Economische werkloosheid
Wat ?
Wanneer het economisch wat minder gaat, is het voor veel bedrijven moeilijk het productieniveau op eenzelfde peil te houden. Om in zo’n geval ontslagen te vermijden, kan de werkgever – mits naleving van bepaalde formaliteiten - een aantal of al zijn werknemers tijdelijk werkloos stellen wegens werkgebrek. Het gebrek aan werk moet het gevolg zijn van economische factoren, het mag bijvoorbeeld niet het gevolg zijn van wanbeleid of onderhoudswerken. Het werkgebrek moet ook tijdelijk van aard zijn.
Voor wie ?
De regeling van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek is enkel van toepassing op arbeiders, bedienden kunnen niet economisch werkloos gesteld worden. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook uitzendkrachten tijdelijk werkloos gesteld worden ingevolge werkgebrek.
Formaliteiten voor de werkgever
De werkgever moet de werknemers op de hoogte brengen van de voorziene duur van de tijdelijke werkloosheid en dit ten minste 7 kalenderdagen (in algemene regel, er kunnen afwijkingen voorzien zijn op niveau van de sector) op voorhand. Hij moet dit doen door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de onderneming of via een individuele kennisgeving aan de betrokken werknemers.
De kennisgeving moet bepaalde gegevens vermelden zoals de identiteit van de werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld, het aantal werkloosheidsdagen en de data, enz.
Op dezelfde dag moet ook de RVA op de hoogte gebracht worden. De werkgever moet eveneens de ondernemingsraad (of bij gebrek daaraan de syndicale delegatie) informeren.
Hoe lang kan de werkloosheid duren ?
Aard | Maximale duur |
Volledige schorsing | 4 weken |
Gedeeltelijke arbeid (arbeidsdagen worden afgewisseld met werkloosheidsdagen) | 3 maanden * of 12 maanden (afhankelijk van het aantal arbeidsdagen per week ) |
4 weken * indien slechts 1 arbeidsdag / 2 weken |
* Na de periode van tijdelijke werkloosheid moet de werkgever een verplichte werkweek inlassen. Pas na deze werkweek kan hij opnieuw tijdelijke werkloosheid aanvragen.
Wat moet ik doen ?
Bij aanvang van de tijdelijke werkloosheid
Je moet een uitkeringsaanvraag indienen via je ACLVB-secretariaat:
- als je de eerste keer tijdelijk werkloos wordt;
- als je de voorbije 3 jaar niet tijdelijk werkloos bent geweest;
- als je van werkgever bent veranderd;
- of als je arbeidsduur is gewijzigd.
Je werkgever levert je een formulier C3.2-WERKGEVER af. Je dient het samen met een formulier C3.2-WERKNEMER in bij je ACLVB-secretariaat. Als je werkgever kiest voor een elektronische aangifte, moet je enkel het ingevulde formulier C3.2-WERKNEMER indienen.
Tijdens de maand van de tijdelijke werkloosheid
Uiterlijk op de eerste dag van tijdelijke werkloosheid in een bepaalde maand, moet je werkgever je een controleformulier tijdelijke werkloosheid C3.2A overhandigen.
Hervat je in de loop van de maand het werk dan moet je in rooster 1 van deze controlekaart, voor je het werk begint, de dagen waarop je werkt in onuitwisbare inkt zwart maken. De gewerkte dagen die vallen vóór je eerste effectieve tijdelijke werkloosheidsdag in die maand, moet je niet zwart maken op je controlekaart.
In rooster 2 maak je de vakjes zwart van de dagen waarop je werkt voor eigen rekening of voor een andere werkgever op een dag waarop je normaal niet werkt bij je gewone werkgever (bijvoorbeeld in het weekend). Vrijwilligerswerk moet je niet aanduiden op de controlekaart, op voorwaarde dat je deze activiteit hebt meegedeeld aan de RVA en dat dit door de RVA werd aanvaard. Heb je een bijberoep dat door de RVA is aanvaard, dan moet je enkel volgende vakjes zwart maken : de zaterdagen en zondagen en de weekdagen waarop je in bijberoep werkt tussen 7 en 18 uur.
Je moet je controlekaart C3.2A bij je houden tot op het einde van de maand waarin de tijdelijke werkloosheid gelegen is. Dit is zeer belangrijk want je moet dit formulier kunnen voorleggen indien een sociaal inspecteur er om vraagt.
Op het einde van de maand
Op het einde van de maand overhandigt je werkgever je een bewijs van de uren van tijdelijke werkloosheid. Dit gebeurt opnieuw aan de hand van het formulier C3.2-WERKGEVER. Je dient zowel de controlekaart C3.2A als het formulier C3.2-WERKGEVER in bij je ACLVB-secretariaat om je werkloosheidsuitkeringen te bekomen. Doet je werkgever de aangifte elektronisch, dan moet je enkel je controlekaart indienen.
Hoeveel ontvang ik ?
Bedragen van toepassing op 01/01/2009
% van begrensd brutoloon | Minimum dagbedrag | Maximum dagbedrag | |
Samenwonende met gezinslast | 75% | € 38 | € 63,65 |
Alleenstaande | 75% | € 31,93 | € 63,65 |
Samenwonende | 70% | € 23,93 | € 59,40 |
- Het begrensd brutoloon is momenteel € 2206,46 / maand of € 84,8639 / dag.
- Werkloosheidsuitkeringen worden steeds in de 6-dagen week uitbetaald. Afhankelijk van de sector kan hier nog een bedrag worden bijgepast op basis van een cao.
Opgelet ! In de bouwsector zijn er tal van afwijkingen voorzien.
Meer info ?
Lees het infodocument over tijdelijke werkloosheid of neem contact op met je plaatselijk ACLVB-secretariaat.
Voor bedienden bestaat een gelijkaardig systeem. Lees de folders over de crisisuitkering voor bedienden of de folder over de 3 crisismaatregelen er op na.
Download folder economische werkloosheid
|
|
tijdelijke_werkloosheid_NL_-_web.pdf Folder economische werkloosheid |
