Share/Save/Bookmark

Uitkeringen tijdskrediet

Nieuwe anciënniteitsvoorwaarde

Het koninklijk besluit van 21 februari 2010 heeft beperkingen opgelegd inzake het genieten van uitkeringen. Zo kan nog enkel de werknemer met 2 jaar anciënniteit van een tijdskredietuitkering genieten, ongeacht of hij een volledig tijdskrediet (een volledige onderbreking) of een halftijds tijdskrediet opneemt.

Opgelet ! Deze anciënniteitsvoorwaarde viseert enkel de toegang tot de uitkering en niet de toegang tot het recht op tijdskrediet.

Uitzondering op de anciënniteitsvoorwaarde

De werknemers die hun recht op ouderschapsverlof voor alle rechthebbende kinderen hebben uitgeput, en die onmiddellijk op een volledig of halftijds tijdskrediet overstappen moeten de anciënniteitsvoorwaarde van 2 jaar niet vervullen. 

Deze nieuwe beperking is van toepassing op alle nieuwe aanvragen die vanaf 1 maart 2010 werden ingediend, en dus niet op de verlengingen. 

In geval van overgang naar halftijds

Het bedrag van de uitkering hangt af van de anciënniteit van de werknemer binnen het bedrijf.  Bovendien wordt er een kleine bedrijfsvoorheffing afgehouden op de uitkering. Hierna worden de bruto-bedragen en de bedragen na afhouding van de bedrijfsvoorheffing weergegeven (in vet). 

Uitkeringen voltijdse werknemers

 

-  5 jaar anciënniteit

5 jaar of meer. anciënniteit

 

Tijdskrediet / overgang naar halftijds

< 50 jaar voor aanvragen of verlengingen vanaf 1.9.2010

226,63 EUR

158,65 EUR

187,77 EUR(*)

> 50 jaar voor aanvragen of verlengingen vanaf 1.9.2010  

226,63 EUR

147,31 EUR

187,77 EUR (*)

< 50 jaar voor aanvragen of verlengingen vanaf 1.9.2010

302,18 EUR

211,53 EUR

250,36 EUR (*)

> 50 jaar voor aanvragen of verlengingen vanaf 1.9.2010

302,18 EUR

196,42 EUR

250,36 EUR (*)

(*) als de werknemer alleenstaande is of uitsluitend samenwoont met een of meer kinderen waarvan ten minste één ten laste

Uitkeringen deeltijdse werknemers

Bij een overgang naar halftijds dient de werknemer minstens 3/4 van een voltijds uurrooster in de onderneming te presteren. Hier ook zal de vergoeding proportioneel zijn aan het arbeidsstelsel van de werknemer voor zijn overstap naar halftijds : halftijdse uitkering x (deeltijds arbeidsstelsel van de werknemer / voltijdse arbeidstijd binnen de onderneming).

Voorbeeld

binnen een onderneming waar de werkduur 38 uur bedraagt, stapt een werknemer die ¾-tijds of dus 28,5 uren is tewerkgesteld over op een systeem van ½-tijdskrediet. Hij zal een bruto-bedrag van € 169,97 ( (minder dan 5 jaar anciënniteit) of  € 226,64  krijgen (5 jaar anciënniteit of meer). Een bedrijfsvoorheffing van 17,15 % zal van toepassing zijn op deze brutobedragen.

De bedrijfsvoorheffing voor de tijdskredietformule wordt van 17,15 % op 30 % gebracht voor de werknemers van < 50 jaar en op 35 % voor de werknemers > 50 jaar. De bedrijfsvoorheffing blijft 17,15 % voor alleenstaanden, voor werknemers die uitsluitend samenwonen met een of meer kinderen waarvan ten minste één ten laste, en voor de thematische verloven. Deze nieuwe percentages zijn van toepassing op aanvragen vanaf 1 januari 2009 voor de uitkeringen uitbetaald vanaf 1 maart 2009.

Belangrijke opmerking

het feit dat de 5 jaar anciënniteit overschreden wordt tijdens de periode van tijdskrediet verandert niets aan het bedrag van de uitkering.

In geval van volledige schorsing van prestaties

Hoogte van de uitkering

Voor voltijdse werknemers

 

-  5 jaar anciënniteit   

5 jaar of meer anciënniteit

Tijdskrediet «volledige schorsing van  prestaties»

453,28 EUR

407,37 EUR

604,38 EUR

543,16 EUR

Bedragen in vet = netto.

Voor deeltijdse werknemers

De bovenstaande uitkering is in verhouding tot het arbeidsregime : halftijdse uitkering x (deeltijds arbeidsstelsel van de werknemer / voltijdse arbeidstijd binnen de onderneming).

Voorbeeld

Als de arbeidstijd binnen de onderneming 38 uur bedraagt, heeft een deeltijdse werknemer met een uurrooster van 20 uur recht op 20/38ste van het basisbedrag volgens zijn anciënniteit, hetzij € 238,57  of  € 318,10  bruto.  Een bedrijfsvoorheffing van 10,13% zal van toepassing zijn op deze bruto-bedragen.

Belangrijke opmerking

Het feit dat een werknemer meer dan 5 jaar anciënniteit verkrijgt gedurende de periode van tijdskrediet heeft geen wijziging van het bedrag van de uitkering tot gevolg.

Duur van betaling van de uitkering

Dit is een van de belangrijkste wijzigingen die volgt uit het Generatiepact  en verder uitgewerkt in het Interprofessioneel Akkoord 2007-2008.

De algemene regel is dat de betaling van de uitkering wordt beperkt tot 1 jaar over de ganse loopbaan. De betaling kan echter uitgebreid worden tot maximum 5 jaar (op voorwaarde wel te verstaan dat het recht op tijdskrediet zelf ook verlengd wordt) in  welbepaalde gevallen, hieronder beschreven. 

  1. Opvoeding eigen kind beneden de 8 jaar
    Het tijdskrediet (of de laatste hernieuwing) moet beginnen voor het moment waarop het kind 8 jaar wordt.
  2. Verlenen van palliatieve zorg
    Dit betreft elke vorm van bijstand aan of verzorging van personen met een ongeneselijke ziekte in de terminale fase.
  3. Bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid (tot 2de graad)
    Een doktersattest is vereist waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel.
    Ter informatie, gezinsleden zijn zij die samenwonen met de werknemer, terwijl familieleden (ouders en aanverwanten) tot de 2de graad de ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen, broers en zussen viseert.
  4. Om een inwonend gehandicapt kind thuis te verzorgen
  5. Om een opleiding te volgen
    De opleiding moet beantwoorden aan een aantal criteria. Het kan gaan om :
    • een opleiding erkend door de Gemeenschap of door een sector, van minstens 360 uren of 27 studiepunten per jaar, of 120 uren en 9 studiepunten per trimester of per ononderbroken periode van 3 maanden.
    • een vorming gegeven in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het behalen van een diploma of getuigschrift van secundair onderwijs, waarbij de grens is vastgesteld op 300 uren per jaar of 100 uren per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden.
  6. Als overgangsmaatregel, in afwachting van het (brug)pensioen
    Hier beoogt men bepaalde situaties in sectoren of ondernemingen waar systemen van tijdskrediet worden gebruikt om de overgang te maken tussen het professionele leven en het (brug)pensioen. Het tijdskrediet moet ingegaan zijn voor 1 juli 2007 op basis van een systeem ingevoerd door een cao die dateert van voor 1 januari 2007 en de individuele aanvraag moet ingediend zijn voor die datum !

Dit  ingewikkelde systeem is van toepassing op alle aanvragen en aanvragen tot verlenging van een volledig tijdskrediet, ingegaan na 1 juni 2007.

    Sociale verkiezingen 2012 : de Liberale Vakbond gaat er als enige vakbond op vooruit

    22 mei 2012

    De resultaten van de sociale verkiezingen die tijdens de persconferentie bij de FOD WASO vandaag...

    ABVV, ACV en ACLVB reageren op politiek akkoord rond degressiviteit werkloosheidsuitkeringen

    10 mei 2012

    Het gemeenschappelijk vakbondsfront blijft ijveren voor kwaliteitsvolle jobs

    Werklozen zullen...

    Veel succes aan al onze kandidaten !

    07 mei 2012

    Vanaf vandaag tot en met 20 mei vinden in ons land sociale verkiezingen plaats. In die periode...

    Sociaal plan Bekaert is een evenwichtig akkoord

    27 april 2012

    Deze nacht om 3.30 uur werden de onderhandelingen voor een sociaal plan bij Bekaert beëindigd. Het...

    Cat:

    Koning Albertlaan 95 - 9000 GENT
    Tel. 09-222.57.51
    Fax 09-221.04.74
    E-mail : aclvb@aclvb.be
    ACLVB op Twitter : http://www.twitter.com/ACLVB
    ACLVB op Google+ : +ACLVB

    Taal: