Share/Save/Bookmark
14 januari 2001

Standpunt harmonisering zelfstandigen-werknemers

Standpunt t.o.v. het verslag van de werkgroep van leidende ambtenaren, o.l.v. Bea Cantillon, betreffende de voorstellen tot harmonisering zelfstandigen-werknemers

 

 

 

I. Algemene vaststellingen

 

Het verslag bevat interessante pistes en voorstellen (zie analyse per voorstel), waarover verder kan gediscussieerd worden.

 

De discussie is echter niet af :

 

  • De financiering blijft onduidelijk. De zelfstandigenorganisaties hebben zich nog steeds niet uitgesproken over wat ze willen betalen om wat te krijgen.
  • Er is een onevenwicht tussen de verbeteringen voorgesteld voor de zelfstandigen, en de verbeteringen voorgesteld voor de werknemers.
  • Bovendien is tot op heden geen aanzet gegeven tot de aanpak van de “schijnzelfstandigen”, bron van valse concurrentie en ondergraving van het werknemersstelsel. In de mate dat er bijkomende rechten toegekend worden aan de zelfstandigen zonder dat hun sociale bijdragen aangepast worden, zal de “schijnzelfstandigheid” nog toenemen.

 

Deze vaststellingen zijn des te pertinenter rekening houdend met de vaststelling van het rapport Cantillon dat in het werknemersstelsel een groter aandeel van de uitgaven gedekt wordt door sociale bijdragen (74%) dan in het zelfstandigenstelsel (63%). Omgekeerd bedraagt de totale overheidstussenkomst (staatstoelage + alternatieve financiering) 35% voor het zelfstandigenstelsel, en slechts 22% voor de werknemers. Bovendien betalen deze werknemers in de realiteit proportioneel meer belastingen.

 

II. Concrete voorstellen

 

A. Gezondheidszorg

 

De werknemersorganisaties gaan akkoord met het voorstel om de kleine risico's zo vlug mogelijk te integreren in het wettelijk stelsel van de zelfstandigen, en om tegelijk de voorrangsregels te wijzigen zodat de factuur van de gemengde gezinnen werknemers-zelfstandigen evenwichtiger kan verdeeld worden.

 

De integratie van de kleine risico's is het enige voorstel dat:

 

  • harmoniseert (met de werknemers, ambtenaren en niet verzekerden),
  • vereenvoudigt (o.a. integratie bijdrage kleine risico's in de sociale bijdrage),
  • toelaat de factuur voor de gemengde gezinnen evenwichtiger te verdelen,
  • en sociaal rechtvaardig is (geen verschillende bijdrage meer volgens risico in een privé-verzekering).

 

Aangezien de werkgroep van leidend ambtenaren aangeeft dat deze integratie in het wettelijk stelsel zo vlug mogelijk zou moeten gebeuren, en dat de verwezenlijking hiervan volgens het RIZIV kan doorgevoerd worden binnen een tijdspanne van 2 jaar, tijdspanne die nauwelijks of niet afwijkt van de tijd nodig om de vrije verzekering verplicht te maken, heeft het geen enkele zin een bijkomende tweede hervorming door te voeren teneinde een “overgangssituatie” te creëren van een “verplichte vrije verzekering”.

Dit zou b.v. betekenen dat alle zelfstandige gepensioneerden eerst zouden verplicht worden te cotiseren voor een “vrije” verzekering, om kort daarna weer vrijgesteld te worden van bijdrage indien ze beantwoorden aan bepaalde voorwaarden.

 

De werknemersorganisaties wijzen er trouwens op dat de juridische dienst van het ministerie van Sociale Voorzorg, die toch als meer onafhankelijk terzake kan beschouwd worden, van mening is dat het geven van overheidstoelage aan een “verplichte vrije verzekering”, beperkt tot de mutualiteiten, waarschijnlijk zal leiden tot moeilijkheden met het Europees recht.

 

Wij kunnen dan ook absoluut niet akkoord gaan met het (al dan niet transitoir) voorstel voor een “verplichte vrije verzekering”, die op zich natuurlijk al een contradictie in terminus is.

Wij dringen er dan ook op aan dat een datum zou bepaald worden voor de integratie van de kleine risico's in het wettelijk stelsel van de zelfstandigen (ten laatste op 1 januari 2003).

 

De werknemersorganisaties merken trouwens op dat het rapport zich niet uitspreekt over wat dient te gebeuren met de gecumuleerde reserve van 5,3 miljard bij de vrije verzekering van de mutualiteiten.

 

B. Ziekte-uitkeringen.

 

Wij zijn voorstander van sociale verbetering van de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen van de zelfstandigen.

Het rapport Cantillon stelt echter verbeteringen voor die veel verder gaan dan wat de zelfstandigenorganisaties zelf voorstelden.

In de praktijk worden de uitkeringen van de zelfstandigen quasi op gelijk niveau met die van de werknemers getild.

 

Wat betreft de financiering geeft het rapport echter geen precisering.

 

De zelfstandigenorganisaties hebben gesteld dat de verbetering van hun ziekteuitkeringen prioritair was, en dat ze hiervoor ook willen bijdragen.

De hoegrootheid van de verbetering dient dan ook bepaald in functie van de inspanning die de zelfstandigen zélf willen doen voor een grotere onderlinge solidariteit.

 

Tegelijk constateren we dat er weliswaar ook verdienstelijke verbeteringen voorgesteld worden voor de werknemers, maar dat deze eerder symbolisch van aard zijn :

 

  • de invoering van een minimum voor de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is goed, maar de beperking ervan tot het bedrag van het bestaansminimum zal in de praktijk enkel leiden tot een verbetering voor een beperkte groep (deeltijdse werknemers met lage lonen en bepaalde categorieën van werklozen).
  • de vervanging van de toekenning van de vergoeding gezinshoofd aan 65 % door een toekenning van een forfaitair bedrag van 10.400 F. voor hulp aan derden, zal voor vele alleenstaande en samenwonende invaliden een inlevering betekenen t.o.v. de huidige regelgeving.

 

De werknemersorganisaties vinden dat de hoogte van de sociale bijdrage van/voor werknemers, en de voorziene boni in het globaal beheer van hun sociaal zekerheidsstelsel, nopen tot inwilliging van de meest prioritaire behoeften van invalide werknemers :

 

  • de herinvoering van regelmatige welvaartsaanpassingen: de invalide werknemers vielen terug van een gemiddelde uitkering/gemiddeld loon van 44 % in 1980 naar 33 % in 1999; en daar waar in het verleden een parallellisme bestond tussen aanpassingen aan evolutie van de reële lonen tussen gepensioneerden en invaliden [ 1 ] , is er voor deze laatsten noch in de voorbije 20 jaar noch in de toekomst iets voorzien [ 2 ];
  • de optrekking van de uitkering van alleenstaande invaliden van 45 naar 50 %, wat een belangrijke maatregel zou zijn om de armoede bij betrokkenen te verminderen.

 

C. Kinderbijslag.

 

De voorstellen m.b.t. harmonisering van de kinder- en leeftijdsbijslag zijn interessant, en kunnen dienen voor verdere discussie, maar zijn zoals ze nu voorliggen niet aanvaardbaar omdat ze grote onevenwichten bevatten in de financiering.

 

Voorstel 2 (dat erin bestaat alleen de kinderbijslag voor het eerste kind te harmoniseren) komt uitsluitend ten goede aan de zelfstandigen, en laat niet toe het stelsel te vereenvoudigen noch een oplossing te vinden voor het feit dat het werknemersstelsel de volledige factuur betaalt voor de solidariteit en voor de kinderen in gemengde gezinnen werknemers-zelfstandigen.

Ook voorstel 3 geeft uitsluitend voordelen aan de zelfstandigen, en laat deze voordelen – door de vermindering van de belastingaftrek – hoofdzakelijk financiering door de werknemers !

 

Voorstel 1 komt wél tegemoet aan hogervermelde bezwaren, maar bevat te grote onevenwichten t.g.v. de techniek van de financiering :

 

  • Op macro-niveau zal de financiering via vermindering van de fiscale aftrek ertoe leiden dat het vooral de werknemers zijn die zullen betalen in de fiscaliteit, voor voordelen in het kinderbijslagstelsel die vooral de zelfstandigen zullen ten goede komen.
  • Op micro-niveau zullen – o.a. door het aangekondigd belastingkrediet - wel alle werknemers inleveren op het vlak van de fiscale aftrek, maar niet genieten van het herstel van het leeftijdssupplement. Dit is het geval voor de aktieve werknemers wiens hoger leeftijdssupplement geblokkeerd werd op het toenmalig peil, en meer nog voor de sociale categorieën (werklozen, invaliden, gepensioneerden), die verlies zouden leiden.

 

Op het vlak van de kinderbijslag is dus nog verdere studie en discussie nodig.

 

Meer informatie :

 

Rapport werkgroep Cantillon

    Europa veroordeelt gebruik van eenzijdige verzoekschriften

    07 februari 2012

    Steeds vaker proberen werkgevers via rechterlijke interventies de uitoefening van het stakingsrecht...

    Nationale staking: “De echte test komt in de weken die zullen volgen"

    30 januari 2012

    Maar we kunnen nu al stellen dat de nationale staking een belangrijk doel bereikt heeft nl. de...

    Leeftijdspiramide en collectieve ontslagen : maatregelen met perverse effecten !

    25 januari 2012

    Bedrijven die overgaan tot collectieve ontslagen zullen voortaan rekening moeten houden met de...

    ACLVB voert actie bij BNP Paribas Fortis

    19 januari 2012

    De Liberale vakbond ACLVB zal de komende tijd een aantal acties houden bij BNP Paribas Fortis in...

    Cat:

    Koning Albertlaan 95 - 9000 GENT
    Tel. 09-222.57.51
    Fax 09-221.04.74
    E-mail : aclvb@aclvb.be
    ACLVB op Twitter : http://www.twitter.com/ACLVB
    ACLVB op Google+ : +ACLVB

    Taal: