Regionale verkiezingen juni 2009 : memorandum Brussel
Met een verkiezingscampagne die meer gekenmerkt wordt door ruzie dan door debat, biedt de Brusselse regionale van de ACLVB haar deelname aan voor de toekomst van Brussel.
De uitdaging is democratisch … het multisociaal Zinneke is multicultureel en geen bastaardhond … hij heeft zich een identiteit aangemeten.
De tijd dringt : de huidige demografische explosie, aangetoond door de wetenschappelijke toeschouwers, stelt dat er dringend werk moet gemaakt worden van de Brusselse ontwikkeling om de uitdaging aan te kunnen.
De ACLVB legt het accent op het onderwijs, hoeksteen van de toekomst van Brussel, de tewerkstelling als opening tot het volwaardig burgerschap.
En als de professionele vorming de basis vormt, dan moet zij haar specifieke rol invullen (en er de middelen toe krijgen) en niet dienen als inhaalcurus. Eenieder zijn verantwoordelijkheden : onderwijs voor het onderwijs en professionele vorming voor de professionele vorming.
Het Gewest zal zich niet oprichten in een economische woestijn, iedereen zegt het, iedereen weet het, maar dit is niet voldoende ! Wij moeten vandaag een open economische, dynamische, evenwichtige en ambitieuze activiteit ondersteunen. Wij moeten een vereenvoudigd fiscaal werkterrein overwegen en de formaliteiten en administratieve stappen inkorten want zij zijn er de oorzaak van dat velen afhaken en de zin tot ontwikkeling van nieuwe ideeën afnemen.
Onderwijs, vorming, economie zijn de noodzakelijke ingrediënten voor de tewerkstelling. Dit is de absolute, noodzakelijke en onontbeerlijke trilogie. Hiervoor heeft men structurele institutionele durf voor nodig, zowel voor de hergroepering van de competenties als voor de functionering (bv door een ministeriele portefeuille).
De Brusselse constructie kan er enkel komen als we een degelijke transversale benaderingswijze toepassen die de verschillende aspecten van de uitdaging van het Gewest inhoudt : de non-profit sector waar op sociaal vlak de huisvesting, het milieu, het urbanisme en de mobiliteit omvatten.
Het verdelen is nutteloze energie en efficiëntie verbruiken, een luxe die de Brusselaar zich niet kan veroorloven.
De KMO’s vormen in Brussel een aparte aanpak die, waar nodig, moet aan gewerkt worden en zeker niet mag verwaarloosd worden. Maar tegelijkertijd moet deze sector een stap in de richting van het sociaal overleg zetten. De ACLVB stelt voor om, in Brussel, een overleg op te starten per geografische zone. De deelname van de KMO’s aan dit gewestelijk overleg, als we kunnen stellen dat dit een recht is, houdt ook ik dat we op het terrein van de KMO’s verplichtingen hebben als burger in de sociale dialoog.
Het sociaal overleg in het Gewest kent teveel verschillen met een risico van verwatering van het debat. Indien we onze inspannen voor het overleg, dan openen we de weg tot vereenvoudiging. De kracht van dit overleg komt voort uit een sterke dialoog tussen Regering en sociale partners.
We moeten vandaag durven Brussel vooruit te duwen in haar grootste uitdagingen en dit gesteund op de bronnen van een Gewest dat er genoeg heeft. Laat het ons zeggen, en laat anderen erover praten, zonder taboe maar niet zonder hoop !
