denken en voor te stellen en zelf actief bij te dragen tot alles wat wordt ondernomen om de arbeid in de beste voorwaarden te laten verlopen voor wat betreft de veiligheid, hygiëne en gezondheid.

Die taak volbrengt het CPBW vooral door adviezen uit te brengen en voorstellen te formuleren omtrent het beleid ter preventie van ongevallen en beroepsziekten, het globaal preventieplan, en aangaande het jaarlijks actieplan van het ondernemingshoofd, de wijzigingen, de uitvoering en de resultaten ervan.

Bovendien is het CPBW het overlegorgaan bij uitstek waar de werknemers hun belangen kunnen verdedigen inzake de werking van de interne en externe dienst voor preventie en bescherming, evenals inzake de risicoanalyse in de onderneming.
 

Informatie voor alles

Het comité kan zijn taak slechts naar behoren vervullen als het grondig geïnformeerd wordt. Het ondernemingshoofd moet het comité alle informatie verstrekken die nodig is opdat het comité gefundeerde adviezen zou kunnen uitbrengen.

Het is dan ook onontbeerlijk dat de leden van het CPBW worden ingelicht en kennis kunnen nemen van alle (al dan niet door de reglementering opgelegde) rapporten, adviezen en documenten die te maken hebben met preventie en bescherming op het werk, met uitzondering van de documenten die vallen onder het beroepsgeheim van de geneesheer.
 

Preventiebeleid : opsporen van risico's

Het is de taak van het CPBW bij te dragen tot het opsporen van risico's die de veiligheid, hygiëne of gezondheid in gevaar kunnen brengen, evenals de gevallen waarbij het werk niet aan de mens is aangepast. Het moet de gevaren identificeren en een grondige evaluatie van de risico's maken. Het is uiterst belangrijk dat er op basis van die analyse maatregelen genomen worden in het bedrijf.

Het milieubeleid van de onderneming kan deel uitmaken van die risicoanalyse.

Het CPBW moet zijn voorafgaand akkoord geven over de aanstelling of de vervanging van de interne preventieadviseurs.
 

Verplicht advies van het CPBW voorafgaand aan een aantal beslissingen

  • keuze en aankoop van de individuele en collectieve beschermingsmiddelen
  • verfraaiing van de werkplaatsen
  • werkkledij

  •  

Taak inzake propaganda, voorlichting, vorming en onthaal

Het CPBW moet de propagandamiddelen en de maatregelen in verband met het onthaal van de werknemers, de voorlichting en de opleiding tot voorkoming van arbeidsongevallen en beroepsziekten realiseren.
 

Klachten van het personeel

Het CPBW moet de klachten van het personeel onderzoeken die betrekking hebben op veiligheid, hygiëne of gezondheid, evenals de klachten in verband met de manier waarop de externe of interne dienst voor preventie en bescherming op het werk hun taak vervullen. Het CPBW brengt advies uit over die klachten.

Tot slot moet het CPBW betrokken worden bij de totstandkoming en de implementatie van de maatregelen voortvloeiend uit de wet van 11 juni 2002 inzake de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.