Jaarlijkse vakantie
Inleiding
De arbeidsovereenkomst wordt geschorst door de dagen jaarlijkse vakantie. In principe heeft iedere werknemer, tewerkgesteld in de privésector, recht op 20 dagen. Het zijn dagen waarop niet gewerkt wordt, doch waarvoor de werknemer wel loon en dubbel vakantiegeld ontvangt. Conventioneel kunnen bijkomende vakantiedagen worden toegekend.
Hierna zullen de voornaamste principes omtrent de wetgeving inzake jaarlijkse vakantie worden uiteengezet. Eerst zal het toepassingsgebied van de wetgeving worden besproken. Daarna komt de duur van de vakantie aan bod, waarna even wordt stilgestaan bij het tijdstip waarop de vakantie wordt genomen . Bovendien wordt nagegaan in welke mate de werknemer de plicht heeft om de hem toekomende vakantiedagen op te nemen. Ook het vakantiegeld zal onder de loep worden genomen. Tenslotte wordt nog ingegaan op 2 afwijkende regelingen, met name het recht op vakantie voor jeugdige werknemers en de seniorvakantie.

