Verlof om dwingende reden
Wanneer een bepaalde dwingende reden zich voordoet, heeft de werkneemster recht onbezoldigd afwezig te zijn op het werk.
De afwezigheid is toegestaan gedurende de tijd die nodig is om het hoofd te bieden aan de problemen en dit met een maximum van 10 arbeidsdagen ( voor deeltijdsen : in verhouding tot de duur van de prestaties).
Een dwingende reden is elke niet te voorziene, los van het werk staande gebeurtenis die de dringende en noodzakelijke tussenkomst van de werkneemster vereist en dit voor zover de aanwezigheid op het werk deze tussenkomst onmogelijk maakt.
Worden aanvaard als dwingende reden :
- ziekte, ongeval of hospitalisatie van de echtgenoot of samenwonende partner, bloedverwant in opgaande of neergaande lijn evenals een adoptie- of pleegkind, een inwonende tante of oom;
- ziekte, ongeval of hospitalisatie van een bloed- of aanverwant in de eerste graad die niet met de werkneemster onder hetzelfde dak woont, zoals een ouder, schoonouder, kind of schoonkind;
- ernstige materiële beschadiging van de bezittingen van de werkneemster (vb. brand of overstroming in de woning).
De werkneemster moet de werkgever zo snel mogelijk verwittigen. De werkgever mag een bewijs van de dwingende reden vragen.
