banner-corona-2.jpg

FAQ Corona: beroepsziekten

27/03/2020 - 15u

Kan COVID-19 worden erkend als beroepsziekte in de gezondheidssector?

Ja, Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s, heeft bevestigd dat personen met Covid-19 die werkzaam zijn in de gezondheidssector (ook leerlingen en studenten die stage lopen) en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, in aanmerking komen voor een schadeloosstelling wegens beroepsziekte.

Op 16/4/2020 werden de oorspronkelijke richtlijnen en criteria bijgestuurd:
 

Personeel dat bepaalde activiteiten uitvoert

  • ambulanciers betrokken bij het vervoer van Covid-19 patiënten werd uitgebreid tot personeel dat instaat voor het vervoer van patiënten die besmet of mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2
  • werden verder aan de lijst van activiteiten toegevoegd :
    • personeel van triageposten die specifiek zijn opgezet om patiënten te onderzoeken die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
    • personeelsleden die, met het oog op diagnosestelling, onderzoeken uitvoeren of klinische stalen afnemen bij patiënten die mogelijk besmet zijn met SARS-CoV-2;
    • Laboranten die manipulaties in open fase uitvoeren met klinische stalen van verdachte of bevestigde gevallen ter analyse van een SARS-CoV-2 besmetting.
       

Personeel werkzaam in ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen

De bestaande opsomming voor personeel in de ziekenhuizen blijft behouden.

Personeel werkzaam in “andere diensten” en in verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van Covid-19 heeft voorgedaan, werd verduidelijkt door andere ziekenhuisdiensten en verzorgingsinstellingen;

Onder uitbraak wordt nu verstaan twee of meer gevallen binnen een periode van maximum twee weken (moeten niet meer geclusterd zijn).

Met verzorgingsinstellingen worden gelijkgesteld woonzorgcentra,  rusthuizen en collectieve woonvormen voor zieken en personen met een handicap.
 

Ander personeel

Personeelsleden met Covid-19 die patiënten behandelen of verzorgen en die niet onder een van de genoemde categorieën vallen, kunnen toch voor erkenning in aanmerking komen als de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met een Covid-19 patiënt.
 

Voorwaarden

  1. Je moet werkzaam zijn in één van de geviseerde gezondheidsberoepen of je moet welbepaalde activiteiten uitoefenen en
  2. Je moet een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus.

Op de website van Fedris werd een FAQ Covid-19 geplaatst die regelmatig aangevuld wordt.

  • welke gezondheidsberoepen of activiteiten in aanmerking komen,
  • hoe de ziekte moet worden bewezen
  • welke informatie opgenomen moet worden in de aanvraag,
  • welke procedure moet worden gevolgd.
  • specifiekere informatie over wie in aanmerking komt.

Klik op https://www.fedris.be/nl/FAQ-Covid-19 voor de volledige en actuele teksten.
 

Tijdelijke erkenning Covid-19 als beroepsziekte in cruciale sectoren en essentiële diensten

Om in te spelen op de bijzondere situatie van de werknemers in ondernemingen in cruciale sectoren en in de essentiële diensten die hun activiteiten hebben moeten voortzetten werd de lijst van beroepsziekten (KB 28-3-1967)uitgebreid met code 1.404.04 .

Deze code omvat :”Elke ziekte veroorzaakt door SARS-CoV-2 bij werknemers die beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend in de ondernemingen in cruciale sectoren en in de essentiële diensten gedurende de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020 , voor zover het bestaan van de ziekte werd vastgesteld tussen 20 maart 2020 en 31 mei 2020.”

Deze uitzonderingsregeling houdt dus in dat als beroepsziekte zal worden erkend:

  • “elke ziekte veroorzaakt door SARS-CoV-2 bij de werknemers,
  • die beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend in de ondernemingen in cruciale sectoren en in de essentiële diensten gedurende de periode 18 maart 2020 tot en met 17 mei 2020,
  • voor zover het bestaan van de ziekte werd vastgesteld tussen 20 maart 2020 en 31 mei 2020.”

Als in het kader van de evaluatie van de exitstrategie voor het beëindigen van de lockdownmaatregelen het nodig zou zijn opnieuw beperkingen in te stellen,zal de reactivering van de nieuwe ziektecode tot andere periodes mogelijk zijn via eenvoudig KB en zal geen volmachtenbesluit meer nodig zijn.
 

Wie zal in aanmerking komen voor de uitzonderingsregel?

Bovenstaande houdt in dat enkel werknemers die beroepsactiviteiten in de ondernemingen in cruciale sectoren en in de essentiële diensten hebben uitgeoefend, gedurende de periode van 18 maart 2020 tot 17 mei 2020 in aanmerking komen voor deze regeling mits twee voorwaarden voldaan zijn:

  1. Op voorwaarde dat de werkomstandigheden of de aard van de uitgeoefende beroepsactiviteiten het geregeld onmogelijk maken om een afstand van 1,5 meter te bewaren in de contacten met andere potentieel besmette personen.
  2. Op voorwaarde dat het niet ging om thuiswerk in het kader van telewerk.
  3. Op voorwaarde dat er niet meer dan 14 dagen zijn verstreken tussen het optreden van de ziekte en de datum van de laatste daadwerkelijke werkzaamheden van de werknemer buitenshuis.
  4. Op voorwaarde dat er niet meer dan 14 dagen zijn verstreken tussen het optreden van de ziekte en de datum waarop de onderneming waarin de werknemer zijn beroepsactiviteiten uitoefende, niet meer opgenomen werd in de bijlage.
     

Hoe moet de ziekte worden bewezen?

U zult moeten aantonen dat u in aanmerking komt voor de uitzonderingsregeling, dat betekent dat u zult moeten bewijzen dat u besmet bent met COVID-19. Dat kunt u op 2 manieren aantonen:

  • Ofwel via een betrouwbare laboratoriumtest
  • Ofwel voor de ernstigere gevallen met behulp van een suggestieve klinische tabel vergezeld van een CT-scan van de thorax compatibel met die klinische tabel.

Bovendien zal u een beschrijving van de werkomstandigheden moeten geven waaruit blijkt dat de afstand van 1,5 meter tov andere personen niet kon worden nageleefd bij de uitoefening van je werk.

Door de opname in het lijstensysteem wordt de bewijslast voor deze sectoren gevoelig verminderd en moet het slachtoffer het determinerend oorzakelijk verband vereist in het open systeem hier niet bewijzen .
 

Welke schade zal worden vergoed?

Als uw ziekte erkend wordt als een beroepsziekte onder de uitzonderingsregeling, dan zult u vergoed worden voor volgende schade:

  • De kosten gemaakt voor gezondheidszorg ten vroegste 120 dagen voor de datum van de aanvraag
  • De blijvende arbeidsongeschiktheid ten vroegste 120 dagen voor de datum van de aanvraag
  • De tijdelijke arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat de arbeidsongeschiktheid minstens 15 (kalender)dagen duurt.
  • Het overlijden.

KB 26 juni 2020 tot wijziging van het KB van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen wegens Covid-19, BS 8 juli 2020.
 

Ik ben vrijwilliger/jobstudent vrij RSZ/vrijwillig ambulancier en zet mij in voor de bestrijding van het coronavirus. Wat als ik zou overlijden door een COVID-19 besmetting?

Binnen Fedris werd een “Schadeloosstellingsfonds voor vrijwilligers COVID-19 slachtoffers” opgericht.
 

Doel

Sommige rechtsopvolgers van de vrijwilliger die is overleden als gevolg van een besmetting door COVID-19 in het kader van de activiteit die buiten zijn of haar huis als vrijwilliger werd verricht, zullen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming.
 

Toepassingsgebied

Het toepassingsgebied van het koninklijk besluit werd heel ruim opgesteld, zo moet worden verstaan onder “vrijwilliger”:

  • De vrijwilliger: elke persoon die een activiteit uitoefent zonder bezoldiging noch verplichting, ten behoeve van één of meer personen, andere dan degene die de activiteit verricht, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel, die wordt georganiseerd door een andere organisatie dan het gezins- of privéverband van degene die de activiteit verricht; en die niet wordt verricht door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling;
  • De verenigingswerker
  • De jobstudent vrij RSZ, student binnen contingent.
  • De vrijwillige ambulanciers die geen vrijwillige leden van het operationeel personeel van de hulpverleningszones zijn
     

Rechthebbenden

Het vrijwilligersfonds zal een tegemoetkoming toekennen aan de rechthebbenden van het slachtoffer die op het tijdstip van zijn overlijden te zijnen laste zijn. Onder rechthebbenden ten laste van het slachtoffer wordt verstaan:

  • de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende met wie een overeenkomst van samenwoning was afgesloten die de partijen een hulpverplichting oplegt die, zelfs na een eventuele verbreking, financiële gevolgen kan hebben (cat.1);
  • de langstlevende echtgenoot die uit de echt of van tafel en bed is gescheiden en die wettelijk of conventioneel onderhoudsgeld genoot ten laste van het slachtoffer, alsook, in het kader van een ontbonden wettelijke samenwoning, de langstlevende partner die conventioneel onderhoudsgeld genoot ten laste van het slachtoffer (cat.2);
  • de kinderen, zolang ze recht hebben op kinderbijslag en in elk geval tot de leeftijd van 18 jaar (cat.3);
     

Tegemoetkoming

De tegemoetkoming zal bestaan uit:

  • Een eenmalig forfaitair bedrag, waarvan het bedrag afhankelijk is van de verhouding tussen de overledene en de rechthebbende.

