PC 329.01 : Loon- en arbeidsvoorwaarden

Op deze pagina:

    Arbeidsduur

    In de socioculturele sector bedraagt de gemiddelde arbeidsduur 38 uren per week. Maar, de arbeidsduur wordt per semester berekend. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld weken van meer dan achtendertig uur werkt, zolang je gemiddelde arbeidsduur per semester maar niet boven de 38 uren per week uitkomt. Als je toch meer dan 38 uren per week werkt, moet je voor die meeruren verlof in ruil krijgen. In ieder geval mag je nooit meer dan 11 uren per dag en 50 uren per week werken. Het kan zijn dat je op zondag moet werken. Maar, die dagen hebben we als organisatie kunnen beperken tot:

    -maximaal 13 dagen voor verenigingen,

    -maximaal 26 dagen voor instellingen, sportclubs of jeugdhuizen en

    -maximaal 10 dagen in de andere sectoren.

    Lonen

    Op 1 april 2020 werden de lonen geïndexeerd met 2%. Klik hier voor de barema's.

    Premiestelsels

    Eindejaarspremie

    De premie bestaat uit twee delen: een vast geïndexeerd gedeelte en een percentage van je jaarloon. Voor het jaar 2019 bedraagt de eindejaarspremie voor de werknemers van het maatschappelijk opbouwwerk en de integratiecentra € 136,92 plus 7,57% van het jaarloon.

    Voor de werknemers van de andere sectoren bedraagt de eindejaarspremie voor het jaar 2019 € 136,92 plus 5,76% van het jaarloon.

    Wat wordt bedoeld met jaarloon? De jaarlonen waarover gesproken wordt is je brutoloon van de maand oktober incl. haard- of standplaatstoelage x 12.

    Zijn er nog bijkomende voorwaarden? Ja, je moet gewerkt hebben in de periode januari tem september en iedere gewerkte of gelijkgestelde maand geeft recht op 1/9 van de premie.

    Heb ik als deeltijdse werknemer ook recht op een eindejaarspremie? Ja, maar deeltijdse werknemers krijgen de premie pro rata.

    Opgelet!

    De doelgroepwerknemers krijgen een aangepaste eindejaarspremie! De premie bestaat uit een percentage van je jaarloon. Voor het jaar 2019 bedraagt de eindejaarspremie 4,17% van je jaarloon.

    Eindejaarspremie vanaf 2020 :

    • in de deelsectoren integratie en samenlevingsopbouw: een volledige 13e maand;
    • voor de doelgroepwerknemers in de LDE: een volledige 13e maand
    • in de deelsectoren sociaal-cultureel werk, cultuurspreiding, sportwerk, lokale diensteneconomie, beroepsopleiding, armoedebestrijding, inburgering, milieu- en natuurwerk is de eindejaarspremie als volgt samengesteld:
      • een vast geïndexeerd bedrag van 506,3866 euro (jaarlijks verhoogd met een percentage dat wordt bekomen door de afgevlakte gezondheidsindex die van kracht is in oktober van het in aanmerking genomen jaar te delen door de afgevlakte gezondheidsindex die van kracht was in oktober van het vorig jaar);
      • een variabel gedeelte van 5,76 % van het geïndexeerd brutojaarloon van de werknemer. Dit is 12 x het loon van oktober, met uitsluiting van premies, toeslagen of vergoedingen.

    Overuren

    Eigenlijk heb je als werknemer de keuze om overuren te laten uitbetalen of te recuperen. Uiteraard maak je de keuze altijd in overleg met je werkgever. Hieronder vind je de toeslagpercentages voor de overuren:

    • voor elk overuur krijg je een toeslag van 50%,
    • voor elk overuur op een zondag of op een feestdag, krijg je een toeslag van 100%.

    Hieronder vind je de recuperatieregels voor de overuren. Je kan dus, zoals reeds gezegd, in overleg met je werkgever de toeslag geheel of gedeeltelijk omzetten naar inhaalrust:

    • elk overuur geeft recht op ten minste 30’ inhaalrust. 
    • voor elk overuur op een zondag of op een feestdag, heb je recht op 1u inhaalrust.

    Toeslagen voor onregelmatige prestaties

    Voor nachtarbeid, arbeid op zondagen en feestdagen en arbeid gepresteerd boven 9 uren per dag of 40 uren per week, krijg je een toeslag van 20%.

    In overleg met je werkgever, kan je de toeslag omzetten in inhaalrust. Die inhaalrust dan wordt ook beschouwd als werktijd.

    Opgelet! Je mag voor maximaal 6 dagen inhaalrust krijgen of een toeslag genieten.

    Vervoerskosten

    Treinverkeer van en naar het werk, kost je niets.

    Kom je met ander openbaar vervoer dan de trein naar het werk, dan betaalt de werkgever 80% van het sociaal abonnement terug.

    Fiets je naar je werk, dan heb je recht op een vergoeding van € 0,20 per kilometer. Wanneer je werkgever, in overleg met jou, je een fiets ter beschikking stelt, dan vervalt uiteraard de fietsvergoeding.

    Kom je met de auto, motor,…, dan komt de werkgever vanaf 3km ook tussen in je vervoersonkosten.

    Verlofstelsels

    Jaarlijkse vakantie

    Elke werknemer die dit wenst, heeft recht op 2 opeenvolgende weken vakantie, inclusief de 3 bijbehorende weekends. De werkgever kan dit enkel weigeren wegens organisatorische noodwendigheid (bijvoorbeeld minimumdienstverlening). De verdere uitwerking vormt het onderwerp van het lokaal sociaal overleg. Ook rond de verlofplanning moeten afspraken gemaakt worden in de overlegorganen of, bij gebrek daaraan, in het arbeidsreglement.

    Wettelijk verlof en conventioneel verlof

    Je hebt recht op 4 weken (= 20 dagen in een 5-dagenweek en 24 dagen in een 6-dagenweek) wettelijk verlof. Bovenop het wettelijk verlof, heb je vanaf 35 jaar (tem 44 jaar) recht op 5 conventionele verlofdagen.

    Vrijstelling van arbeidsprestaties

    Bovenop het wettelijk verlof en conventioneel verlof, heb je ook nog recht op vrijstelling van arbeidsprestaties:

    • 2 uur per week vanaf 45 jaar (voltijdse basis);
    • 4 uur per week vanaf 50 jaar (voltijdse basis);
    • 6 uur per week vanaf 55 jaar (voltijdse basis).

    Gewettigde afwezigheid om dwingende familiale redenen

    De werknemer heeft het recht op een niet-bezoldigde afwezigheid van maximum 10 dagen per jaar in de volgende gevallen:

    • ongeval, ziekte of overlijden van een afstammeling, van de echtgenoot of van een andere persoon die tot het gezin behoort;
    • ongeval, ziekte of overlijden van een alleen levende vader, moeder of afstammeling;
    • noodzakelijkheid van bewaking van de kinderen van de werknemer;
    • aanzienlijke materiële schade aan de woning van de werknemer.

    Deze dagen zijn, wat de sociale zekerheid betreft, gelijkgesteld met arbeidsdagen.
    De werknemer moet de werkgever hiervan vooraf op de hoogte brengen of, indien onmogelijk, hem onmiddellijk verwittigen.

    De reden van de afwezigheid moet door gepaste documenten worden bewezen of, bij gebreke hieraan, door om het even welk ander rechtsmiddel.

    De afwezigheid mag nooit minder bedragen dan één dag, tenzij de werknemer om één van hoger vermelde redenen zijn werk dringend moet verlaten.

    In dat laatste geval wordt elke afwezigheid van meer dan 4 uren gelijkgesteld met een afwezigheid van een dag en elke afwezigheid van minder dan 4 uren, met deze van een halve dag.

    Nochtans moeten de op die dag reeds gepresteerde uren arbeid vergoed worden.

    Tijdskrediet

    Tijdskrediet geeft de werknemer het recht om hetzij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te onderbreken, hetzij zijn arbeidsprestaties te verminderen tot 4/5-tijds of tot halftijds.

    De regering Michel 1 heeft zwaar ingegrepen  in de uitkeringen die de RVA betaalt voor tijdskrediet. Zo moet je steeds het onderscheid maken tussen de vraag : heb ik recht op tijdskrediet, en onder welke voorwaarden ? , en de vraag : heb ik ook recht op een RVA vergoeding voor de compensatie van het loonverlies ? Dat laatste is niet meer altijd het geval.

    We geven hieronder een beknopt overzicht van de verschillende mogelijkheden om tijdskrediet op te nemen. Voor meer inlichtingen kan je tevens de brochure tijdskrediet inkijken.  Surf hiervoor naar http://www.aclvb.be/publicaties/brochures-en-folders/brochure-tijdskrediet/ of neem contact op met jouw ACLVB-secretariaat.

    Voor elk van de hieronder beschreven stelsels bestaan er eveneens organisatorische regels die moeten vermijden dat de normale werking van de ondernemingen wordt verstoord. Je kan hierover meer informatie bekomen in jouw ACLVB-secretariaat.

    Niet-gemotiveerd tijdskrediet :

    Om diverse redenen is het tijdskrediet zonder motief sinds 1 april 2017 afgeschaft. Dat wil zeggen dat verlengingsaanvragen voor dit tijdskrediet dan ook niet meer mogelijk zullen zijn. Wanneer een werknemer nog in tijdskrediet zonder motief zit zal hij hiervoor geen aanvraag tot verlenging meer kunnen indienen, hij kan zijn oospronkelijk aangevraagde periode wel nog vervolledigen.

    Gemotiveerd tijdskrediet : Recht ja – Vergoeding RVA : ja

    Het gemotiveerd tijdskrediet geeft de werknemer met 24 maanden anciënniteit de mogelijkheid zijn arbeidsprestaties voltijds, halftijds of met 1/5e te onderbreken gedurende 36 maanden  voor het motief ‘opleiding’ , of gedurende 51 maanden voor de motieven : ‘zorg voor het kind jonger dan 8 jaar’ , ‘palliatieve verzorging’, ‘zwaar ziek kind of familielid’ of ‘gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar’.

    De werknemer moet zijn gemotiveerde aanvraag kunnen bewijzen.

    Voor het gemotiveerd tijdskrediet betaald de RVA wel een vergoeding om het inkomensverlies te compenseren.

    Tijdskrediet eindeloopbaan :

    Algemeen stelsel : Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 60 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Ja

    De vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 60 jaar of ouder, biedt aan personen die dat willen de kans om hun arbeidsritme te verminderen, naar het einde van hun loopbaan toe, door over te stappen, hetzij op een 4/5-tijds (voor de voltijdse werknemers of die een 4/5 tijdskrediet opnemen), hetzij op halftijds (voor personen die minstens 3/4-tijds zijn tewerkgesteld).  Er is geen maximale duur voorzien.  In dit geval is een bedrijfsanciënniteit van 24 maanden vereist (of minder indien de partijen dit overeenkomen) en moet men een beroepsloopbaan van 25 jaar kunnen aantonen.

    Instappen in dit algemeen systeem van tijdskrediet eindeloopbaan geeft wel recht op een RVA vergoeding om het inkomensverlies te compenseren.

    Sectoraal stelsel tijdskrediet eindeloopbaan: Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 55 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Ja

    Het paritair comité 329.01 heeft van de mogelijkheid gebruik gemaakt om de leeftijd die toegang geeft tot de onderbrekingsuitkeringen te verlagen tot 55 jaar voor de werknemers die zich in een van de volgende situaties bevinden:

    1. ze zijn op de aanvangsdatum van hun vermindering van prestaties tewerkgesteld in een onderneming die is erkend als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden;

    2. op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever kunnen ze 35 jaar beroepsloopbaan als loontrekkende bewijzen, in de zin van de reglementering ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’;

    3. op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever waren ze:

    4. ofwel ten minste 5 jaar gedurende de 10 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;

    5. ofwel ten minste 7 jaar gedurende de 15 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;

    6. ofwel ten minste 20 jaar tewerkgesteld in een stelsel van nachtarbeid.

    7. Onder ‘zwaar beroep’ wordt verstaan dat men heeft :gewerkt heeft in ‘wisselende ploegen van 2 werknemers die qua inhoud als qua omvang hetzelfde werk doen’,

    8. ‘gewerkt hebben in uurrooster met onderbroken diensten waarbij de werknemer permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en de eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur. Onder permanent verstaat men dat de onderbroken dienst de gewone arbeidsregeling van de werknemer vormt en dat hij niet occasioneel in een dergelijke dienst wordt tewerkgesteld,

    9. gewerkt in een arbeidsregime met nachtprestaties

    Sectoraal stelsel tijdskrediet eindeloopbaan: Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 50 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Nee

    In het PC 329.01 heeft de werknemer wel recht om deze tijdskredietformule vanaf 50 jaar onder de volgende vormen, echter zonder dat de RVA hiervoor een vergoeding betaalt:

    • halftijds op voorwaarde dat de werknemer een zwaar beroep heeft uitgeoefend dat bovendien voorkomt in de lijst van de knelpuntberoepen;

    • 4/5-tijds als de werknemer een zwaar beroep heeft uitgeoefend of een 28-jarige loopbaan kan voorleggen;

    • halftijds of 4/5-tijds wanneer het bedrijf van de werknemer erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

    Thematisch verlof

    Elke werknemer heeft recht op het nemen van een thematische verlof. Hiermee wordt de werknemer bedoeld die zijn/haar loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreekt in het kader van :

    • palliatief verlof;

    • verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;

    • ouderschapsverlof.

    De werknemers, die één van deze thematische verloven opnemen, krijgen van de Federale Overheid een compenserende vergoeding in de vorm van een RVA-vergoeding.

    De Vlaamse overheid geeft de werknemer die een thematisch verlof opneemt om zorg te verlenen aan een kind ten laste tot en met de leeftijd van 7 jaar (of tot en met de leeftijd van 11 jaar voor kinderen die voor de kinderbijslag een handicap hebben van tenminste 66%), een moeder/vader ouder dan 70 jaar, een zwaar ziek gezins- of familielid of een persoon die lijdt aan een ongeneeslijke ziekte onder bepaalde voorwaarden een extra aanmoedigingspremie bovenop de RVA vergoeding.

    Voor meer informatie kan je steeds terecht op onze site of in je ACLVB-secretariaat.

    Eindeloopbaan

    Het systeem van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) is de laatste jaren grondig gewijzigd.

    Voor meer algemene informatie in verband met SWT kan je op onze website terecht via http://www.aclvb.be/nl/werkloosheidsreglementering.

    Wij kunnen op deze website niet altijd een “kant en klaar” antwoord bieden op je individuele vragen. Veel hangt af van jouw persoonlijke situatie. Voor specifieke vragen kan u steeds terecht in één van onze ACLVB-kantoren of bij onze medewerkers.

    Syndicale rechten

    De syndicale premie bedraagt € 86,76 voor leden, die een voltijdse bijdrage betalen en € 43,38 voor wie een halftijdse bijdrage betaalt. Om de volledige premie te ontvangen, moet je ten laatste op 1 april lid zijn van de liberale vakbond.

    Wat moet je doen? Je krijg in de loop van december een attest van je werkgever. Dit attest moet je ingevuld binnenbrengen bij je ACLVB-secretariaat.

    Het attest moet voorzien zijn van jouw lidnummer, je rekeningnummer en de datum waarop je lid werd bij ons of dat je overgekomen bent van een andere vakbond.

    Wanneer krijg je de premie? De syndicale premie wordt uitbetaald in de loop van de maand december.

    Kies een ACLVB-secretariaat bij u in de buurt voor de beste service ::
    Of zoek uw secretariaat via de kaart