PC 330 : loon- en arbeidsvoorwaarden

Op deze pagina:

    Hoe vind ik mijn weg in deze sector?

    Hoewel de vakbonden al jaren ijveren voor gelijke loon-en arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers in dit paritair comité,  is dit vandaag nog niet het geval.

    Niet alleen is de sector zeer divers, maar veel hangt ook af van de wil van de subsidiërende overheid om te investeren in de sector. Tot voor kort was voornamelijk de Federale overheid bevoegd voor de zorginstellingen. Met de zesde staatshervorming wordt een deel van de activiteiten overgedragen naar de regionale overheden. Daarnaast zijn er deelsectoren waar de overheid helemaal niet tussenkomt in de financiering.

    Dit maakt dat deze sector zeer complex is. Het is niet eenvoudig om je weg naar de juiste informatie te vinden. Om wat orde te scheppen in de complexiteit wordt vaak gebruik gemaakt van een numerieke onderverdeling die meestal ook op je loonbrief wordt vermeld (soms voorafgegaan door "PC" en/of "Nr"). Staat dit niet op je loonbrief, dan kan je dit nummer altijd terugvinden op je individuele rekening die je jaarlijks in januari of februari ontvangt. Op één van die documenten zal je het nummer "330" terugvinden. Soms zullen hier nog een aantal nullen achter staan vb. "33000" of "330.00". In deze sector worden vaak extra nummers gebruikt om de deelsector aan te duiden, bv “330.01” staat voor de Federale gezondheidsdiensten en daarbinnen staat “330.01.10” of “330.011” voor de private-ziekenhuizen.

    Om je weg te vinden in de diverse codes kan je onderstaande tabel:

    PC 330 GEZONDHEIDSINRICHTINGEN EN -DIENSTEN

    Federale gezondheidsinrichtingen en-diensten 33001

    Privé-ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen

    Prive-Ziekenhuizen

    330

    01

    1

     

    330.01.10

    330011

    Psychiatrische verzorgingstehuizen

    330

    01

    1

     

    330.01.10

    330011

    Ouderenzorg : Rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen, service-flats, dagverzorgingscentra voor bejaarden, dagcentra voor bejaarden  

    Rusthuizen

    330

    01

    2

     

    330.01.20

    330012

    Rust- en verzorgingstehuizen

    330

    01

    2

     

    330.01.20

    330012

    Serviceflats

    330

    01

    2

     

    330.01.20

    330012

    Dagverzorgingscentra voor bejaarden

    330

    01

    2

     

    330.01.20

    330012

    Dagcentra voor bejaarden

    330

    01

    2

     

    330.01.20

    330012

    Thuisverpleging

    Thuisverpleging

    330

    01

    3

     

    330.01.30

    330013

    Revalidatiecentra

    Autonome Revalidatiecentra

    330

    01

    4

    1

    330.01.41

    330014

    Centres de Revalidation autonomes et de Réadaptation Fonctionnelle

    330

    01

    4

    2

    330.01.42

    330014

    Residuair van het federaal akkoord

    Initiatieven voor Beschut wonen NL

    330

    01

    5

    1

    330.01.51

    330015

    Initiatives d'habitations protégées FR

    330

    01

    5

    2

    330.01.52

    330015

    Wijkgezondheidscentra NL

    330

    01

    5

    1

    330.01.53

    330015

    Maisons Médicales FR

    330

    01

    5

    2

    330.01.54

    330015

    Diensten voor bloed van het Rode kruis van Belgïe

    330

    01

    5

     

    330.01.55

    330015

    Bicommunautaire gezondheidsinrichtingen en -diensten erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie 33002

    Bicommunautaire gezondheidsrichtingen en -diensten

    330

    02

     

     

    330.02

    33002

    Dentaaltechnische bedrijven 33003

    Dentaaltechnische bedrijven

    330

    3

     

     

    330.03

    33003

    Overige diensten en instellingen 33004

    Eerste- hulpdiensten

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Ondernemingen uit de bedrijfstak van het onafhankelijk ziekenvervoer

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Kabinetten van huisartsen en/of specialisten

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Kabinetten van kinesitherapeuten

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Tandartspraktijken

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Medisch-pediatrische centra

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Andere paramedische praktijken

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Overlegplatforms van psychiatrische instellingen en diensten

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Polyklinieken

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Palliatieve thuiszorg

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Externe diensten voor preventie en bescherming op het werk

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Laboratoria (bijvoorbeeld : klinische biologie, anatomophatologie, …)

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Medische controlediensten

    330

    04

     

     

    330.04

    33004

    Weten in welke subsector je werkt zal je al een heel eind op weg helpen om te weten welke loon-en arbeidsvoorwaarden voor jou gelden.

