Tewerkstellingsvoorwaarden
Voor de uitoefening van bepaalde rechten is een tewerkstellingsvoorwaarde (effectieve prestaties) gedurende de twaalf maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving vereist, met name:
- in geval van het recht op tijdskrediet “overgang naar halftijds” : 12 maanden minstens 3/4-tijds tewerkgesteld;
- in geval van het recht op 4/5-tijds : 12 maanden voltijds;
- in geval van het recht op prestatievermindering voor de werknemers die ouder zijn dan 50 jaar :
- vermindering tot halftijds : 12 maanden aan minstens 3/4-tijds
- vermindering tot 4/5-tijds : 12 maanden voltijds of 4/5-tijds (binnen het kader van het algemeen stelsel of het oude stelsel van loopbaanonderbreking.
Voor de berekening van deze tewerkstellingsvoorwaarde, worden een bepaald aantal situaties gelijkgeschakeld met “effectieve prestaties”, daar waar andere situaties “geneutraliseerd” worden t.o.v. deze effectieve prestaties.
Gelijkschakelingen
Alle periodes van opschorting van het arbeidscontract zoals voorzien in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidscontracten. Worden dus voornamelijk bedoeld :
- de jaarlijkse vakanties;
- het moederschapsverlof;
- het betaald educatief verlof;
- het klein verlet;
- het verlof om dwingende redenen;
- de feestdagen;
- de technische en economische werkloosheid.
Wordt ook gelijkgeschakeld, de periodes van economische werkloosheid voor de bedienden voorzien in het kader van de crisismaatregelen. Op dezelfde manier worden de verlofdagen die toegekend werden in uitvoering van een collectieve overeenkomst (extralegale vakantiedagen, anciënniteitverlof) gelijkgesteld.
Tot slot worden de periodes van ziekte en ongeval eveneens gelijkgesteld maar enkel voor de periodes die door gewaarborgd loon gedekt zijn.
Neutralisaties
Deze geneutraliseerde periodes verlengen de periode van 12 maanden. Men doet dus alsof ze niet hebben bestaan, hetgeen toelaat verder in de tijd terug te gaan (zie voorbeeld hierna).
Ze hebben betrekking op :
- de periodes van de thematische verloven
- de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst door verlof zonder wedde, staking of lock-out
- de periodes van ziekte of ongeval die niet gedekt zijn door het gewaarborgd loon, met een maximum van 5 maanden; dit maximum wordt op 11 maand gebracht bij een arbeidsongeval of een beroepsziekte
- de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst en van geleidelijke werkhervatting in geval van langdurige ziekte, van langer dan 6 maanden
- de periodes waarin de werknemer zijn arbeidsprestaties volledig of halftijds onderbreekt
- de periodes die gedekt zijn door een overbruggingspremie of door een crisistijdskrediet
Voorbeeld
En werkneemster dient een aanvraag voor een halftijds tijdskrediet in op 1.4.2008. De te overwegen periode van 12 maanden zou dus van 1.4.2007 tot en met 31.3.2007 moeten zijn. Ze heeft echter een ouderschapsverlof genomen van 1.7.2007 tot en met 30.9.2007. De periode die in overweging zal worden genomen voor de tewerkstellingsvoorwaarde gaat drie maanden eerder terug, dus vanaf 1.1.2007.
