Een economische groei die steunt op voldoende koopkrachtontwikkeling, lokale consumptie en duurzame productie

Op deze pagina:

    Het economisch systeem is de laatste decennia razendsnel getransformeerd, onder impuls van globalisering en technologische ontwikkelingen. Er is een mondiaal productiesysteem ontstaan waarbij ondernemingen in West-Europa sterk afhankelijk zijn geworden van goedkope goederen en grondstoffen uit verre bestemmingen.

    Hoewel globalisering belangrijke efficiëntiewinsten met zich heeft meegebracht en heeft geholpen om de armoede in veel ontwikkelingslanden terug te dringen, kan men zich de vraag stellen in welke mate het huidig model nog langer te verantwoorden valt vanuit duurzaamheidsoogpunt. Bovendien heeft het op export gerichte groeimodel ervoor gezorgd dat er een sterke druk in ontstaan, in het bijzonder in de nasleep van de financieel-economische crisis, om de lonen te matigen en de overheid kleiner te maken. Hierdoor bleef de binnenlandse vraag als groeimotor van de economie onderbenut. Het resultaat is duidelijk: de koopkracht is  sinds 2008 nagenoeg gestagneerd in België met als gevolg dat de naoorlogse economische groei nooit lager was dan het afgelopen decennium.

    De coronacrisis illustreert echter meer dan ooit dat binnenlandse consumptie de belangrijkste motor is van de economie, ook in open economieën als de Belgische. De bestedingen van particulieren zijn goed voor meer dan de helft van het bruto binnenlands product en kunnen er in crisistijden voor zorgen dat de economie blijft draaien, ook al valt de wereldhandel stil. Er is bovendien nog ruimte om de lokale productie en consumptie verder te versterken, o.a. ook om het aantal verplaatsingen te verminderen en de regionale tewerkstelling te bevorderen. De saga rond de mondmaskers en andere levensnoodzakelijke materialen die uit China dienen geïmporteerd te worden met een hoogst twijfelachtige kwaliteit, illustreren dat het bestaande economisch model op lange termijn niet houdbaar is. De verregaande digitalisering heeft ook bijgedragen aan een versnelde ontwikkeling van digitale bedrijfsmodellen. Klassieke modellen zijn niet langer rendabel, werknemersstatuten zijn onduidelijk, kleinere handelaars worden uit de markt geconcurreerd en de verleende diensten worden door kritische recensies gemaakt of gekraakt. De maatschappelijk en economische wijzigingen die deze digitale platform economieën met zich meebrengen moeten nauwgezet opgevolgd én omkaderd worden in een inclusief arbeidsmarktbeleid opdat de rechten en plichten van werknemers én consumenten worden gewaarborgd.

    Ondertussen dreigen veel personen een enorm koopkrachtverlies te lijden, ten gevolge van het al dan niet tijdelijk verliezen van hun job. Toereikende maatregelen zijn vereist om ervoor te zorgen dat de koopkracht van deze personen wordt gevrijwaard. Maar niet alleen de koopkracht van personen die getroffen worden door de crisis dient versterkt te worden. Ons economisch model moet elke werknemer zowel financieel als maatschappelijk herwaarderen, in het bijzonder zij die gedurende de coronacrisis het land draaiende hielden. Het zijn voornamelijk de zogenaamde "vrouwelijke" beroepen die zich in de frontlinie bevinden tijdens de coronacrisis. Het zijn, met andere woorden, meestal vrouwen die blootgesteld worden aan (de gevolgen van) het coronavirus. Verpleegkundigen, poetsvrouwen, kassiersters en vele andere professionals spelen een centrale en essentiële rol. Nochtans zijn het net deze beroepen die vaak ondergewaardeerd zijn en is het in deze sectoren dat de laagste lonen van toepassing zijn, ondanks het onmiskenbaar noodzakelijk karakter van deze jobs. 

    ACLVB pleit dan ook voor een duidelijke hernieuwing van ons economisch model. De overheid dient niet alleen in te zeten op een performant investeringsbeleid, maar moet ook aansturen op een meer duurzame en inclusieve economie waarbij binnenlandse vraag - via voldoende koopkrachtontwikkeling - en lokale inbedding de twee cruciale steunpilaren vormen.
     

    Beleidsvoorstellen

    De ACLVB vraagt dat er vanuit de federale en regionale overheden een toereikend budget wordt voorzien om de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers uit de non-profitsectoren substantieel te verbeteren. Dit moet resulteren in bijkomende jobs, voldoende instroom en opleiding, veilige werkomstandigheden en betere loonvoorwaarden. Om dit laatste punt te concretiseren, vraagt de ACLVB dat er ruimte gegeven wordt voor vrije loononderhandelingen waarbij de impact op de loonmassa in de privésector, zoals berekend door de CRB, wordt geneutraliseerd.

    De ACLVB vraagt een opwaardering van de sectoren en beroepen waarin meer vrouwen dan mannen tewerkgesteld zijn, , zowel naar image toe als naar arbeidsomstandigheden. De strijd tegen de nog steeds bestaande loonkloof tussen mannen en vrouwen moet worden opgevoerd.

    De ACLVB vraagt een tijdelijke verdubbeling van de fiscale werkbonus naar 66,28 % voor werknemers die terug beginnen werken na een periode van volledige of gedeeltelijke tijdelijke werkloosheid. De looptijd van deze tijdelijke optrekking bedraagt één maand per volledige week dat een werknemer volledig of gedeeltelijk tijdelijk werkloos is geweest, met een maximum van 6 maanden. De tijdelijke verhoging van de toegekende fiscale werkbonus wordt niet meegerekend bij het jaarlijkse maximumbedrag.

    De ACLVB vraagt een aanpassing van de wet van 1996. Hoewel de ACLVB voorstander blijft van een volledige autonomie van de sociale partners in de loonvorming, vraagt de ACLVB op korte termijn dat de wet opnieuw hervormd wordt, door volgende zaken te veranderen:

    • Alle lastenverlagingen en loonsubsidies die sinds 1996 worden toegekend moeten integraal in rekening gebracht worden bij het berekenen van de loonkloof;
    • Het verplicht opleggen van de veiligheidsmarge van minimaal 0,5 % dient afgeschaft te worden;
    • Het al dan niet aftrekken van een eventuele resterende loonkloof moet bepaald worden door de sociale partners (CRB of Groep van Tien), niet door de wetgever;
    • Een negatieve loonkloof moet integraal omgezet kunnen worden in een hogere loonmarge;

    De ACLVB vraagt een verhoging van het GGMMI (beter bekend als nationaal minimumloon). Meer concreet stelt de ACLVB voor om – conform de evenwichten bereikt in de Nationale Arbeidsraad van oktober 2019 – het GGMMI op te trekken met 3,5%. De ACLVB roept in die optiek alle partners in de NAR nogmaals op om dit akkoord eindelijk uit te voeren.

    De ACLVB vraagt een verplichte en afdwingbare consumptietoets bij de ontwikkeling van budgettair beleid. Maatregelen die worden getroffen door de regering mogen niet leiden tot een grote en bruuske verhoging van de consumptieprijzen, met een bijzondere aandacht voor cruciale product- en dienstcategorieën zoals de toegang tot gezondheidszorg en medische toebehoren, openbaar vervoer, en energieprijzen. Besparingen en nieuwe belastingen moeten in de eerste plaats gehaald worden in domeinen waar er geen directe impact is op de koopkracht van werknemers en sociaal verzekerden.

    De ACLVB vraagt een actieve monitoring van de consumentenbescherming in het kader van de coronacrisis, met voldoende maatregelen die consumenten die worden getroffen door de coronacrisis te beschermen. Blijvende aandacht is in het bijzonder vereist voor wat betreft:

    • De aflossingsmodaliteiten van consumentenkredieten
    • Bescherming tegen invorderingen door incassobureaus of gerechtsdeurwaarders
    • Eerlijke terugbetalingsvoorwaarden voor geannuleerde diensten zoals reizen en abonnementen
    • De aflossingsmodaliteiten van hypothecaire kredieten
    • In navolging hiervan, vraagt de ACLVB meer concreet een inkomensgarantieverzekering voor de 1ste-aankopers van onroerende goederen gelegen in het Brussels gewest, met een prioriteit gericht op groene woningen. In dat opzicht kunnen enerzijds jonge personen die voor de eerste maal een onroerend goed aankopen genieten van een degelijke sociale bescherming. Anderzijds wordt op die manier ook de bouwsector van het Brussels gewest ondersteund.

    De ACLVB vraagt dat alle bestaande federale subsidies voor onderzoek & ontwikkeling in de vennootschapsbelasting worden geherevalueerd en gereduceerd. Het budget dat daardoor vrijkomt dient behouden te worden voor directe steun aan ondernemingen voor concrete projecten. Deze projecten dienen vooreerst onderworpen te worden aan een duurzaamheidstoets, die niet alleen rekening houdt met ecologische aspecten en duurzame productie, maar ook met het effect van het project op tewerkstelling, analoog aan de projecten toekomstgerichte arbeidsorganisatie die lopend zijn in de Nationale Arbeidsraad. Enkel projecten die beogen om op korte of lange termijn bijkomende en duurzame tewerkstelling genereren, komen in aanmerking voor de subsidie.

    De ACLVB vraagt dat de federale overheid met urgentie een screeningsmechanisme voor buitenlandse directe investeringen ontwikkelt ter bescherming van kritische infrastructuur en technologieën, conform de Europese Verordening van 2019. Een dergelijke mechanisme moet het mogelijk maken om buitenlande overnames van Belgische ondernemingen tegen te houden wanneer deze een bedreiging voor de veiligheid, openbare orde of volksgezondheid vormen. Specifieke aandacht is ook vereist voor de bescherming van de tewerkstelling, in het bijzonder in de nasleep van de coronacrisis.

    De ACLVB vraagt dat er in Wallonië wordt ingezet om een beleid van regionale re-industrialisering en de herlokalisatie van strategische activiteiten. Dit dient te gebeuren in een globaal Europees kader, maar ook op regionaal en federaal niveau kunnen er maatregelen worden genomen.

    De ACLVB vraagt dat Waalse expertise-eenheden als Sogepa en Sowalfin de sectoren en economische activiteiten identificeren die het grootste strategische belang hebben en geherlokaliseerd zouden moeten worden. De ACLVB vraagt dat er maatregelen zouden worden getroffen om de korte ketens te verbeteren. De coronacrisis heeft de meerwaarde van een nationale productiecapaciteit aangetoond. Het feit niet systematisch te moeten rekenen op verre landen om in bepaalde behoeften te voorzien, stelt ons in staat om in geval van crisis snel te reageren, wat de Belgische  economie alleen maar ten goede kan komen en tevens bijdraagt tot de ecologische transitie.

    De ACLVB pleit voor een herstelbeleid dat ook gericht is op een rechtvaardige transitie naar een veerkrachtigere en duurzamere samenleving. Er moeten concrete inspanningen worden geleverd om de circulaire economie te bevorderen. Om deze overgang mogelijk te maken, vraagt de ACLVB dat er maatregelen worden genomen om :

    • Het duurzaam en efficiënt gebruik van energie en grondstoffen te bevorderen.
    • Ervoor te zorgen dat duurzame producten de norm worden.
    • De levensduur van producten te verlengen.
    • De consumenten betrouwbare informatie te geven over de duurzaamheid van producten met  het oog op een milieuvriendelijker gebruik.
    • De verschillende economische actoren aan te moedigen zich in te zetten voor de transitie naar de circulaire economie.

    Opdat het post-coronatijdperk ook kansen kan bieden aan lokale spelers om op de digitale trein te springen vraagt de ACLVB dat:

    • kleinere lokale ondernemingen een degelijke ondersteuning kunnen genieten om zich een digitale strategie aan te meten, opdat ook zij zich als volwaardige speler kunnen lanceren in het digitale platformgebeuren, alsook zich duurzaam kunnen uitrollen als lokale e-commercespeler.
    • kleinschalige, circulaire initiatieven verder worden aangemoedigd.

    bepaalde sectorgerelateerde regelgeving, in overeenstemming met de nieuwe realiteiten wordt aangepast om deloyale en schadelijke concurrentie te beperken.

    Kies een ACLVB-secretariaat bij u in de buurt voor de beste service ::
    Of zoek uw secretariaat via de kaart