    Om het je gemakkelijk te maken hebben we voor een aantal grote subsectoren zowel een samenvattende brochure als een CAO-bundeling gemaakt waar je snel jouw informatie kan vinden. Dit is het geval voor :

    Sectorbrochure

    CAO-bundeling

    Ziekenhuizen

    Ziekenhuizen

    Ouderenzorg

    Ouderenzorg

    Thuisverpleging

    Thuisverpleging

    We proberen hieronder een schets te geven van de belangrijkste afspraken die er bestaan in de verschillende sectoren van dit paritair comité.

    Als je na het lezen nog vragen hebt, aarzel dan niet om met onze medewerkers contact op te nemen in één van de ACLVB-kantoren. Als het even kan vermeld je meteen ook best je subsector en de code van je sector.

    NEW!!! Nieuwe functieclassificatie IF-IC 

    De sociale partners hebben de VZW IF-IC opgericht om een nieuwe classificatiemethode te ontwikkelen voor alle non-profit sectoren. Deze IF-IC classificatiemethode vertrekt niet langer van het behaalde opleidingsniveau of diploma om functies tov mekaar te plaatsen. Ze vertrekt van “sectorale referentiefuncties” die uitgebreid worden beschreven, onderworpen aan een analytisch wegingssysteem en ingedeeld in nieuwe loonklassen. Het doel van deze oefening is een nieuw loonmodel te ontwikkelen dat in verschillende non-profit sectoren kan worden toegepast.

    In 2016 werden de eerste cao’s getekend die de functieclassificatie vaststelde voor alle sectoren die behoorden tot de zgn. Federale Gezondheidssectoren (33001). Hoewel intussen door de staatshervorming verschillende sectoren (o.a. ouderenzorg/categorale ziekenhuizen/revalidatiecentra/ PVT (psychiatrische verzorgingstehuizen)/beschut wonen) onder de bevoegdheid zijn gebracht van de regionale overheden, geldt deze functieclassificatie ook voor deze geregionaliseerde sectoren.

    Eind 2017 werd voor het eerst een akkoord bereikt over een nieuw loonmodel dat gebaseerd is op de  ific-functieclassificatie. Het sociaal akkoord 2017-2020 voor de Federale gezondheidsdiensten voorziet de invoering van ific-barema’s,  echter alleen voor de sectoren die nog federaal worden gefinancierd (m.n. de privé ziekenhuizen, thuisverpleging, enkele federaal gebleven revalidatiecentra, de forensche psychiatrische centra, de wijkgezondheidscentra en de dienstens voor het bloed van het Belgische Rode Kruis).

    Het loonmodel legt doellonen vast die in verschillende fases zullen worden bereikt. Vanaf 1/1/2018 gaat de eerste fase van start. Werknemes in dienst vertrekken daarbij van het barema dat ze hadden vóór 1/1/2018 en kunnen kiezen voor het behoud van hun oude barema of voor de overstap naar het ific-barema. Het ific-barema evolueert stapsgewijze in de richting van de ific-doellonen. Er zullen verschillende sociale akkoorden nodig zijn om de volledige doellonen te bereiken, maar de belangrijke eerste stap is gezet. Vanaf 1/5/2018 zullen alle nieuwe werknemers direct aan het ific-barema worden betaald.

    In de ific-baremas worden sommige loontoeslagen geïntegreerd in het loon. Het gaat om de  haard of standplaatstoelage en de functietoeslagen voor diensthoofden.

    Toegegeven, het is geen eenvoudige oefening om je weg te vinden naar de juiste informatie. We hebben alvast getracht je een klare kijk te geven in volgende artikels :

    Hoe weet ik hoeveel ik moet verdienen?

    Hoeveel je minimum moet verdienen hangt eerst en vooral af van subsector waarin je werkt. Elke subsector heeft zijn eigen functieclassificatie en loonschaal. Per subsector word je betaald op basis van je functie. Elke functie valt onder een categorie. Aan elke categorie wordt een loonschaal toegekend die evolueert op basis van anciënniteit. Om er zeker van te zijn dat je genoeg verdient, kan je twee zaken nagaan:

    Word ik ondergebracht in de juiste categorie? Dit kan je nagaan in de cao functieclassificatie van jouw subsector.
    Krijg ik het minimumloon van mijn categorie met de daaraan gekoppelde loonschaal en volgens mijn anciënniteit ? Dit kan je nagaan door naar de loonschalen in jouw subsector te kijken.

    Om je minimumloon te controleren, zoek je jouw categorie op je loonbrief. Als je die gevonden hebt, dan zoek je deze in de lijst met minimumlonen van jouw subcomité. Als jouw loon minstens gelijk is aan het minimumloon, dan word je correct betaald. Indien je deeltijds werkt, wordt je loon pro rata je arbeidstijd berekend.

    Indien je eraan twijfelt of je in de juiste categorie en loonschaal wordt betaald, kan je kijken in de functieclassificatie  of jouw functie echt wel tot de categorie of loonschaal op jouw loonbrief behoort.

    Om je te helpen vind je hierna per subsector een link naar jouw functieclassificatie en naar de loonschalen. Lonen worden steeds vermeld alsof je voltijds bent tewerkgesteld. Deeltijdse werknemers moeten de barema’s herrekenen à rato van hun deeltijdse prestaties.

    Indien je toch nog met vragen zit, dan ben je steeds welkom in jouw ACLVB-kantoor voor meer uitleg. We helpen je met plezier verder.

    330011

    Private-Ziekenhuizen (Algemene, psychiatriche, universitaire)

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    330011 Categorale Ziekenhuizen, PVT (psychiatrische verzorgingstehuizen)

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    330012

    Ouderenzorg (excl. Serviceflats)

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    330013

    Thuisverpleging

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    330014

    Federale Revalidatiecentra

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    330014 Revalidatiecentra (Vlaanderen, Brussel, Wallonië)

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    330015

    Wijkgezondheidscentra

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    330015

    Diensten voor het Bloed (Rode Kruis)

    Functieclassificatie

    Ific functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    33002

    BICO gezondheidsinrichtingen en diensten

    Functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    33003

    Dentaaltechnische bedrijven

    Functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    33004

    Externe diensten voor bescherming en preventie op het werk

    Functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    33004

    Sectoren zonder specifieke CAO functieclassificatie (residuaire sector) (incl. serviceflats)

    Functieclassificatie

    Loonschalen & supplementen

    Hoeveel en hoe flexibel moet ik werken?

    De algemene arbeidsduur bedraagt 38 uur per week voor alle werknemers van de sector.

    Vaak worden deeltijdse contracten afgesloten. In dat geval moet elk contract minimum 13 uur per week bevatten. Elke prestatieperiode moet minstens 3 uur per dag duren.

    In sommige deelsectoren moet om evidente redenen 24 uur op 24 personeel beschikbaar zijn om te zorgen voor de patiënten. Dit is o.m het geval in de ziekenhuizen en de ouderenzorg.

    Daarom is het in deze subsectoren toegestaan dat de 38 uur gemiddeld wordt bereikt op 13 weken (trimester), waarbij men uurroosters kan hebben die tot 11 uur per dag gaan, maar waarbij niet meer dan 50 uur per week mag worden gewerkt. Deze grens van 50 uur per week mag worden overschreden op voorwaarde dat de 38 uur gemiddeld wordt bereikt op een periode van 4 weken.

    Het overschrijden van de wekelijkse maximumgrens wordt echter beperkt door het feit dat tijdens een trimester het aantal meeruren hoe dan ook moet beperkt worden tot 143 uren.  Bij overschrijding, dient er onmiddellijk compensatierust worden toegekend.  Indien moet gepresteerd worden boven de grens van 143 meeruren, worden dit overuren, die aan 150% bezoldigd worden.

    Alle uurroosters dienen vastgelegd te worden in het arbeidsreglement.

    Word ik extra betaald als ik flexibel werk?

    Ja, maar niet in elke subsector op dezelfde wijze. Hieronder kan je een schematisch overzicht vinden van de toeslagen voor onregelmatige prestaties.

    Sectorcode

    Dag prestaties op zaterdag

    Dag prestaties op zon- en feestdag

    Nacht prestaties zon- en feestdag

    Nacht prestaties op zaterdag en weekdagen

    Onderbroken diensten

    Avondprestaties  op weekdagen

    330.011

    26 %

    56 %

    56 %

    35 %

    50 %

    20%

    330.012

    26 %

    56 %

    56 %

    35 %

    50 %

    20%

    330.012 serviceflats

    26 %

    56 %

    50 %

    35 %

    50 %

    nvt

    330.013

    50 %

    56 %

    56 %

    35 %

    30 %

    20%

    330.014

    26 %

    56 %

    56 %

    35 %

    50 %

    20%

    330.015

    26 %

    56 %

    56 %

    35 %

    50 %

    20%

    330.02

    26 %

    56 %

    50 %

    35 %

    50 %

    nvt

    330.03

    nvt

    nvt

    nvt

    nvt

    nvt

    nvt

    330.04

    nvt

    20 %

    20 %

    20 %

    20 %

    nvt

    Alle uren gepresteerd tussen 20u en 6u worden beschouwd als nachturen. Bovendien worden alle uren en uurdelen van een prestatie die middernacht overschrijdt beschouwd als nachturen, zelfs als de prestatie voor 20u begint of eindigt na 6u. De toeslag voor nachtprestaties bedraagt 35 % op weekdagen en zaterdag, en 56 % op zon-en feestdagen.

    Een onderbroken dienst is een dienst welke minstens vier achtereenvolgende uren wordt onderbroken.  Deze toeslag geldt voor de prestaties, verricht zowel voor als na de onderbreking.  Voor een onderbroken dienst wordt een toeslag toegekend van 50%.

    Een avondprestatie is een prestatie tussen 19u en 20u op een weekdag. De toeslag voor avondprestaties bedraagt 20%.

    Voor prestaties verricht op zon-en feestdagen wordt een toeslag betaald van 56%.

    De toeslagen worden berekend op het baremiek uurloon volgens de duur van de onregelmatige prestaties. De toeslagen zijn onderling niet cumuleerbaar.

    De hoogste toeslag in functie van de geleverde onregelmatige prestaties is van toepassing.

    De toeslagen voor onregelmatige prestaties zijn wel cumuleerbaar met de toeslagen voor overwerk.

    Heb ik recht op een eindejaarspremie en een attractiviteitspremie?

    In het paritair comité 330 bestaan verschillende afspraken m.b.t. de eindejaarpremie naargelang de subsector waarin je werkt.

    We geven hieronder in tabelvorm de opbouw van deze verschillende systemen van eindejaarspremie weer. Sommige bedragen zijn vaste bedragen, andere bedragen worden jaarlijks geindexeerd en nog andere worden berekend als percentage van het jaarloon. Je moet de verschillende onderdelen samentellen om het juiste bedrag van de eindejaarspremie te kennen. Er zijn ook subsectoren waar geen sectorale regeling bestaat.

    Voor de federale gezondheidsdiensten werd de eindejaarspremie uitgebreid met een zgn. attractiviteitspremie. Ook deze bedragen kan je terug vinden in de tabel.

    Je moet steeds in de CAO nagaan of je wel recht hebt op de volledige eindejaarspremie en of geen pro rata regel moet worden toegepast omdat je bv deeltijds werkt of niet de volledige referteperiode hebt gewerkt. Hierover kan je steeds meer info vinden in de CAO of kan je contact opnemen met jouw ACLVB secretariaat.

    Jaar: 2017

    Eindejaarspremie

    Attractiviteitspremie

    Sectorcode

    Forfait

     

    Vast geïndexeerd

     

    % jaarloon

    Vast geïndexeerd

     

    % jaarloon

    330.011

    Nvt

     

    343,19 €

    +

    2,5 %

    647,53 €

    +

    0,53 %

    330.012

    Nvt

     

    343,19 €

    +

    2,5 %

    647,53 €

    +

    0,53 %

    330.013

    Nvt

     

    343,19 €

    +

    2,5 %

    647,53 €

    +

    0,53 %

    330.014

    Nvt

     

    343,19 €

    +

    2,5 %

    647,53 €

    +

    0,53 %

    330.015

    Nvt

     

    343,19 €

    +

    2,5 %

    647,53 €

    +

    0,53 %

    330.02

    161,40 €

    +

    343,19 €

    +

    2,5 %

    Nvt

     

    Nvt

    330.03

    375 € (2017)

    400 € (2018)

     

    vanaf 2019

    400 € 

     

    Nvt

    Nvt

     

    Nvt

    330.04

    Nvt

     

    Nvt

     

    Nvt

    Nvt

     

    Nvt

    Heb ik recht op verplaatsingsvergoedingen?

    Alle werknemers van de sector hebben recht op vergoedingen voor woon-werkverkeer en dienstverplaatsingen.

    Woon-werkverkeer met het openbaar vervoer wordt 100% terugbetaald.

    Woon-werkverkeer met privé-gemotoriseerd vervoer wordt vanaf de vierde kilometer terugbetaald a rato van 60% van de tabel met NMBS tarieven . Woonwerkverkeer met de fiets  wordt vanaf de eerste kilometer aan € 0,23 per km terugbetaald.

    Hoger omschreven regelingen zijn cumuleerbaar indien je verschillende vervoermiddelen gebruikt om je naar het werk te begeven.

    Dienstverplaatsingen met een privé-gemotoriseerd vervoermiddel worden vergoed vanaf de eerste kilometer.  Indien dit met de wagen gebeurt, krijg je € 0,3573 per km (periode 01/07/2018 tem 30/06/2019). Dienstverplaatsingen met de fiets worden aan € 0,23 per km vergoed.

    Wat is precies de haard- of standplaatstoelage?

    De haard – of standplaatstoelage wordt enkel voorzien in de sectoren met sectorcode 330.01 (330.011 tot 330.015).

    Een haardtoelage wordt toegekend :

    • aan het gehuwd of wettelijk samenwonend personeelslid, behalve wanneer de toelage aan hun echtgeno(o)t(e) of partner wordt toegekend.
    • aan de andere werknemers, die één of meer kinderen ten laste hebben voor wie ze kinderbijslag(en) ontvangen, behalve als zij samenwonen met een werknemer van het andere geslacht die de haardtoelage geniet.

