Verplichting de vakantie uit te putten
Het recht op vakantie is door de werknemer verworven niettegenstaande elke strijdige overeenkomst; de werknemer kan immers geen afstand doen van zijn rechten op jaarlijkse vakantie.
De vakantiedagen dienen te worden uitgeput tijdens het vakantiejaar, m.a.w. behoudens gunstiger regeling op bedrijfsvlak is het niet toegelaten de niet genomen vakantiedagen over te dragen naar het volgende jaar. Wanneer de werknemer in de onmogelijkheid verkeert zijn vakantie te nemen, wordt hem het vakantiegeld uitbetaald op de normale vakantiedatum vastgesteld in de onderneming waar hij voor het laatst werkzaam was en uiterlijk op 31 december van het jaar dat op het vakantiedienstjaar volgt.
De werknemer die in de onmogelijkheid verkeert om zijn verlof uit te putten om één van de redenen die aanleiding geeft tot gelijkstelling (uitgezonderd staking, betaald educatief verlof, economische werkloosheid), behoudt zelfs in geval van collectief verlof zijn recht op vakantiedagen tot bij het verstrijken van de 12 maanden die op het einde van het vakantiedienstjaar volgen.
