Share/Save/Bookmark

Vakantiegeld bedienden

Het vakantiegeld voor bedienden is een zaak tussen werkgever en werknemer onderling. De betaling gebeurt niet via externe fondsen en via socialezekerheidsbijdragen maar wordt rechtstreeks geregeld door de werkgever.

Om die reden moet voor bedienden een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds, vakantiegeld lopende de arbeidsovereenkomst, en anderzijds, vakantiegeld bij het einde van de arbeidsovereenkomst.

Berekeningswijze vakantiegeld

Het enkel vakantiegeld vormt voor de bediende geen probleem. Hij ontvangt gewoon het loon en de andere voordelen alsof hij zou gewerkt hebben

Het dubbel vakantiegeld komt overeen met 1/12 van 92% van de brutobezoldiging van de maand tijdens dewelke de bediende zijn hoofdvakantie opneemt x het aantal gewerkte of gelijkgestelde maanden in het vakantiedienstjaar.

Het loon van het vakantiedienstjaar dat als basis dient voor de berekening van het vakantiegeld, wordt eventueel vermeerderd met een fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met werkelijke dagen zijn gelijkgesteld.

Loon

Het begrip loon, op basis waarvan het vakantiegeld moet worden berekend, betreft het loon in arbeidsrechtelijke zin waarop sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Voor de berekening van het vakantiegeld einde dienstbetrekking is de berekeningsbasis hetzelfde, zij het wel dat daarbij vereist is dat het moet gaan om loon verdiend tijdens het vakantiedienstjaar.

Het loon voor regelmatig gepresteerde overuren, ploegenpremies, voordelen in natura, komen mee in aanmerking voor de berekening van het vakantiegeld.

Het vakantiegeld wordt enkel berekend op grond van het loon ingevolge prestaties in België.

Aangezien enkel het loon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de gewone sociale zekerheidsbijdragen dient als basis voor de berekening van het vakantiegeld, zijn ondermeer uitgesloten: maaltijdcheques, werkgeversbijdrage in de groepsverzekering, werkgeversbijdragen in de hospitalisatieverzekering, het voordeel van het gebruik van de bedrijfswagen voor privédoeleinden, het voordeel van het gebruik van een laptop en/of GSM voor privédoeleinden. Op die voordelen zal de bediende dus geen vakantiegeld bekomen.

Voor de berekening van het vakantiegeld einde dienstbetrekking moet wel rekening gehouden worden met de eindejaarspremie en alle andere voordelen verworven krachtens de arbeidsovereenkomst.

Vakantiegeld lopende de arbeidsovereenkomst

De wijze van berekenen verschilt naargelang het een bediende betreft met een vast loon dan wel een bediende met een geheel of gedeeltelijk variabel loon.

Bedienden met een vast loon

De werkgever betaalt aan de bediende die vakantie neemt:

  • het enkelvoudig vakantiegeld, d.w.z. de normale bezoldiging voor de vakantiedagen;
  • het dubbel vakantiegeld, d.w.z. per maand in de loop van het vakantiedienstjaar gepresteerde of daarmee gelijkgestelde dagen, een toeslag gelijk aan 1/12 van 92% van de brutowedde van de maand waarin de vakantie ingaat.

Voorbeeld

Een bediende heeft in 2008 gedurende het hele jaar prestaties geleverd en heeft in 2009 bijgevolg recht op 20 vakantiedagen. Het maandloon bedraagt 2.500 euro bruto. De bediende die in juli 2009 vakantie neemt zal van zijn werkgever moeten ontvangen:

  • het enkelvoudig vakantiegeld = 2.500 euro
  • het dubbel vakantiegeld gelijk aan 92% van 2.500 euro = 2.300 euro
  • Totaal = 4.800 euro

Indien diezelfde bediende in 2008 slechts 4 gepresteerde of gelijkgestelde maanden zou kunnen inroepen, zou hij in juni 2009 als dubbel vakantiegeld ontvangen: 4/12 van 92 % van 2.500.

