Automatische loonindexering als regulator van concurrentiekracht
De courante consumptiegoederen (zoals water, gas, elektriciteit, kleding, vrijetijdsartikelen, voeding,…) zijn in België gevoeliger voor hogere prijsstijgingen dan in onze buurlanden. Als consument hadden we al die indruk, het Prijsobservatorium heeft dit nu ook wetenschappelijk bevestigd in zijn jaarlijks rapport. Erger nog, sommige prijsstijgingen zouden objectief niet te verklaren zijn… tenzij we rekening houden met prijsafspraken die gemaakt worden op niveau van de sectoren of tussen de werkgevers.
Aan de vooravond van de start van de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord 2011/2012 stellen de werkgevers steeds weer het bestaan van de automatische loonindexering in vraag, telkens onder het voorwendsel van het herstel van de concurrentiekracht van de Belgische bedrijven t.o.v. onze belangrijkste handelspartners.
De ACLVB is van mening dat de werkgevers die overleggen om de prijzen te verhogen en dus bewust de index manipuleren, verantwoordelijk zijn voor de teloorgang van de concurrentiekracht van de ondernemingen.
Na analyse van de prijsstijging van een reeks bewerkte levensmiddelen (melk, boter, spaghetti en brood), die in 2008 7, 8% bedroeg, had het Prijsobservatorium toen reeds geconcludeerd dat de prijzen van deze producten niet noodzakelijk werden aangepast aan de prijsevolutie van de grondstoffen, vooral dan bij een daling …
De ACLVB pleit voor een efficiënte prijscontrole zodat dergelijke manipulaties opgespoord en aangepakt kunnen worden.
Ons automatisch indexeringssysteem van lonen en uitkeringen moet gevrijwaard blijven want het beschermt de bevolking tegen onbezonnen prijsstijgingen, en werkt dus als een soort van regulator voor de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven.
De politici zouden zich beter op dit soort problemen toeleggen.
Jan Vercamst
Nationaal Voorzitter
Caroline Jonckheere
Economisch Adviseur
