Begroting gezondheidszorg
Maandag 16 oktober heeft de Regering voor 2001 een begroting ‘gezondheidszorg' van 543 miljard voorgesteld. Dit betekent een stijging met 21 miljard, in vergelijking met het bedrag dat resulteert uit de toepassing van de index en van de bij wet toegestane verhoging van 2,5 %.
Op het Beheerscomité hebben de patronale en syndicale vertegenwoordigers zich unaniem onthouden over dit voorstel omdat het genomen werd buiten de globale context van toewijzing van de positieve saldi van de sociale zekerheid en buiten garanties inzake alternatieve financiering.
Op 6 oktober waren de sociale gesprekspartners het immers eens geworden over een duidelijk plan ter besteding van de overschotten 2000 en 2001 in de sociale zekerheid, waarbij bovendien voorzien werd in een versnelde terugbetaling van sommige leningen en in het opzij zetten van bepaalde sommen :
- 18 miljard meer voor gezondheidszorgen
- 10 miljard meer voor de sociale uitkeringen
- 10 miljard minder op de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage.
De budgettaire voorstellen van de Regering in de gezondheidszorg voorzien niet in de toekenning van het WIGW-statuut aan alle langdurig werklozen (toekenning die wél in het akkoord van de sociale gesprekspartners stond). De sociale partners betreuren dit.
Voor het overige beantwoorden de voorstellen in ruime mate aan hun bekommernissen, o.m. wat betreft een betere toegankelijkheid van de gezondheidszorg (verbetering van de sociale franchise door de uitbreiding ervan tot werknemers met een laag inkomen en door het in aanmerking nemen van geneesmiddelen en langdurige hospitalisaties) en een realistisch budget inzake geneesmiddelen (verhoging van de middelen maar in een gesloten enveloppe).
De sociale partners hebben daarom een dringend onderhoud met de Regering gevraagd (nog vóór de regeringsverklaring van dinsdag 17 oktober).
ABVV - ACV - ACLVB - VBO
