Belangen
Syndicale organisaties zijn, (evenals patronale en talloze andere organisaties in het politieke, socio-economische en culturele veld), belangengroepen :zij verdedigen, binnen de krijtlijnen van de democratische spelregels, private belangen, nl. de gemeenschappelijke belangen en ideeën van hun leden, en van de werknemers in het algemeen, dit zowel tegenover de werkgevers (overheid inbegrepen, in de hoedanigheid van werkgever) als tegenover de overheid (als dusdanig - in de hoedanigheid dus van instantie die de spelregels bepaalt en sanctioneert; een groot gedeelte van het BNP herverdeelt; enz.)
Een belangrijk syndicaal actiemiddel tegenover politieke overheden is het optreden als drukkingsgroep : aan wetgevende en uitvoerende instanties en - gezien hun belangrijke rol in onze partijdemocratie - aan partijen worden informatie en argumenten aangereikt om hen te overtuigen van het zinnige van bepaalde syndicale standpunten of eisen; dit in de hoop op die wijze het beleid te beïnvloeden.
Het meest voor de hand liggend actiemiddel tegenover de werkgever is het optreden als machtsgroep, nl. (dreiging met) machtsontplooiing door staking. Het stakingsrecht blijft dan ook "de hoeksteen van de industriële democratie" (Congresverslag 1969)
Voor ons, de ACLVB, blijft de staking echter het ultieme wapen (waarnaar slechts gegrepen dient te worden na een objectieven kosten- en batenanalyse, en als andere actiemiddelen krachteloos blijken).
Om principiële zowel als om pragmatische redenen heeft de ACLVB immers steeds prioriteit gegeven aan het (paritair of drieledig) overleg : "overleg als het kan, staking als het moet".
Overleg impliceert de uitbouw van een efficiënte dialoog- en concertatiestructuur (waarbij de werknemers en/of hun organisaties in alle fases - van informatie-uitwisseling tot en met onderhandeling - op volwaardige wijze betrokken zijn).
België mag terecht fier zijn over zijn overlegmodel. Grote waakzaamheid blijft geboden : de actuele campagne tot deregulering enerzijds, tot afzwakking van de syndicale invloed in de maatschappij anderzijds, houdt de niet denkbeeldige dreiging in dat essentiële aspecten van dit Belgisch model aangetast worden. (cf, vb., de patronale aanval tegen het stakingsrecht).
Alhoewel de Liberale Vakbond nog eisen te stellen heeft (op korte termijn, voornamelijk wat betreft zijn vertegenwoordiging in bepaalde organen, op langere termijn wat betreft de hervorming van de participatie-organen in de onderneming) is zij het in grote lijnen eens met de structuren en procedures van de overlegdemocratie, zoals ze functioneert in ons land.
De mondialisering van de economie, de multinationalisering van de bedrijven, de ontwikkeling van de Europese Unie brengen echter mee dat de economische beslissingscentra meer en meer buiten de landsgrenzen komen te liggen. Deze ontwikkeling ligt aan de basis van een der zwaarste uitdagingen waarmee de vakbonden thans geconfronteerd worden : hoe de sociale verworvenheden van de eigen Belgische werknemers zoveel mogelijk veilig stellen ? Hoe anderzijds de ontwikkeling van burgerlijke en sociale rechten en van de welvaart bevorderen met een economie in transitie, in de ontwikkelingslanden ? En, om beide doelstellingen te realiseren, hoe de zeggenschap van de werknemers en hun organisaties verzekeren op de diverse internationale niveaus waar de belangrijke politieke, economische en sociale beslissingen genomen worden ?
Het voornaamste middel om de nationale syndicale doeleinden - die meer en meer ook internationale dimensies krijgen - na te streven is de werknemerssolidariteit.