    Als beide partners werknemers zijn van eenzelfde instelling, wordt de haardtoelage toegekend aan degene die het laagste loon geniet. Bij gelijke jaarbedragen kunnen de partners met wederzijds akkoord bepalen wie van beiden begunstigde zal zijn van de haardtoelage.

    Een standplaatstoelage wordt toegekend aan de werknemers die geen haardtoelage bekomen.

    Het maandelijks bedrag van de haardtoelage of van de standplaatstoelage wordt vastgesteld als volgt (sinds 1 juni 2017) :

    Maandlonen welke € 2.231,20 niet te boven gaan:

    Haardtoelage

    Standplaatstoelage

    € 100,39

    € 50,19

    Maandlonen welke hoger zijn dan € 2.231,20 doch € 2.543,71 niet te boven gaan:

    Haardtoelage

    Standplaatstoelage

    € 50,19

    € 25,10

    Maandlonen welke hoger zijn dan € 2.543,71

    Haardtoelage

    Standplaatstoelage

    € 0

    € 0

    Wanneer - door het overschrijden van de hoger vermelde maandlonen en het daaraan gekoppelde verlies van de volledige of gehalveerde toelage - de bezoldiging zou dalen, wordt het verschil toegekend onder de vorm van een gedeeltelijke toelage.

    De bedragen van de toelagen en de hoger vermelde grensbedragen zijn geactualiseerde cijfers, die gekoppeld zijn aan het indexcijfer.

    Bij deeltijdse prestaties worden zowel de toelagen als de grensbedragen pro rata verrekend.

    De haard – of standplaatstoelage wordt in maandelijkse schijven betaald, samen met het loon van de maand waarop zij betrekking heeft.

    Bestaan er nog speciale premies waar ik recht op heb?

    Voor sommige verpleegkundigen of diensthoofden in de federale gezondheidsdiensten (enkel sectorcodes 330.011/330.012/330.013) bestaan er speciale premiestelsels :

    Premies voor verpleegkundigen met een bijzondere beroepsbekwaamheid of bijzondere beroepstitel :

    Verpleegkundigen - in het bezit van een door de minister bij KB officiëel erkende bijzondere beroepsbekwaamheid of een bijzondere beroepstitel , en die daadwerkelijk tewerkgesteld zijn in een dienst, functie of zorgprogramma die deze extra scholing vereist - hebben recht op een jaarlijkse premie.

    Deze premies - met betrekking tot de titels en bekwaamheden - bedragen :

    • jaarlijkse bijkomende bruto-premie van 1.254,36 EUR (bedrag laatste indexering) voor verpleegkundigen met een bijzondere beroepsbekwaamheid in geriatrie, diabetologie, psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg en palliatieve zorgen.
    • jaarlijkse bijkomende bruto-premie van 3.763,20 EUR (bedrag laatste indexering) voor verpleegkundigen met een bijzondere beroepstitel in intensieve zorg en spoedgevallenzorg, geriatrie, oncologie, pediatrie en neonatologie, psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg.

    De premie wordt jaarlijks - in de maand september - betaald pro rata de arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte maanden van 1 september van het voorgaande jaar tot 31 augustus van het lopende jaar.

    Functiecomplement diensthoofden :

    Aan de hoofdverpleegkundigen, paramedische diensthoofden met de loonschalen 1.78, 1.78a, 1.78s en 1.80 evenals de verpleegkundigen (hoofd van dienst) en ermee gelijk te stellen paramedici diensthoofden en geklasseerd in de schalen 1.79 en 1.00, met een baremieke anciënniteit van 18 jaar of meer, wordt een bijkomend functiecomplement van 81,35 euro/maand toegekend (index 01/06/2017).

    Heb ik recht op vrijstelling van arbeidsprestaties op 45, 50 of 55 jaar?

    Ja , maar alleen als je werkt in één van de subsectoren met sectorcode 330.01 (330.011 tot 330.015), en voldoet aan onderstaande voorwaarden.