Rechthebbende

Forfaitair bedrag

Cat.1

18.651,00 EUR

Cat. 2

9.325,50 EUR

Cat. 3

15.542,50 EUR

Het eenmalig forfaitair bedrag zal worden betaald, door middel van overschrijving, binnen de twee maanden volgend op de beslissing van Fedris (zie hierna).

Bovenstaande rechthebbenden beschikken over een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf het overlijden van het slachtoffer om een aanvraag in te dienen.

Een vergoeding van maximum 1.020 EUR voor de begrafeniskosten. Diegene die deze kosten heeft betaald, zal die vergoeding betaald krijgen.
 

Aanvraag

Een geldige aanvraag kan ingediend worden ofwel door middel van een formulier ofwel door middel van een elektronisch model. Beide worden door Fedris ter beschikking gesteld.

Opgelet, de aanvraag zal steeds vergezeld moeten worden door de gevraagde bewijsstukken en moet bovendien gedateerd en ondertekend worden door de gerechtigden.

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, moet bewezen worden dat:

  • de activiteit van de vrijwilliger uitgevoerd is, buiten zijn of haar huis, tijdens de periode van 01/03/2020 tot 01/07/2020,
  • er sprake is van een COVID-19 besmetting, dat bewezen moet worden door middel van een betrouwbare laboratoriumtest of door een suggestief klinische presentatie bevestigd door een compatible CT-Thorax,
  • het overlijden plaatsvond gedurende ofwel de periode tussen 10/03/2020 en 1/09/2020, ofwel na die periode indien bewijs wordt geleverd dat de besmetting van de vrijwilliger door het COVID-19 heeft plaatsgehad voor 1/09/2020.
     

Onderzoek van de aanvraag

Fedris zal u binnen de 15 dagen na ontvangst van de aanvraag een ontvangstbericht toesturen.

Als de aanvraag niet volledig was, zult u daarvan worden verwittigd. Fedris zal u een herinnering bij een ter post aangetekend schrijven opsturen als u niet binnen de maand reageert. Laat u opnieuw na te reageren binnen de maand, dan zal uw aanvraag worden geweigerd.

Fedris kan bij het onderzoek van uw aanvraag alle noodzakelijke maatregelen nemen om de aanvraag te beoordelen. Zo kan Fedris u of de organisatie vragen om informatie te verschaffen over de activiteitsector en over de omstandigheden waaronder de vrijwilliger de activiteit heeft uitgevoerd waarbij hij werd blootgesteld aan het risico van besmetting.

Fedris zal een beslissing nemen over uw aanvraag binnen de 4 maanden die begint te lopen vanaf het moment dat de aanvraag volledig is. U zult de gemotiveerde beslissing per aangetekend schrijven ontvangen op uw geregistreerde hoofdverblijfplaats (tenzij u anders verzoekt).
 

Beroep

Er kan beroep ingesteld worden tegen de beslissing van Fedris. Dat moet op straffe van verval gebeuren binnen de 3 maanden na de betekening van de bestreden beslissing bij de arbeidsrechtbank.
 

Cumulatie tegemoetkoming met andere uitkeringen

De tegemoetkoming is volledig cumuleerbaar met elke andere uitkering, met uitzondering van uitkeringen die betrekking hebben op een andere schadeloosstelling die voortvloeit uit het overlijden van het slachtoffer.

De tegemoetkoming komt bovendien niet in aanmerking voor de bepaling van de inkomsten waarmee rekening gehouden moet worden voor de toekenning van sociale prestaties, die afhankelijk zijn van het inkomen van de begunstigde, zijn partner, samenwonende, huishouden of persoon ten laste.

Dat geldt inzonderheid voor:

  • De arbeidsongeschiktheidsuitkering
  • De tegemoetkoming voor personen met een handicap
  • Het leefloon
  • De sociale bijstand
  • De inkomensgarantie voor ouderen. 
Kies een ACLVB-secretariaat bij u in de buurt voor de beste service ::
Of zoek uw secretariaat via de kaart