Voor de met effectief gewerkte dagen gelijkgestelde dagen wordt een fictief loon in aanmerking genomen gelijk aan het dagloon verschuldigd aan de bediende op het ogenblik dat de tot gelijkstelling aanleiding gevende gebeurtenis zich voordoet.

Bedienden met een geheel of gedeeltelijk veranderlijk loon

Wanneer het loon geheel of gedeeltelijk veranderlijk is, heeft de bediende per vakantiedag recht op een vakantiegeld dat gelijk is aan het dagelijks gemiddelde van de brutobezoldigingen die verdiend werden gedurende de 12 maanden die de maand waarin de vakantie genomen wordt, voorafgaan of, in voorkomend geval, gedurende het gedeelte van die 12 maanden dat zij in dienst zijn geweest.

Dat bedrag wordt eventueel verhoogd met een fictieve wedde voor met effectief gewerkte dagen gelijkgestelde dagen van arbeidsonderbreking. Dit betreft het enkel vakantiegeld.

Het dubbel vakantiegeld wordt berekend op basis van de gemiddelde maandwedde van dezelfde bezoldigingen.

Wanneer de vakantie wordt gespreid is de in aanmerking te nemen periode van 12 maanden, die welke de maand voorafgaat waarin de bediende zijn hoofdvakantie neemt.

Voorbeeld

Een bediende heeft een geheel veranderlijk loon en heeft 12 maanden dienst in het vakantiedienstjaar. Zijn brutoloon over de 12 maanden die de vakantiemaand voorafgegaan zijn beloopt 20.000 euro. De gemiddelde maandwedde bedraagt 1.666,66 euro en zijn dagelijks gemiddelde is 76,92 euro, nl. 1.666,66 x 3/65.

De bediende neemt in juli 4 weken vakantie. Hij zal naast het loon voor eventueel nog gepresteerde dagen in juli, vakantiegeld ontvangen. Zijn vakantiegeld bedraagt:

  • enkel vakantiegeld 76,92 euro x 20 = 1.538,46 euro
  • dubbel vakantiegeld 92% van 1.666,66 euro = 1.533,32 euro

Voor de bedienden met volledig veranderlijke wedde is de fictieve dagelijkse wedde voor met gewerkte dagen gelijkgestelde dagen gelijk aan de gemiddelde dagelijkse wedde die effectief verdiend werd in de loop der twaalf maanden die voorafgaan aan de maand waarin de gebeurtenis die tot gelijkstelling aanleiding geeft zich voordoet.

Is de bediende minder dan 12 maanden werkzaam geweest bij de werkgever die hem in dienst heeft op het ogenblik van de gelijk te stellen periode, dan is de fictieve dagelijkse wedde gelijk aan de gemiddelde dagelijkse wedde bij deze werkgever verdiend gedurende de maanden die de maand voorafgaan waarin de gebeurtenis zich heeft voorgedaan.

Vakantiegeld einde dienstbetrekking (of bij aanvang tijdskrediet)

Naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever het vakantiegeld betalen verworven op het ogenblik dat deze bediende de onderneming verlaat. Een dergelijk vakantiegeld moet ook worden betaald en verrekend bij militieverplichtingen, de overgang van statuut, bij voltijdse beroepsloopbaanonderbreking en wanneer de bediende in pensioen gaat. Sedert 2007 moet ook een vakantiegeld einde dienst worden toegekend aan de bedienden die in een deeltijds regime gaan werken met minder arbeidsuren.

Het vakantiegeld einde dienstbetrekking wordt betaald zowel met betrekking tot het lopende vakantiedienstjaar als met betrekking tot het vorige.

Met betrekking tot het lopende vakantiedienstjaar

Het percentage aan vakantiegeld bedraagt 15,34%, nl. 7,67% enkel vakantiegeld en 7,67% dubbel, van de tijdens het lopend vakantiejaar verdiende brutoloon. Dat loon wordt eventueel aangevuld met het fictief loon voor de met gewerkte dagen gelijkgestelde inactiviteitsdagen.

Met betrekking tot het vorige vakantiedienstjaar

  • Wanneer de bediende de vakantiedagen waarop hij recht heeft ingevolge zijn prestaties in het vorige vakantiedienstjaar nog niet heeft genoten, dan heeft hij bovendien nog recht op 15,34% van de tijdens dit vakantiedienstjaar verdiende brutolonen, eventueel verhoogd met een fictief loon voor de inactiviteitsdagen.
  • Werden er daarentegen wel al vakantiedagen opgenomen, dan moet dat bedrag verminderd worden met het reeds ontvangen vakantiegeld voor de opgenomen vakantiedagen. Dit gebeurt als volgt: brutoloon x aantal genoten vakantiedagen/volledig aantal vakantiedagen x 15,34%.
  • De mogelijkheid bestaat ook dat voor de reeds opgenomen vakantiedagen wel al enkel vakantiegeld werd uitbetaald doch nog geen dubbel (uitdiensttreding voor de maand waarin het dubbel vakantiegeld wordt uitbetaald). In dat geval moet het vakantiegeld worden berekend rekening houdend met het reeds ontvangen enkel vakantiegeld. Dit gebeurt als volgt: brutoloon x aantal genoten vakantiedagen/volledig aantal vakantiedagen x 7,67%.

De werkgever overhandigt op het ogenblik van de uitdiensttreding bovendien een attest aan de bediende met vermelding van:

  • de periode gedurende dewelke de bediende in het vakantiedienstjaar bij hem in dienst was en eventueel de gelijkgestelde periode;
  • het brutobedrag van het verschuldigde vakantiegeld;
  • het percentage dat voor de berekeing van dit vakantiegeld in aanmerking werd genomen.

Dit attest moet door de bediende overhandigd worden aan zijn nieuwe werkgever zodat deze op het ogenblik dat hij het vakantiegeld moet uitbetalen de nodige verrekeningen kan doen.

Indien de bediende na het beëindigen van haar arbeidsovereenkomst bij een andere werkgever in dienst treedt zal deze een verrekening moeten doorvoeren op het ogenblik van de uitbetaling van het vakantiegeld.

De nieuwe werkgever betaalt het vakantiegeld alsof de aangeworven bediende altijd bij hem tewerkgesteld was; deze dient dus het enkelvoudig en het dubbel vakantiegeld uit te betalen onder aftrek van het bedrag van het vakantiegeld dat betrekking heeft op het betrokken dienstjaar en dat door de vorige werkgever werd uitbetaald.

Deze aftrek mag evenwel niet meer bedragen dan het vakantiegeld dat door deze werkgever verschuldigd zou zijn geweest indien de bediende de arbeid die hij in het vakantiedienstjaar bij andere werkgevers heeft verricht in zijn dienst zou hebben gepresteerd.

Voorbeeld 1

Een werknemer was tewerkgesteld bij werkgever A van 1 januari 2008 tot en met 28 februari 2009. Hij had een bruto maandloon van 2.500 euro. Hij genoot tevens van een eindejaarspremie gelijk aan een dertiende maand. Ook in 2009 genoot de bediende een pro rata eindejaarspremie. In 2009 had hij, voor het vakantiedienstjaar 2008, reeds 5 dagen verlof genomen. Het dubbel vakantiegeld voor 2009 was nog niet uitbetaald.

Werkgever A moet aan de bediende het volgende vakantiegeld einde dienstbetrekking uitbetalen:

  • voor het vakantiedienstjaar 2008:
    • Enkel vakantiegeld: (2.500 x 13) x 15/20 x 7,67 % = 1.869,56 euro
    • Dubbel vakantiegeld: (2.500 x 13) x 7,67 % = 2.492,75 euro
  • voor het vakantiedienstjaar 2009:
    • Enkel vakantiegeld: ((2.500 x 2) + (2.500 x 2/12)) x 7,67 % = 415,46 euro
    • Dubbel vakantiegeld: ((2.500 x 2) + (2.500 x 2/12)) x 7,67 % = 415,46 euro

Voorbeeld 2

Een werknemer was tewerkgesteld bij werkgever A van 1 januari 2008 tot en met 31 mei 2009. Hij had een bruto maandloon van 2.500 euro. Hij genoot tevens van een eindejaarspremie gelijk aan een dertiende maand. Ook in 2009 genoot de bediende een pro rata eindejaarspremie. In 2009 had hij, voor het vakantiedienstjaar 2008, reeds1 5 dagen verlof genomen. Het dubbel vakantiegeld voor 2009 was al uitbetaald.