    Als je één van de volgende functies uitoefent, heb je ambtshalve recht op vrijstelling van arbeidsprestaties:

    • het verplegend personeel (inbegrepen de sociaal verpleegkundigen en ‘gradués en santé communautaires’);
    • het verzorgend personeel;
    • de ambulanciers van de spoeddiensten;
    • de laboratoriumtechnologen en –technici;
    • de technologen en technici medische beeldvorming;
    • de bedieners van medisch materiaal, o.a. het personeel tewerkgesteld in de -sterilisatiediensten, de apothekers en apotheekassistenten;
    • de medewerkers patiëntenvervoer;
    • de werknemers die morele, filosofische of godsdienstige bijstand verlenen;
    • de opvoeders en begeleidend personeel geïntegreerd in de zorgteams;
    • de logistieke medewerkers geïntegreerd in de zorgteams;
    • de maatschappelijk assistenten en psychologisch assistenten tewerkgesteld in de zorgteams of geïntegreerd in het therapeutisch programma;
    • de werknemers bedoeld in artikel 54-bis en artikel 54-ter van het K.B. nr 78;
    • de kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, audiologen, diëtisten, psychologen, orthopedagogen en pedagogen, animatoren en alle andere personeelsleden tewerkgesteld in de zorgteams of geïntegreerd in het therapeutisch programma;
    • de diensthoofden en adjunct-diensthoofden die rechtstreeks bovenstaande personeelsgroepen omkaderen, genieten eveneens ambtshalve van de vrijstelling van arbeidsprestaties.

    Indien je niet behoort tot één van hoger genoemde werknemers, maar indien je minimum 200 uren onregelmatige prestaties hebt verricht bij dezelfde werkgever gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de maand waarop je de leeftijd van 45, 50 en 55 jaar bereikt, wordt je gelijkgesteld.

    De vrijstelling van arbeidsprestaties wordt als volgt toegekend :

    • 45 jaar: 96 uren per jaar,
    • 50 jaar: 192 uren per jaar,
    • 55 jaar: 288 uren per jaar.

    De voltijdse werknemers die geen beroep kunnen doen op de vrijstelling van arbeidsprestaties zoals hierboven omschreven hebben jaarlijks recht op van :

    • 38 uren vrijstelling vanaf de leeftijd van 50 jaar;
    • 76 uren vrijstelling vanaf  de leeftijd van 52 jaar.
    • 152 uren vrijstelling vanaf de leeftijd van 55 jaar.

    Wanneer je deeltijdse werkt wordt het aantal uren vrijstelling pro rata de arbeidstijd berekend.
    De vrijstelling wordt toegekend in volle dagen. De vrijstelling wordt per kalendermaand genomen en op voorhand vastgelegd in het werkrooster.

    SWT : Bestaat het brugpensioen nog in mijn sector?

    Het systeem van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) is de laatste jaren grondig gewijzigd.

    Voor meer algemene informatie in verband met SWT kan je elders op onze website terecht.

    Wij kunnen op deze website niet altijd een “kant en klaar” antwoord bieden op je individuele vragen. Veel hangt af van jouw persoonlijke situatie. Voor specifieke vragen kan u steeds terecht in één van onze ACLVB-kantoren of bij onze medewerkers.

    Hieronder geven wij een schematisch overzicht van de specifieke stelsels die actueel van toepassing zijn voor alle werknemers van het PC 330.

    REGIME SWT PC 330

    LEEFTIJD

    LOOPBAAN

    GELDIGHEIDSDUUR

     

     

    MAN

    VROUW

    BEGIN

    EINDE

    ALGEMEEN STELSEL

    62

    40

    33 (2017)

    1/01/2017

    31/12/2018

    34 (2018)

    35 (2019)

    SWT ZWARE BEROEPEN (*)

    58

    35

    1/01/2017

    31/12/2017

    59

    35

    1/01/2018

    31/12/2018

    SWT NACHTARBEID, BOUW EN ZWARE BEROEPEN

    58

    33

    1/01/2017

    31/12/2017

    59

    33

    1/01/2018

    31/12/2018

    SWT LANGE LOOPBAAN

    58

    40

    1/01/2017

    31/12/2017

    59

    40

    1/01/2018

    31/12/2018

    MEDISCH SWT

    58

    35

    1/01/2017

    31/12/2018

    Heb ik recht op tijdskrediet én een onderbrekingsvergoeding van de RVA, of niet?

    Tijdskrediet geeft de werknemer het recht om hetzij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te onderbreken, hetzij zijn arbeidsprestaties te verminderen tot 4/5-tijds of tot halftijds.

    De regering Michel 1 heeft zwaar ingegrepen  in de uitkeringen die de RVA betaalt voor tijdskrediet. Zo moet je steeds het onderscheid maken tussen de vraag : heb ik recht op tijdskrediet, en onder welke voorwaarden ? , en de vraag : heb ik ook recht op een RVA vergoeding voor de compensatie van het loonverlies ? Dat laatste is niet meer altijd het geval.

    We geven hieronder een beknopt overzicht van de verschillende mogelijkheden om tijdskrediet op te nemen. Voor meer inlichtingen kan je tevens de brochure tijdskrediet inkijken.  Surf hiervoor naar http://www.aclvb.be/publicaties/brochures-en-folders/brochure-tijdskrediet/ of neem contact op met jouw ACLVB-secretariaat.

    Voor elk van de hieronder beschreven stelsels bestaan er eveneens organisatorische regels die moeten vermijden dat de normale werking van de ondernemingen wordt verstoord. Je kan hierover meer informatie bekomen in jouw ACLVB-secretariaat.

    Niet-gemotiveerd tijdskrediet :

    Om diverse redenen is het tijdskrediet zonder motief sinds 1 april 2017 afgeschaft. Dat wil zeggen dat verlengingsaanvragen voor dit tijdskrediet dan ook niet meer mogelijk zullen zijn. Wanneer een werknemer nog in tijdskrediet zonder motief zit zal hij hiervoor geen aanvraag tot verlenging meer kunnen indienen, hij kan zijn oospronkelijk aangevraagde periode wel nog vervolledigen.

    Gemotiveerd tijdskrediet : Recht ja – Vergoeding RVA : ja

    Het gemotiveerd tijdskrediet geeft de werknemer met 24 maanden anciënniteit de mogelijkheid zijn arbeidsprestaties voltijds, halftijds of met 1/5e te onderbreken gedurende 36 maanden  voor het motief ‘opleiding’ , of gedurende 51 maanden voor de motieven : ‘zorg voor het kind jonger dan 8 jaar’ , ‘palliatieve verzorging’, ‘zwaar ziek kind of familielid’ of ‘gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar’.

    De werknemer moet zijn gemotiveerde aanvraag kunnen bewijzen.

    Voor het gemotiveerd tijdskrediet betaald de RVA wel een vergoeding om het inkomensverlies te compenseren.

    Tijdskrediet eindeloopbaan :

    Algemeen stelsel : Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 60 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Ja

    De vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 60 jaar of ouder, biedt aan personen die dat willen de kans om hun arbeidsritme te verminderen, naar het einde van hun loopbaan toe, door over te stappen, hetzij op een 4/5-tijds (voor de voltijdse werknemers of die een 4/5 tijdskrediet opnemen), hetzij op halftijds (voor personen die minstens 3/4-tijds zijn tewerkgesteld).  Er is geen maximale duur voorzien.  In dit geval is een bedrijfsanciënniteit van 24 maanden vereist (of minder indien de partijen dit overeenkomen) en moet men een beroepsloopbaan van 25 jaar kunnen aantonen.

    Instappen in dit algemeen systeem van tijdskrediet eindeloopbaan geeft wel recht op een RVA vergoeding om het inkomensverlies te compenseren.

    Sectoraal stelsel tijdskrediet eindeloopbaan: Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 55 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Ja

    Het paritair comité 330 heeft van de mogelijkheid gebruik gemaakt om de leeftijd die toegang geeft tot de onderbrekingsuitkeringen te verlagen tot 55 jaar voor de werknemers die zich in een van de volgende situaties bevinden:

    1. ze zijn op de aanvangsdatum van hun vermindering van prestaties tewerkgesteld in een onderneming die is erkend als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden;

    2. op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever kunnen ze 35 jaar beroepsloopbaan als loontrekkende bewijzen, in de zin van de reglementering ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’;

    3. op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever waren ze:

    • ofwel ten minste 5 jaar gedurende de 10 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;

    • ofwel ten minste 7 jaar gedurende de 15 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;

    • ofwel ten minste 20 jaar tewerkgesteld in een stelsel van nachtarbeid.

    Onder ‘zwaar beroep’ wordt verstaan dat men heeft :gewerkt heeft in ‘wisselende ploegen van 2 werknemers die qua inhoud als qua omvang hetzelfde werk doen’,

    • ‘gewerkt hebben in uurrooster met onderbroken diensten waarbij de werknemer permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en de eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur. Onder permanent verstaat men dat de onderbroken dienst de gewone arbeidsregeling van de werknemer vormt en dat hij niet occasioneel in een dergelijke dienst wordt tewerkgesteld,

    • gewerkt in een arbeidsregime met nachtprestaties.

    Sectoraal stelsel tijdskrediet eindeloopbaan: Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 50 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Nee

    In het PC 330 heeft de werknemer wel recht om deze tijdskredietformule vanaf 50 jaar onder de volgende vormen, echter zonder dat de RVA hiervoor een vergoeding betaalt:

    • halftijds op voorwaarde dat de werknemer een zwaar beroep heeft uitgeoefend dat bovendien voorkomt in de lijst van de knelpuntberoepen;

    • 4/5-tijds als de werknemer een zwaar beroep heeft uitgeoefend of een 28-jarige loopbaan kan voorleggen;

    • halftijds of 4/5-tijds wanneer het bedrijf van de werknemer erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

    Heb ik recht op een thematische verlof ?

    Elke werknemer heeft recht op het nemen van een thematische verlof. Hiermee wordt de werknemer bedoeld die zijn/haar loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreekt in het kader van :

    • palliatief verlof;

    • verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;

    • ouderschapsverlof.

    De werknemers, die één van deze thematische verloven opnemen, krijgen van de Federale Overheid een compenserende vergoeding in de vorm van een RVA-vergoeding.

    De Vlaamse overheid geeft de werknemer die een thematisch verlof opneemt om zorg te verlenen aan een kind ten laste tot en met de leeftijd van 7 jaar (of tot en met de leeftijd van 11 jaar voor kinderen die voor de kinderbijslag een handicap hebben van tenminste 66%), een moeder/vader ouder dan 70 jaar, een zwaar ziek gezins- of familielid of een persoon die lijdt aan een ongeneeslijke ziekte onder bepaalde voorwaarden een extra aanmoedigingspremie bovenop de RVA vergoeding.

    Voor meer informatie kan je steeds terecht op onze site of in je ACLVB-secretariaat.

    Heb ik recht op een syndicale premie ?

    Een degelijke vakbondswerking vergt een solidariteit onder de werknemers die zich uit in het aansluiten bij een vakbond. Enkel op deze manier worden uw individuele en collectieve belangen naar behoren ter harte genomen en verdedigd.

    Uw aansluiting brengt met zich mee dat je maandelijks een vaste bijdrage overmaakt aan de ACLVB.

    Om je lidmaatschap bij de ACLVB goedkoper te kunnen maken, onderhandelden de vakbond in de sector van de gezondheidsinrichtingen en -diensten voor verschillende subsectoren een syndicale premie.

    Zo bestaat er een sectoraal geregelde syndicale premie voor de subsectoren 330.01 (d.i. 330.011 tot 330.015) en 330.03. Helaas is dat nog niet het geval voor de subsectoren 330.02 en 330.04.

    Om de premie te ontvangen krijg je een attest syndicale premie. Wanneer je dit attest volledig in vult en voldoet aan de voorwaarden, breng je dit binnen in je ACLVB-secretariaat. Wij zorgen dan voor de betaling. Mocht je twijfelen of je recht hebt of niet, aarzel dan niet de vraag te stellen aan je ACLVB-secretariaat.

    Heb ik recht op een aanvullend pensioen ?

    Ja, indien je werkt in de subsector met sectorcode 330.01 (330.011 tot 330.015). Sinds 2010 wordt voor jouw een dotatie gestort in het pensioenfonds voor de federale gezondheidsdiensten. Deze dotatie wordt jaarlijks verdeeld onder de rechthebbende werknemers met het oog op de opbouw van een extra-legaal pensioen. Je krijgt jaarlijks een attest van het pensioenfonds met de stand van je rekening.

    Momenteel zijn de bedragen die worden gestort op je individuele pensioenrekening nog bescheiden. We maken er als ACLVB een punt van om deze bijdragen in de toekomst te verbeteren.

    Hoe kan ik mee bouwen aan het sociaal overleg in mijn bedrijf én in de sector ?

    Bedrijven met meer dan 50 werknemers moeten een Comité voor preventie en bescherming op het werk oprichten.

    Bedrijven met meer dan 100 werknemers moeten een ondernemingsraad oprichten.

    Door u als ACLVB lid kandidaat te stellen voor de sociale verkiezingen kan u verkozen worden, en op die manier u inbreng doen in het sociaal overleg.

    De sociale verkiezingen worden om de vier jaar georganiseerd.

    Wat als ik wil onderhandelen met mijn werkgever om mijn loon-en arbeidsvoorwaarden te verbeteren ?

    Dit kan altijd individueel, maar samen sta je sterker.

    Er bestaat de mogelijkheid om, via de ACLVB , met de werkgever in dialoog te treden door een syndicale afvaardiging op te richten op ondernemingsvlak.

    Voor alle instellingen uit de sector kan de oprichting van een syndicale afvaardiging vanaf 50 werknemers. Voor de subsectoren 330.01 (330.011 tot 330.015) kan de oprichting al gevraagd worden vanaf 20 werknemers.

    Deze syndicale delegatie wordt dan bevoegd om collectieve arbeidsovereenkomsten voor de werknemers te onderhandelen in je instelling. Een syndicaal afgevaardigde is het gezicht van de vakbond in de instelling.

    Als afgevaardigde geniet je een bescherming en heb je faciliteiten om je syndicaal werk te doen en om je bij te scholen. De ACLVB biedt een ruime waaier van vormingen aan voor zijn afgevaardigden.

    Voelt u zich geroepen om zulk een initiatief te nemen, en voelt u zich gesteund door uw collega’s, aarzel dan niet om contact op te nemen met de ACLVB bestendig secretaris in uw regio.

    Kies een ACLVB-secretariaat bij u in de buurt voor de beste service ::
    Of zoek uw secretariaat via de kaart