Verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid
De werkneemster kan haar loopbaan onderbreken om een zwaar ziek gezins- of familielid bij te staan.
Een gezinslid is elke persoon die samenwoont met de werkneemster.
Een familielid is elke bloed- of aanverwante tot en met de 2de graad. Een zware ziekte is elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende dokter als dusdanig wordt beschouwden waarbij de dokter oordeelt dat bijstand of verzorging noodzakelijk is voor herstel.
De werkneemster kan kiezen voor :
- een volledige onderbreking van haar prestaties;
- een vermindering van haar prestaties tot een halftijdse betrekking wanneer haar arbeidsregeling minstens gelijk is aan 75% van een voltijdse betrekking;
- een vermindering van haar prestatie met 1/5.
Deeltijds werkenden kunnen hun prestatie slechts verminderen tot de helft van een voltijdse betrekking wanneer hun prestaties slechts minstens ¾ bedragen van een voltijdse werknemer in de onderneming of de sector. Werken ze minder, kunnen ze enkel kiezen voor een volledige onderbreking van de prestaties.
Het recht op loopbaanonderbreking wordt beperkt tot maximum 12 maanden per patiënt, het recht op vermindering van de prestaties tot 24 maanden per patiënt. Voor de werkneemster die uitsluitend en effectief samenwoont met 1 of meer van haar kinderen wordt, in geval van zware ziekte van en kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumduur bij volledige onderbreking opgetrokken tot 24 maanden en tot 48 maanden voor de halvering van prestaties.
Het bedrag van de uitkeringen die de werkneemster krijgt gedurende deze periode hangt af van de gekozen formule.
De werkgever kan de start van het verlof uitstellen met 7 dagen.
Als ACLVB-lid leest u hierover meer in onze Weetwijzer.