Werkgever A moet aan de bediende het volgende vakantiegeld einde dienstbetrekking uitbetalen:

  • voor het vakantiedienstjaar 2008:
    • Enkel vakantiegeld: (2.500 x 13) x 5/20 x 7,67% = 623,19 euro
    • Dubbel vakantiegeld: dit werd reeds uitbetaald en is dus niet meer verschuldigd
  • voor het vakantiedienstjaar 2009:
    • Enkel vakantiegeld: ((2.500 x 5) + (2.500 x 5/12)) x7,67% = 1.038,64 euro
    • Dubbel vakantiegeld: ((2.500 x 5) + (2.500 x 5/12)) x7,67% = 1.038,64 euro

Specifieke gevallen

Vakantiegeld voor een bediende die in het vakantiedienstjaar tewerkgesteld was als arbeider

Voor de arbeider wordt het vakantiegeld uitbetaald door de vakantiekas waarbij zijn werkgever aangesloten is. De betaling gebeurt in de loop van het vakantiejaar.

De huidige werkgever van de bediende betaalt hem in het vakantiejaar een vakantiegeld dat berekend wordt alsof de bediende tijdens het vakantiedienstjaar bij hem als bediende tewerkgesteld was.

Het bedrag dat door de vakantiekas werd uitbetaald komt daarvan in mindering. Er kan evenwel nooit een negatief resultaat bereikt worden. Er mag niet meer afgetrokken worden dan het bedrag aan vakantiegeld dat de bediende zou gekregen hebben indien hij ook het vorig jaar bij de werkgever als bediende werkzaam was geweest.

Voorbeeld

Een bediende die het hele jaar 2008 als arbeider was tewerkgesteld ontvangt in mei 2009 van de vakantiekas een bruto vakantiegeld ten bedrage van 2.500 euro.

Betrokkene neemt zijn vakantie in augustus 2009. Zijn maandwedde bedraagt op dat ogenblik 2.000 euro.

Zijn huidige werkgever betaalt hem:

  • maandloon augustus 2009: = 2.000 euro
  • dubbel vakantiegeld: 92% van 2.000 euro = 1.840 euro
  • min het vakantiegeld uitbetaald door de vakantiekas – 2.500 euro maar beperkt tot 2.000 euro x 12 x 15,38%
  • = 3.691,20 euro.

De aftrek mag dus integraal gebeuren. De huidige werkgever mag in mindering brengen: 2.500 euro – 25 euro (1% solidariteitsbijdrage)= 2.475,00 euro.

Vakantiegeld voor een bediende die in het vakantiedienstjaar tewerkgesteld was in een openbare dienst of als zelfstandige

De vakantieregeling voor werknemers kent het principe dat vakantie en vakantiegeld worden opgebouwd door de prestaties als werknemer tijdens het vakantiedienstjaar. Hierboven is reeds uiteengezet dat personeelsleden tewerkgesteld in statutair verband een andere regeling kennen. Ook komt het veel voor dat personeelsleden tewerkgesteld met een werknemersstatuut, ook niet onderworpen zijn aan de regeling van de Jaarlijkse Vakantiewet, omdat voor hen ook de andere regeling, van toepassing op het statutair personeel, van toepassing is verklaard. Dergelijke personeelsleden, die het jaar daarop worden tewerkgesteld als bediende in de privésector, hebben geen recht op vakantiedagen en vakantiegeld in de regeling werknemers, aangezien in het vorig jaar in deze regeling geen vakantie is opgebouwd tijdens het vakantiedienstjaar. De openbare instelling die zij verlaten, is niet verplicht tussenbeide te komen voor het vakantiegeld van het jaar daarop. De gepresteerde arbeid geeft dus geen recht op vakantiedagen, noch op vakantiegeld. De werkgever die deze personen nadien als bediende in dienst neemt, is dus niet verplicht vakantiedagen toe te staan.

Hetzelfde principe is van toepassing op bedienden die vorig jaar het statuut van zelfstandige hadden. De arbeid als zelfstandige geeft immers geen recht op vakantiedagen en vakantiegeld.

Vakantiegeld bij vermindering van prestaties

Wanneer de bediende zowel in het vakantiedienstjaar als in het vakantiejaar deeltijds werkte op basis van eenzelfde uurrooster, gebeurt de berekening van het vakantiegeld op dezelfde wijze als voor een bediende die voltijds tewerkgesteld is.

Wanneer daarentegen wordt overgeschakeld naar een arbeidsstelsel met een kortere duur (van voltijds naar deeltijds of van deeltijds naar deeltijds met minder uren) moet vakantiegeld einde dienstbetrekking worden uitbetaald.

De berekening en de betaling van het vertrekvakantiegeld gebeurt steeds in de maand december van het jaar waarin de wijziging geschiedt. In deze maand wordt er 15,34% van de brutolonen verdient in het huidig vakantiedienstjaar en daarbij 15,34% van de brutolonen verdiend in het vorig vakantiedienstjaar, toegekend. Van dit laatste luik wordt een deel afgetrokken wanneer reeds een deel van de vakantie was opgenomen. De berekening gebeurt op net dezelfde wijze als bij het gewone vakantiegeld einde dienstbetrekking. De gewone eindejaarspremie wordt evenwel niet mee in aanmerking genomen voor de berekening van het vakantiegeld einde dienstbetrekking.

Vakantiegeld van een bediende die met pensioen gaat

De bediende die in de loop van het vakantiejaar met pensioen gaat, heeft recht op het vakantiegeld voor zijn prestaties in het vakantiedienstjaar en in het jaar waarin hij met pensioen gaat.

De bediende is niet verplicht zijn vakantiedagen i.v.m. de prestaties in het vakantiedienstjaar volledig op te nemen vóór de ingangsdatum van het pensioen.

Vakantiegeld van een bediende die overlijdt

Het vakantiegeld met betrekking tot de prestaties tijdens het vakantiedienstjaar en eventueel tijdens het lopende jaar moet worden betaald aan de rechthebbenden van de overleden bediende. De erfgenamen kunnen de onmiddellijke betaling daarvan opeisen.

Vakantiegeld van een bediende die geen vakantie heeft kunnen nemen

Vakantiedagen dienen in principe genomen te worden tijdens het vakantiejaar en kunnen strikt genomen (behoudens andere overeenkomst) niet overgedragen worden naar het volgende jaar. Bedienden die wegens ziekte, ongeval, enz. niet in de mogelijkheid verkeerden om hun vakantiedagen op te nemen hebben recht op de betaling van het overeenstemmend vakantiegeld op de normale vakantiedatum vastgesteld in de onderneming waar hij voor het laatst werkzaam was en uiterlijk op 31 december van het jaar dat op het vakantiedienstjaar volgt.

De RVA en het ziekenfonds zullen de uitbetaling van uitkeringen schorsen ten belope van het aantal vakantiedagen waarop de bediende nog gerechtigd is.

Inhoudingen

Op het vakantiegeld lopende de dienstbetrekking

Artikel 2 van de loonbeschermingswet sluit het vakantiegeld uit als loon, wat tot gevolg heeft dat daarop geen sociale zekerheidsbijdragen moeten worden ingehouden. Evenwel wordt voor de heffing van sociale zekerheidsbijdragen het enkel vakantiegeld en de wettelijke aanvulling op het dubbel vakantiegeld opnieuw in het loonbegrip ondergebracht. De gewone RSZ-inhoudingen zijn dus van toepassing op het enkel vakantiegeld. Ook de gewone bedrijfsvoorheffing wordt toegepast.

Het dubbel vakantiegeld is uitgesloten uit het loonbegrip dat wordt gehanteerd voor de heffing van sociale zekerheidsbijdragen. Er wordt evenwel een inhouding op verricht van 13,07%. Een percentage dat toevallig gelijk is aan de gewone sociale zekerheidsbijdragen. Op het dubbel vakantiegeld is een exceptionele bedrijfsvoorheffing verschuldigd die hoger ligt dan de gewone voorheffing op lonen.

Op het vakantiegeld einde dienstbetrekking

Sedert 1 januari 2007 is het enkel vakantiegeld einde dienstbetrekking onderworpen aan de gewone sociale zekerheidsbijdragen, voorheen was het vrij van RSZ. Enkel vakantiegeld uitbetaald aan werknemers met een overeenkomst voor uitzendarbeid of tijdelijke arbeid is nog steeds vrij van RSZ.

Op het enkel vakantiegeld einde dienstbetrekking is evenwel een exceptionele voorheffing verschuldigd.

Op het dubbel vakantiegeld bij uitdiensttreding voor een bediende is een inhouding van 13,07% van toepassing.

Op het aanvullend dubbel vakantiegeld voor de derde, vierde, vijfde en desgevallend zesde dag van de vierde week is geen inhouding van 13,07% van toepassing en dit is ook vrijgesteld van RSZ-bijdragen.

Voor het dubbel vakantiegeld is eveneens de exceptionele bedrijfsvoorheffing van toepassing.

Betaling vakantiegeld

Het vakantiegeld wordt rechtstreeks door de werkgever aan de bediende betaald. Ook het vakantiegeld m.b.t. de gelijkgestelde inactiviteitsdagen is ten laste van de werkgever bij wie de belanghebbende werkzaam is op het tijdstip van de gebeurtenis die de inactiviteit heeft veroorzaakt.

In de praktijk wordt het dubbel vakantiegeld aan alle werknemers op eenzelfde tijdstip betaald (in de maanden mei, juni of juli). In zo’n geval wordt het dubbel vakantiegeld meestal betaald op een tijdstip dat zich voor de hoofdvakantie situeert. Deze praktijk wordt gedoogd en is, administratief gezien, ook de meest werkbare.

Het vakantiegeld einde dienstbetrekking wordt uitbetaald bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, bij militieverplichtingen, bij de overgang van statuut, bij voltijdse beroepsloopbaanonderbreking, wanneer de bediende in pensioen gaat en bij overgang naar een deeltijdse tewerkstelling.

Verjaring vakantiegeld

De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een bediende of een leerling-bediende verjaart na 3 jaar, vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft.

De publieke rechtsvordering gebaseerd op de overtreding van de wettelijke bepalingen inzake jaarlijkse vakantie verjaart eveneens door verloop van 3 jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.

Een geslaagde mobilisatie, de bal ligt nu in het kamp van de regering !

17 december 2014

Het Nationaal Comité van de ACLVB evalueerde vandaag de provinciale acties en de nationale...

Stakingsrecht. België opnieuw van plan om het te veroordelen ?

12 december 2014

Nu de acties van 15 december 2014 in gans het land naderen, merken we dat het VBO en sommige...

De regering maakt de algemene, nationale staking van 15 december zelf onvermijdbaar

09 december 2014

Het Nationaal Bureau stelde vanmorgen vast dat de regering, tot de laatste provinciale staking van...

4de UNI Global Congres van start!

08 december 2014

Van 7 tot 10 december gaat in het Zuid-Afrikaanse Kaapstad, het vierde wereldcongres van  UNI...

Koning Albertlaan 95 - 9000 GENT
Tel. 09-222.57.51
Fax 09-221.04.74
E-mail : aclvb (at) aclvb.be
ACLVB op Twitter : www.twitter.com/ACLVB
ACLVB op Google+ : +ACLVB
ACLVB op Facebook : www.facebook.com/ACLVB/

Taal: