Share/Save/Bookmark

Vakantiegeld arbeiders (en kunstenaars)

De werkgever betaalt geen loon voor de vakantiedagen waarop de arbeider recht heeft. Iedere arbeider ontvangt zijn vakantiegeld van een vakantiefonds. De financiering van die fondsen gebeurt via kwartaalbijdragen en een jaarlijkse bijdrage die geïnd worden via het systeem van de sociale zekerheid. De uitbetaling van het vakantiegeld gebeurt ofwel door de sectorale vakantiefondsen of door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie.

Kunstenaars, tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst of in gelijkaardige omstandigheden als een arbeidsovereenkomst, ontvangen eveneens vakantiegeld van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie. Voor de berekening van het vakantiegeld wordt echter de regeling voor de bedienden gevolgd.

Berekeningswijze vakantiegeld

Het brutobedrag van het vakantiegeld van de arbeiders is gelijk aan 15,38% van de lonen van het vakantiedienstjaar eventueel vermeerderd met een fictief loon voor de gelijkgestelde dagen, dat per dag gelijk is aan 100% van het bij de RSZ aangegeven dagloon.

Loon

Het loon waarmee rekening wordt gehouden is het verhoogd brutoloon, vóór aftrek van sociale en fiscale afhoudingen, dat tot basis diende voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen. Dit betekent m.a.w. dat het loon meetelt à 108%.

Inhoudingen

  1. Op het bedrag van het vakantiegeld wordt vooreerst een solidariteitsbijdrage ingehouden. De opbrengst ervan is bestemd voor de financiering van het vakantiegeld voor de gelijkgestelde dagen.
    Deze solidariteitsinhouding bedraagt 1%, ongeacht de hoogte van het vakantiegeld. De inhouding wordt ook toegepast op het volledig dubbel vakantiegeld, inclusief het aanvullend dubbel vakantiegeld voor de volledige vierde week.
  2. Daarnaast wordt op het dubbel vakantiegeld voor de eerste 3 weken en 2 dagen van de 4e vakantieweek 13,07% bijdragen voor de sociale zekerheid ingehouden.
  3. Na toepassing van de 2 vorige afhoudingen wordt het belastbaar vakantiegeld bekomen. Van dat belastbaar vakantiegeld moet de wettelijke bedrijfsvoorheffing worden ingehouden. Op heden bedraagt die 17,16 % voor belastbare vakantiegelden tot 1.170 euro en 23,22 % voor vakantiegelden boven de 1.170 euro.
  4. Het nettovakantiegeld is dus gelijk aan 11,87714% (belastbaar vakantiegeld tot 1.170 euro) en 11,00829% (belastbaar vakantiegeld boven 1.170 euro) van de basisbezoldiging.

Gelijkstellingen

Het vakantiegeld voor arbeiders wordt vermeerderd met 15,38 % van een fictief loon voor de met effectief gewerkte dagen gelijkgestelde inactiviteitsdagen, behalve wanneer voor deze inactiviteitsdagen reeds een reëel loon werd uitbetaald en deze dagen voor de RSZ als gewerkte dagen werden opgegeven. Een schoolvoorbeeld hiervan zijn de ziektedagen waarvoor de arbeider gewaarborgd loon ontvangt.

Het fictief dagloon voor de bedoelde inactiviteitsdagen die worden gelijkgesteld met de werkelijke arbeidsdagen, is voor de arbeider gelijk aan 100 % van het gemiddeld dagloon.

Het totaal van de fictieve lonen en de werkelijke lonen dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het vakantiegeld, mag in geen geval het totaal van de werkelijke bezoldigingen overschrijden die in aanmerking hadden kunnen genomen worden indien aan de werknemer geen gelijkgestelde inactiviteitsdagen zouden zijn toegekend. Het gemiddeld dagbedrag wordt berekend per vakantiedienstjaar. Alle vakantiefondsen berekenen het gemiddeld dagbedrag per tewerkstellingssituatie. Een tewerkstellingssituatie houdt een combinatie in van één arbeidsstelsel en één tewerkstellingsbreuk. Een werknemer kan per vakantiedienstjaar meerdere tewerkstellingssituaties gehad hebben, zelfs bij dezelfde werkgever.

De berekening van het gemiddeld dagbedrag gebeurt per tewerkstellingssituatie op basis van de volgende eenvoudige formule:

(100 / 108) x (het totaal der bezoldigingen van het vakantiedienstjaar verschuldigd door de laatste werkgever voor de gebeurtenis die aanleiding geeft tot gelijkstelling / het aantal bezoldigde dagen door de werkgever aangegeven bij de RSZ voor dit vakantiedienstjaar)

Wanneer de arbeider daarentegen afhangt van een vakantiefonds waar de tewerkstellingsperiodes bij verschillende werkgevers worden getotaliseerd, wordt het gemiddeld dagloon als volgt berekend:

(100 / 108) x (het totaal der bezoldigingen over het vakantiedienstjaar aangegeven door de verschillende werkgevers  / som van de bezoldigde dagen die over hetzelfde dienstjaar getotaliseerd worden)

Wanneer bij ontstentenis van bezoldigde dagen, het gemiddeld dagloon niet kan worden vastgesteld, wordt het vakantiegeld van de arbeider berekend op basis van het gemiddeld dagloon, vastgesteld op basis van de bezoldigingen en de prestaties die voorafgingen aan de arbeidsongeschiktheid die aanleiding gaf tot gelijkstelling. Deze regeling geldt eveneens voor de arbeider die, wanneer hij arbeidsongeschikt is, met toestemming van de geneesheer/adviseur het werk gedeeltelijk herneemt.

Wanneer het globale loon of het uurrooster niet kan worden gemeten, wordt het vakantiegeld voor de met effectief gewerkte dagen gelijkgestelde dagen berekend op basis van de volgende forfaitaire bezoldiging die als volgt is vastgesteld:

  • leerlingen met een leerovereenkomst of gecontroleerde leerverbintenis: 15,37 euro
  • werknemer van 18 jaar of meer op 31 december van het vakantiedienstjaar: 41,89 euro
  • werknemers van minder dan 18 jaar op 31 december van het vakantiedienstjaar: 30,24 euro

Betaling vakantiegeld

Het vakantiegeld wordt betaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie (RJV) of, in voorkomend geval, door de bijzondere vakantiefondsen.

Het vakantiegeld wordt aan de arbeider op diens verzoek, via overschrijving op een bankrekening of een postchequerekening uitbetaald. Bij gebrek aan enig verzoek gebeurt de betaling per circulaire cheque of door middel van een ander beschikbaar betaalmiddel.

Het vakantiegeld wordt uitgekeerd op het ogenblik dat de arbeider zijn vakantie neemt en, bij spreiding van zijn vakantie, naar aanleiding van de hoofdvakantie. Het vakantiegeld kan ten vroegste betaald worden op 2 mei van het vakantiejaar.

De werkgever moet de datum van de vakantie, of eventueel van de hoofdvakantie, ten minste 6 weken vóór de betreffende vakantie, meedelen aan het vakantiefonds. Arbeiders die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken ontvangen hun vakantiegeld volgens de normale regels. Dit betekent dat voor het vakantiegeld van het lopende dienstjaar, men dit nog niet ontvangt op het ogenblik dat men op pensioen gaat, doch moet wachten tot het daarop volgende vakantiejaar.

Anders is het wanneer de arbeider overlijdt. De rechthebbenden van een overleden arbeider kunnen onmiddellijk betaling vragen van elk vakantiegeld dat verworven is gedurende het lopende vakantiedienstjaar alsook dat wat verworven is gedurende het verlopen vakantiedienstjaar en dat nog niet werd uitbetaald.

Verjaring vakantiegeld

De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een arbeider verjaart na 5 jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. Vanaf 1 januari 2010 wordt deze termijn evenwel teruggebracht op 3 jaar.

Wanneer het vakantiegeld moet worden teruggevorderd dat ten onrechte aan een arbeider werd toegekend, verjaart deze vordering ook na 5 jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop vakantiegeld betrekking heeft. Ook deze termijn wordt vanaf 1 januari 2010 teruggebracht op 3 jaar.

In geval van vergissing toe te schrijven aan het vakantiefonds, bedraagt de termijn van terugvordering 2 jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. Deze termijn wordt evenwel op 5 jaar gebracht indien de vergissing een gevolg was van fraude of bedrog in hoofde van de arbeider.

Voorbeeld

Een arbeider tewerkgesteld in het vijfdagenstelsel heeft in 2008 een brutoloon verdiend van 20.000 euro. Hij totaliseert 200 arbeidsdagen en 30 gelijkgestelde dagen.

Om het bruto vakantiegeld te bepalen moet eerst het totale in aanmerking te nemen loon berekend worden. Dat brutoloon moet verhoogd worden tot 108%.

20.000 euro x 108/100 = 21.600,00 euro

Het fictief loon voor de 30 gelijkgestelde dagen kan berekend worden door eerst het gemiddeld dagloon te bepalen en dan te vermenigvuldigen met 36 (de 30 dagen in het vijfdagenstelsel dienen immers omgezet te worden naar het zesdagenstelsel). Het gemiddeld dagloon bedraagt dus:

20.000 euro: 240 (200 in vijfdagenweek omgezet naar zesdagenweek) = 83,33 euro.

Het fictief loon is dus gelijk aan 83,33 euro x 36 dagen = 2.999,99 euro.

Het totale brutoloon voor 2008 bedraagt dus 24.599,99 euro, nl. 21.600,00 + 2.999,99.

Het bruto vakantiegeld waarop de arbeider gerechtigd is bedraagt 3.783,48 euro, nl. 24.599,99 euro x 15,38%.

Dat brutobedrag bestaat uit

  • 8% van 24.599,99 = 1.967,99 euro (enkel vakantiegeld)
  • 7,38 % van 24.599,99 = 1.815,48 euro (dubbel vakantiegeld)

Buitengewone bijeenkomst van de werknemersgroep van het Europees Economisch en Sociaal Comité

30 juni 2014

Op 27 juni hield de werknemersgrope van het Europees Economisch en Sociaal Comité een buitengewone...

De informateur luistert naar de vakbonden

30 juni 2014

De nieuwe informateur, Charles Michel, consulteerde op zaterdag 28 juni de vakbonden en...

Procedure tegen discriminatie bouwvakkers gestart

27 juni 2014

De ACLVB dient samen met de andere vakbonden een vordering in bij het Grondwettelijk Hof tegen de...

Cat:

Wie zal Europa leiden? Welke richting zal het beleid uitgaan?

23 juni 2014

Acties van het Europees Vakverbond op 23 juni 2014 De Liberale Vakbond wil blijven geloven in het...

Koning Albertlaan 95 - 9000 GENT
Tel. 09-222.57.51
Fax 09-221.04.74
E-mail : aclvb (at) aclvb.be
ACLVB op Twitter : www.twitter.com/ACLVB
ACLVB op Google+ : +ACLVB
ACLVB op Facebook : www.facebook.com/ACLVB/

Taal: