Geluidshinder op het werk
Zowel in de privésfeer als op beroepsvlak worden we geconfronteerd met geluid dat in vele gevallen schadelijk is voor ons gehoor.
Denken we maar aan de luidruchtige grasmaaier of houtzaag die we in onze vrije tijd gebruiken, of op een concert of optreden waar de decibels in het rond vliegen.
Op de werkplek zijn echter een aantal normen vastgelegd bij wet.
K.B. van 16 januari 2006 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico's van lawaai op het werk (B.S. 15 februari 2006).
Het besluit is de omzetting in Belgisch recht van de Richtlijn 2003/10/EG van 6 februari 2003 betreffende de minimumvoorschriften voor gezondheid en veiligheid wat betreft de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (lawaai). Het besluit is van toepassing op activiteiten waarbij werknemers vanwege hun werk worden of kunnen worden blootgesteld aan de risico’s verbonden aan lawaai.
De werkgever onderzoekt in de eerste plaats of de werknemers tijdens hun werk blootgesteld worden of kunnen worden aan de risico’s verbonden aan lawaai. Vervolgens beoordeelt hij en meet hij het niveau van de blootstelling. De methodes en apparaten die daarvoor worden gebruikt, zijn afgestemd op de heersende omstandigheden en meer bepaald op de kenmerken van het te meten lawaai, de duur van de blootstelling, de omgevingsfactoren en de kenmerken van de meetapparatuur.
De werkgever doet daarvoor een beroep op de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en, indien nodig, op een laboratorium dat erkend is voor het meten van lawaai. Meten is eer belangrijk en dient regelmatig te worden uitgevoerd.
Meten = weten
De werkgever zal er in de eerste plaats voor zorgen dat het lawaai weggenomen wordt aan de bron of tot een minimum beperkt wordt, rekening houdend met de technische vooruitgang en de beschikbaarheid van de nodige beheersmaatregelen. Dat gebeurt o.a. door het treffen van de volgende maatregelen :
- gebruik van alternatieve werkmethoden die leiden tot minder blootstelling aan lawaai;
- de keuze van de juiste arbeidsmiddelen en informatie en opleiding van de werknemers zodat zij die arbeidsmiddelen zo zouden gebruiken dat de blootstelling aan lawaai tot een minimum beperkt wordt;
- het ontwerp en de indeling van de werkplek en de arbeidsplaats;
- technische maatregelen ter beperking van lawaai als gevolg van luchtgeluid (zoals door afscherming of door afdekking met geluidsabsorberend materiaal) of als gevolg van constructiegeluid (zoals door demping of door isolatie);
- passende onderhoudsprogramma’s voor de arbeidsmiddelen, de arbeidsplaats en de systemen op de arbeidsplaats;
- de organisatie van de werkzaamheden, meer bepaald de beperking van de duur en de intensiteit van de blootstelling en het voorzien in aangepaste werkschema’s en voldoende rustpauzes.
Volgende waarden zijn van toepassing
- onderste actiewaarden voor blootstelling: 80 dB(A);
- bovenste actiewaarden voor blootstelling: 85 dB(A);
- grenswaarden voor blootstelling: 87 dB(A).
Bij de toepassing van de grenswaarden voor blootstelling wordt voor de bepaling van de daadwerkelijke blootstelling van de werknemer rekening gehouden met de dempende werking van door de werknemer gedragen individuele gehoorbeschermers. Bij de toepassing van de actiewaarden voor blootstelling, waarbij de te nemen preventiemaatregelen bepaald worden, wordt geen rekening gehouden met het dempende effect van gehoorbeschermers.
Wanneer de onderste actiewaarde van 80 dB(A) overschreden wordt, treft de werkgever de volgende maatregelen :
- ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen;
- voorlichting en opleiding van de werknemers;
- gezondheidstoezicht.
Wanneer de bovenste actiewaarde van 85 dB(A) overschreden wordt, treft de werkgever de volgende maatregelen :
- voorlichting en opleiding van de werknemers;
- technische of organisatorische maatregelen om lawaai te verminderen;
- signalisering en afbakening van de gevarenzones;
- verplicht gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen;
- gezondheidstoezicht.
De grenswaarde van 87 dB(A) mag niet worden overschreden. Wanneer dat toch het geval is, moeten er onmiddellijk maatregelen worden getroffen om de blootstelling onder de grenswaarde te brengen, moet men de oorzaak van de overschrijding identificeren en de preventiemaatregelen aanpassen om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt.
Inspraak van de werknemers
De werkgever moet voorlichting en opleiding geven aan de werknemers die op de arbeidsplaats worden blootgesteld aan lawaai dat gelijk aan of hoger is dan de onderste actiewaarden voor blootstelling over de risico’s die voortvloeien uit blootstellen aan lawaai.
Daar waar er een CPBW is, wordt dit geraadpleegd over en neemt inzonderheid deel aan :
- de beoordeling van de risico’s en vaststelling van de genomen maatregelen;
- de maatregelen ter voorkoming of vermindering van de risico’s van blootstelling;
- de selectie van individuele gehoorbeschermers (art. 23)
Download folder
|
|
geluidsoverlast-op-het-werk.pdf Geluidshinder op het werk |

