Papier- en kartonbewerking (PC 136) : protocolakkoord cao 2011-2012
Voor de arbeiders uit de papier- en kartonbewerking (PC 136) werd op 12 april een protocolakkoord bereikt voor de sectorale cao 2011-2012.
Het protocolakkoord
Toepassingsgebied
Dit protocolakkoord is van toepassing op de werkgevers en arbeiders en arbeidsters die ressorteren onder het paritair comité voor de papier- en kartonbewerking. Het akkoord zal worden omgezet in collectieve arbeidsovereenkomsten.
Context en juridisch kader
Dit protocolakkoord en de collectieve arbeidsovereenkomsten ter uitvoering van dit protocolakkoord zullen worden afgesloten in toepassing van en met respect voor de Wet van 26 juli 1996 betreffende de bevordering van de tewerkstelling en de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (BS 1/08/1996) en in uitvoering van en met respect voor het Koninklijk Besluit van 28 maart 2011 tot uitvoering van artikel 7,§1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Koopkracht
De minimumuurlonen van de sector worden per 1 januari 2012 verhoogd met 0,3%.
De ondernemingen respecteren deze minimumuurlonen. In zoverre de minimumuurlonen worden overschreden, beschikken de sociale partners over een termijn die loopt tot 30 september 2011 om invulling te geven aan de norm van 0,3 % op bedrijfsvlak, met ingang van 1 januari 2012. Bij gebreke aan een ter griffie van de collectieve arbeidsbetrekkingen van de FOD WASO neergelegde CAO op uiterlijk 30 september 2011, zullen de reële lonen geldende in de ondernemingen verhoogd worden met 0,3% per 1 januari 2012.
In de ondernemingen waar de omstandigheden het toelaten, bestaat de mogelijkheid te praten over andere punten. De verhoging van de bruto-lonen en bruto-premies dient evenwel beperkt te blijven tot de norm van 0,3% zoals hierboven vermeld.
Bestaanszekerheid
Het dagbedrag van € 5,21 wordt verhoogd tot € 5,40 voor de eerste twee weken van een periode van volledige schorsing onder het stelsel van de tijdelijke werkloosheid en voor de 2 maanden van gedeeltelijke schorsing.
Het dagbedrag van € 6,79 wordt verhoogd tot € 6,98 voor de derde en vierde week van elke periode van volledige schorsing onder het stelsel van de tijdelijke werkloosheid.
Bij economische werkloosheid mag het globale belastbare jaarinkomen, bestaande uit lonen, werkloosheidsvergoeding en bestaanszekerheid niet hoger liggen dan het totale belastbaar jaarinkomen bij volledige tewerkstelling.
In ondernemingen waar gunstigere regelingen bestaan, blijven deze van toepassing voor de duurtijd bepaald bij bedrijfscao/-reglement.
Schafttijden
Art. 13 van de cao arbeids- en loonsvoorwaarden betreffende de schaftijd ingeval van ploegenarbeid wordt als volgt geherdefinieerd :
“De werknemers, tewerkgesteld in ploegen, hebben recht op een betaalde schaftijd zoals bepaald in het arbeidsreglement. Deze bedraagt minimum 15 minuten en maximum 30 minuten.”
In ondernemingen waar gunstigere regelingen bestaan, blijven deze van toepassing voor de duurtijd bepaald bij bedrijfscao/-reglement.
Tijdelijke werkloosheid
Aan de Koning wordt gevraagd het Koninklijk Besluit van 10 mei 1985 tot vaststelling voor de ondernemingen welke onder het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking ressorteren om de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst, te wijzigen om volledige schorsingen van maximum vier weken in plaats van thans twee weken mogelijk te maken.
Verlenging van de opzegtermijnen
Aan de Koning wordt gevraagd het Koninklijk Besluit van 2009 tot vaststelling van de opzeggingstermijnen van de werklieden te wijzigen als volgt:
Met ingang van 1 januari 2012 wordt, wanneer de opzegging uitgaat van de werkgever, de te geven opzeggingstermijn bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst voor werklieden, gesloten voor onbepaalde tijd, vastgesteld op:
Anciënniteit in de onderneming | Opzeggingstermijn |
< 6 maanden | 28 kalenderdagen |
6 maanden tot < 5 jaar | 40 |
5 jaar tot < 10 jaar | 48 |
10 jaar tot < 15 jaar | 64 |
15 jaar tot < 20 jaar | 97 |
20 jaar tot < 30 jaar | 129 |
30 jaar tot < 35 jaar | 140 |
>=35 jaar | 154 |
In geval van ontslag met het oog op brugpensioen gelden de opzeggingstermijnen zoals bepaald in artikel 59 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Dit betekent concreet :
< 20 jaar anciënniteit in de onderneming | 28 dagen |
>= 20 jaar | 56 dagen |
De ondernemingen beschikken over de mogelijkheid af te wijken van het hierboven vermelde voor werklieden die minder dan zes maand ononderbroken in dienst van dezelfde onderneming zijn in toepassing van artikel 60 van wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten.
Deze nieuwe opzeggingstermijnen gelden vanaf 1 januari 2012.
Syndicale premie van de actieve werknemers
De in de CAO van 5 mei 2009 betreffende de sociale voordelen vermelde syndicale premie wordt voor het refertejaar 2011 verhoogd tot € 135 voor de actieve werknemers onder de voorwaarden die bij vroegere collectieve arbeidsovereenkomsten werden vastgelegd.
Carenzdag
De cao van 5 mei 2009 betreffende de afschaffing van de carenzdag wordt onder dezelfde voorwaarden verlengd tot 31 december 2013.
Risicogroepen en opleiding
De sector verbindt er zich toe om alle bepalingen inzake de storting van de 0,10 % voor de vorming en opleiding van risicogroepen te verlengen.
De sector verbindt er zich ook toe de vormingsinspanningen te verhogen. Er zal vanaf 2011 0,8% van de werkelijke arbeidstijd voorbehouden worden voor de vorming en opleiding in 2011 en 0,9 % vanaf 2012 voor de vorming en opleiding in 2012.
Binnen het beheerscomité van het Fonds voor bestaanszekerheid zal bekeken worden hoe de vormingsinspanning binnen de sector kan worden opgevolgd en geëvalueerd.
Genderneutraliteit
De 15 weken moederschapsrust worden gelijkgesteld voor de berekening van de eindejaarspremie. Deze bepaling treedt in werking vanaf de referentieperiode, startende op 1 oktober 2011.
Eindejaarspremie
De beoordeling van de anciënniteit van 3 maanden, vereist voor de pro rata uitkering van de eindejaarspremie, gebeurt op 15 december.
Er wordt een werkgroep opgericht die een niet discriminerende berekening van de eindejaarspremie aan de hand van de effectief gewerkte en gelijkgestelde uren op jaarbasis zal onderzoeken en een besluit zal neerleggen en een regeling zal uitwerken tegen uiterlijk 30 september 2012.
Brugpensioen
De bestaande regelingen inzake brugpensioen, met name het voltijds brugpensioen vanaf 58 jaar, het voltijds brugpensioen vanaf 56 jaar onder de voorwaarden zoals bepaald in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van de Nationale Arbeidsraad van 23 maart 1990 en algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1990 worden verlengd.
Het brugpensioen op 56 jaar (mits een effectieve loopbaan van 40 jaar) blijft van toepassing conform de bepalingen van cao nr 92 van de NAR.
Ook het halftijds brugpensioen vanaf 55 jaar wordt verlengd. Zij zijn een verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 mei 2009 betreffende het brugpensioen, geregistreerd onder het nr. 92705/CO/136, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18/11/2009 (Belgisch Staatsblad van 26/01/2009).
De bepalingen hierboven en de overige bepalingen betreffende deze brugpensioenstelsels, opgenomen in de cao van 5 mei 2009 gelden vanaf 1 juli 2011 tot 30 juni 2013. De verlenging tot 30 juni 2013 geschiedt onder voorbehoud van verlenging van de wettelijke basis, noodzakelijk voor de verlenging van het brugpensioenstelsel op 56 jaar.
Verlenging van de geldigheidsduur van de cao’s van bepaalde duur
De geldigheidsduur van alle sectorale cao’s die hierboven niet expliciet werden vermeld, wordt met twee jaar verlengd.
Toenadering van de paritaire comités
De sociale partners verbinden er zich toe een werkgroep op te richten met het oog op het in kaart brengen van de verschillen tussen de werking en de cao’s van de PC’s 136 en 222 en het onderzoeken van de mogelijkheden van een toekomstige samenwerking tussen de beide paritaire comités.
Overgangs- en slotbepalingen.
Dit protocol van akkoord zal worden omgezet in collectieve arbeidsovereenkomsten.
De collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten in uitvoering van dit protocolakkoord zullen een geldigheidsduur dragen van 2 jaar ingaande op 1 februari 2011 eindigend op 31 januari 2013, behalve wat betreft de bepalingen inzake brugpensioen (die gelden vanaf 1 juli 2011 tot 30 juni 2013) en carenzdag (die gelden vanaf 1 juli 2011 tot 31 december 2013).

