PC 140.03: Loon- en arbeidsvoorwaarden

Op deze pagina:

    Sectorakkoord 2019-2020

    Dit akkoord is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair comité voor de arbeiders uit het goederenvervoer en de logistiek voor rekening van derden.

    Sectorakkoord 2019-2020

     

    Loon

    Hieronder vindt u de minimumuurlonen van de verschillende werknemerscategorieën in het PC 140.03.

    Opgelet! Als er binnen uw bedrijf andere lonen gelden, dan moeten die hoger zijn dan de sectorale uurlonen.

    Minimumuurlonen op 01/01/2021:

    1. Rijdend personeel

    ⇒ Beschikbaarheidstijd = 99 % van het uurloon

    ⇒ Overuren = 150 %. Wordt beschouwd als een overuur: ieder uur bovenop de maximale arbeidsduur van 12 uur per dag. Een overuur wordt vergoed aan 150 % (50 % in loon en 100 % van de uren mag later worden opgenomen).

    ⇒ Loon voor zondagswerk: 100 % per betaling van het loon + opnemen van de uren

    ⇒ Loon voor werk tijdens een feestdag: 200 % per betaling + opnemen van de uren

    2. Niet-rijdend personeel

    3. Garagepersoneel

    Vergoedingen, premies en voordelen

    Algemeen: alle werknemers

    Eindejaarspremie:

    Bedrag: De bruto-eindejaarspremie bedraagt 5 % van het volledige brutoloon dat door de werkgever werd aangegeven bij de RSZ gedurende de referteperiode (periode van 1 juli van het voorgaande jaar tot 30 juni van het premiejaar).

    Voorwaarden: Om recht te hebben op een eindejaarspremie moet de werknemer tijdens de referteperiode minimum een aangegeven brutoloon van 2500 euro hebben verdiend.

    Betaling: Het sociaal fonds zal de eindejaarspremie storten vanaf 20 december van het premiejaar.

    Bestaanszekerheidsvergoedingen:

    • Bijkomende uitkering in geval van een langdurige ziekte of ongeval

    • Bagageverzekering in geval van verlies van persoonlijke bezittingen tijdens beroepsverplaatsingen

    • Vergoeding in geval van definitieve intrekking van het getuigschrift van geneeskundige schifting (chauffeurs)

    • Overlijdensvergoeding

    • Vertrekpremie in geval van pensioen of brugpensioen

    • Terugbetaling van de kosten voor het behalen van het rijbewijs (oogonderzoek, medisch onderzoek en kosten voor het rijbewijs/de rijbewijzen)

    • Contract voor bijstand van Europ Assistance

    • Psychologische begeleiding in geval van trauma’s

    • Hospitalisatieverzekering vanaf 6 maanden ononderbroken tewerkstelling in de sector

    • Terugbetaling van de kosten van de ADR-opleiding

    • Terugbetaling van de bestuurderskaart voor de digitale tachograaf

    Rijdend personeel

    • Een ARAB-vergoeding die € 1,4585 (netto) bedraagt per begonnen uur wordt toegevoegd aan het loon van het rijdend personeel.

    • Nachtvergoeding: voor iedere prestatie of beschikbaarheid van meer dan 5 uur tussen 20 uur en 6 uur wordt er een nachtvergoeding toegekend :

      € 1,5145 per uur voor rijdend personeel  
       

    • Verblijfsvergoeding: de verblijfsvergoedingen (nettovergoedingen wanneer de chauffeur verplicht is om zijn dagelijkse en/of wekelijkse rust te nemen buiten zijn woonplaats en/of werkplaats). Het bedrag bedraagt van de grote verblijfsvergoeding € 38,4535 per begonnen schijf van 24 uur (kleine vergoeding = € 15,5865).

    • Anciënniteitstoeslag per arbeidsuur en per beschikbaarheidsuur:

    Na 1 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,0555 EUR
    Na 3 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,1135 EUR
    Na 5 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,1715 EUR
    Na 8 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,2295 EUR
    Na 10 jaar anciënniteit in het bedrijf:                 0,2875 EUR
    Na 15 jaar anciënniteit in het bedrijf:                 0,3455 EUR
    Na 20 jaar anciënniteit in het bedrijf:                 0,4035  EUR

    Niet rijdend personneel

    • Ploegenpremie: Er wordt een ploegenpremie gelijk aan 7,5 % van het barema-uurloon toegekend aan het niet-rijdend personeel voor ieder effectief gepresteerd uur voor 7 uur en na 19 uur. Deze premie is niet cumuleerbaar met de nachtvergoeding.
    • Nachtvergoeding: Voor iedere prestatie (of beschikbaarheid) van meer dan 5 uur tussen 20 uur en 6 uur wordt er een nachtvergoeding toegekend aan het niet-rijdend personeel. Deze vergoeding komt overeen met 12,5 % van het barema-uurloon.
    • Anciënniteitstoeslag per arbeidsuur en per wachtuur

      Na 1 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,0555 EUR
      Na 3 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,1135 EUR
      Na 5 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,1715 EUR
      Na 8 jaar anciënniteit in het bedrijf:                   0,2295 EUR
      Na 10 jaar anciënniteit in het bedrijf:                 0,2875 EUR
      Na 15 jaar anciënniteit in het bedrijf:                 0,3455 EUR
      Na 20 jaar anciënniteit in het bedrijf:                 0,4035  EUR

    Garagepersoneel:

    • Nachtpremie (20 u.-6 u.): 12,5 % van het barema-uurloon
    • Uren voortgezette opleiding binnen en buiten de werkuren : 100 %
    • Anciënniteitstoeslag na 1 jaar ononderbroken bedrijfsanciënniteit: 0,0555 €
       

    Arbeidsduur

    Rijdend personeel:

    In een klassiek arbeidsstelsel bedraagt de arbeidsduur 38 uur per week of 39 uur met betaalde compensatiedagen.

    In geval van flexibele werktijden bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidsuur 38 uur of 39 uur met compensatie per week gespreid over een periode van 6 maanden.

    De wachturen (maximum 2 uur per dag en 10 uur per week) worden niet beschouwd als arbeidsuren.

    Niet-rijdend personeel:

    In een klassiek arbeidsstelsel bedraagt de arbeidsduur 38 uur per week of 39 uur met 6 betaalde compensatiedagen.

    In geval van flexibele werktijden bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur 38 uur gedurende een periode van 6 maanden of 39 uur (met compensatie).

    De wachturen (maximum 2 uur per dag en 10 uur per week) worden niet beschouwd als arbeidsuren.
     

    Verplaatsingskosten

    Openbaar vervoer : Vanaf de afstand van 1 km tussen de werk- en woonplaats, is de werkgever verplicht om tussen te komen in de vervoerkosten: de tegemoetkoming van de werkgever is gelijk aan 80% van de prijs van de treinkaart 2de klasse NMBS heen en terug.

    Privé-vervoer: de werkgever moet tegemoetkomen vanaf de 1ste km.

    Tussenkomst van de werkgever in de verplaatsingskosten voor het woon-werkverkeer
     

    Verlof en vakantie

    Verlof om dwingende redenen

    U hebt een beperkt recht op onbetaald verlof voor een dringende en noodzakelijke tussenkomst bij een sociaal of familiaal probleem. Die gebeurtenis mag niet voorzien zijn en moet los staan van het werk. Op vraag van uw werkgever dient u de dwingende reden te bewijzen. De duur van uw afwezigheid mag in elk geval niet meer dan 10 kalenderdagen per jaar bedragen. Voor deeltijdse arbeiders is deze maximumduur in verhouding met hun deeltijdse prestaties.
     

    Jaarlijkse vakantie

    De duur van uw vakantie wordt bepaald door het aantal dagen dat u effectief hebt gewerkt tijdens het voorbije kalenderjaar. Als u het hele voorafgaande jaar gewerkt hebt, dan hebt u recht op vier volle weken vakantie, 20 dagen in een vijfdagenstelsel. Als u geen volledig kalenderjaar hebt gewerkt, dan zult u minder vakantiedagen hebben.

    U hebt recht op 10 betaalde feestdagen: 1 januari, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, 21 juli, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, Allerheiligen, 11 november, Kerstmis. Als een feestdag op een zondag of een gewone inactiviteitsdag valt, wordt deze door een gewone activiteitsdag vervangen. De vervangingsdag krijgt dan het karakter van een feestdag.
     

    Klein verlet

    Reden afwezigheid

    Duur afwezigheid

    Huwelijk werknemer

    3 dagen te kiezen in de week van de gebeurtenis of de daaropvolgende week

    Huwelijk kind werknemer of echtgeno(o)t(e), broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, vader, moeder, schoonvader, schoonmoeder, stiefvader, stiefmoeder, kleinkind werknemer

    de dag van het huwelijk

    Priesterwijding of intrede in klooster van kind werknemer of echtgeno(o)t(e), broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster werknemer

    de dag van de plechtigheid

    Overlijden echtgeno(o)t(e), kind werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e),vader, moeder, schoonvader, schoonmoeder, stiefvader of stiefmoeder van de werknemer

    3 dagen, te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis

    Overlijden broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, grootvader, grootmoeder, overgrootvader, overgrootmoeder, kleinkind, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die inwoont bij de werknemer

    2 dagen, te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis

    Overlijden broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, grootvader, grootmoeder, overgrootvader, overgrootmoeder, kleinkind, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet inwoont bij de werknemer

    de dag van de begrafenis

    Plechtige communie of deelname feest vrijzinnige jeugd van een kind van de werknemer of zijn echtgeno(o)t(e)

    de dag van de plechtigheid of de daaraan voorafgaande of daaropvolgende activiteitsdag als de plechtigheid op een zon-, feestdag of inactiviteitsdag valt

    Deelname jury Hof van Assisen, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank

    de nodige tijd doch maximum 5 dagen

    Uitoefenen ambt bijzitter hoofdstembureau of enig stembureau bij parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen

    de nodige tijd

    Uitoefening ambt bijzitter hoofdbureau bij verkiezing Europees Parlement

    de nodige tijd doch maximum 5 dagen

    Uitoefenen ambt bijzitter hoofdbureau voor stemopneming bij parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen

    de nodige tijd doch maximum 5 dagen

     

    Tijdskrediet

    Sinds 1 januari 2015 is het systeem van tijdskrediet grondig gewijzigd. Voor meer informatie in verband met tijdskrediet, verwijzen wij u door naar de algemene ACLVB-publicaties over dit thema.

    Wij kunnen op deze website niet altijd een kant-en-klaar antwoord bieden op alle individuele vragen. Veel hangt af van uw persoonlijke situatie. Voor specifieke vragen over tijdskrediet kunt u steeds terecht bij een van onze ACLVB-kantoren of bij onze medewerkers.
     

    Ziekte

    Aanvullende uitkering wegens ziekte

    De werknemers, bedoeld in artikel 1 hebben, na ten minste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of arbeidsongeval, recht op een aanvullende uitkering wegens ziekte, voor zover zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

    erkend zijn als gerechtigden op de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering van de ziekte- en invaliditeitsverzekering in toepassing van de wetgeving ter zake;

    op het ogenblik waarop de ongeschiktheid zich voordoet, in dienst zijn van een in artikel 1 bedoelde werkgever, en dit ononderbroken sedert minstens één jaar, ofwel in dienst zijn en geweest zijn van verschillende in artikel 1 bedoelde werkgevers gedurende dezelfde periode.

    Opzegtermijnen

    Sinds 1 januari 2014 zijn de opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden geharmoniseerd.  Hierdoor is de berekening van de opzegtermijnen complex geworden. Indien u vragen hebt over uw persoonlijke situatie, gelieve dan contact op te nemen met uw afgevaardigde of uw ACLVB-secretariaat. Zij beschikken over de nodige tools om u verder te helpen.

    OPGELET! U hebt pas recht op werkloosheidsuitkeringen wanneer u zelf geen schuld hebt aan uw ontslag. Laat u nooit onder druk zetten door uw werkgever om zelf een einde te maken aan uw contract of om dit te beëindigen in onderlinge overeenkomst indien u daar eigenlijk niet mee akkoord kan gaan. U riskeert uw recht op werkloosheidsuitkeringen te verliezen. Als u wordt ontslagen of als u zelf ontslag wil nemen, neem dan eerst contact op met uw ACLVB-bedrijfscoördinator, uw vakbondsafgevaardigde of uw plaatselijke ACLVB-secretariaat.
     

    Eindeloopbaan

    Tweede pijler: aanvullende pensioen

    Het pensioenfonds Pensio TL garandeert dat alle werknemers van het PC 140.03 voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden kunnen genieten van een aanvullend pensioen bovenop het wettelijk pensioen.

    SWT

    Het systeem van werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere brugpensioen) is de laatste jaren grondig gewijzigd.

    Voor meer informatie in verband met SWT kunt u elders op onze website terecht.  (Link toevoegen)

    Wij kunnen op deze website niet altijd een kant-en-klaar antwoord bieden op alle individuele vragen. Het hangt af van uw persoonlijke situatie of u recht hebt op SWT. Voor specifieke vragen kunt u steeds terecht bij een van onze ACLVB-kantoren of bij onze medewerkers (+ link met adressen).

    Hieronder vindt u een schematisch overzicht van de specifieke stelsels die momenteel van toepassing zijn voor uw sector:

    CP140.03

    Leeftijd

    Loopbaan

    Begin

    Einde

    Algemeen stelsel

    62

    M  : 40
    V   : 35 (2019), 36 (2020)

    01/01/2015

     

    SWT zware beroepen

    59

    35

    01/01/2019

    30/06/2021

    SWT Nachtarbeid, bouw en zware beroepen

    59

    33

    01/01/2019

    30/06/2021

    SWT Lange loopbaan

    59

    40

    01/01/2019

    30/06/2021

    Medisch SWT

    58

    35

           01/01/2019

    30/06/2021

     

    Afscheidspremie

    Bij pensioen of SWT wordt het belastbaar bedrag van de afscheidspremie vastgesteld op 100 euro.

    Om de afscheidspremie bedoeld in deze overeenkomst te kunnen ontvangen, moet de werknemer aan de volgende voorwaarden beantwoorden:

    • De laatste werkgever die hem tewerkstelde voor de aanvang van het ouderdomspensioenof van het SWT, is een werkgever bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst;
    • Tijdens de 10 jaar voorafgaand aan de aanvang van het ouderdomspensioen of van het SWT, werd de werknemer tewerkgesteld tijdens minstens 5 jaren bij één of meerdere werkgevers bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst.

     

    Syndicale rechten

    Syndicale premie

    In de loop van december ontvangen leden van de ACLVB die werken in de sector voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden ieder jaar een syndicale premie van 145 euro (vanaf 2020).

    Leden die ons hun e-mailadres hebben bezorgd worden op de hoogte gebracht van de betaling van de syndicale premie via onze Info Flash.

    Wilt u uw collega’s helpen en verdedigen? De rol van de vakbondsafvaardiging ....

     

    Vrijwillig of onvrijwillig vertrek

    Schadevergoeding in geval van ontslag wegens het definitief verlies van de medische schifting ( rijdend personeel)

    De schadevergoeding van maximaal 5 000 EUR bruto zal enkel uitbetaald worden aan de werknemers bedoeld in artikel 1, § 4 die hun medische schifting definitief verliezen en als gevolg daarvan ontslagen worden en dus geen gelijkwaardig werk binnen hun bedrijf aangeboden kregen.

    De schadevergoeding zal enkel uitbetaald worden aan de werknemers die gedurende de laatste 15 jaar een anciënniteit hebben opgebouwd van 10 jaar in de sector.

    Indien de werknemer na het definitief verlies van de medische schifting in een andere functie binnen het bedrijf kan tewerkgesteld blijven en de schadevergoeding dus niet gekregen heeft, behoudt hij het recht op de schadevergoeding mocht hij binnen een periode van 5 jaar na het verlies van de medische schifting toch nog ontslagen worden.

    Deze schadevergoeding zal ook degressief afgebouwd worden, en dit vanaf 56 jaar, naarmate de werknemer dichter bij zijn wettelijke pensioenleeftijd komt (500 EUR per jaar), zodanig dat ze volledig vervalt op 65-jarige leeftijd.

    Dit betekent concreet dat in functie van het aantal jaren dat de werknemer verwijderd is van zijn wettelijke pensioenleeftijd, de volgende bruto bedragen gelden voor de voltijdse werknemers :

    • tot en met 55 jaar : 5 000 EUR;
    • vanaf 56 jaar : 4 500 EUR;
    • vanaf 57 jaar : 4 000 EUR;
    • vanaf 58 jaar : 3 500 EUR;
    • vanaf 59 jaar : 3 000 EUR;
    • vanaf 60 jaar : 2 500 EUR;
    • vanaf 61 jaar : 2 000 EUR;
    • vanaf 62 jaar : 1 500 EUR;
    • vanaf 63 jaar : 1 000 EUR;
    • vanaf 64 jaar : 500 EUR;
    • boven 65 jaar : 0 EUR.
     
     
     
     
    Kies een ACLVB-secretariaat bij u in de buurt voor de beste service ::
    Of zoek uw secretariaat via de kaart