banner-corona-2.jpg

FAQ Corona: extralegale voordelen

27/03/2020 - 14u

Laatste update: 18/08/2020, 17:00


Corona

Deze pagina maakt deel uit van een reeks veelgestelde vragen over Corona en de gevolgen ervan voor werknemers. Lees ook onze FAQ’s over andere onderwerpen. Meer info


Door de periode van afzondering en sluiting van winkels bestaat de mogelijkheid dat mijn maaltijdcheques, ecocheques, geschenkbonnen, sport/cultuurbonnen niet langer geldig zijn. Wat nu?

Gezien de verplichte periode van isolatie, zullen sommige maaltijdcheques, ecocheques, cadeau-, sport/cultuurbonnen niet tijdig kunnen worden opgebruikt wegens het overschrijden van hun geldigheidsduur.

Er werd daarom (via een advies van de NAR) beslist de maaltijdcheques, ecocheques en geschenkbonnen waarvan de datum in maart, april, mei en juni 2020 vervalt, met 6 maanden te verlengen vanaf hun vervaldag. Dit geldt zowel voor de papieren als de elektronische cheques en bonnen. De sport/cultuurbonnen hebben een vaste geldigheidsduur van 15 maanden, en zijn normaal gezien geldig van 1 juli tot en met 30 september van het daaropvolgende jaar. Deze geldigheidsduur, die afloopt op 30 september 2020, zal nu verlengd worden tot en met 31 december 2020.
 

Ik ben tijdelijk werkloos, wat met mijn extralegale voordelen?

Gedurende de periode van tijdelijke werkloosheid is de arbeidsovereenkomst geschorst. Hiermee vervalt tijdelijk ook de verplichting van de werkgever om het arbeidsrechtelijk loon te betalen. Dit geldt zowel voor het normaal loon, als voor de extralegale voordelen. Op dit algemeen principe zijn echter enkele uitzonderingen mogelijk. Hieronder vindt u een oplijsting van de meest courante voordelen.
 

Voordelen waarop je zeker geen recht meer hebt

Maaltijdcheques

Maaltijdcheques mogen enkel worden uitgekeerd voor effectief gepresteerde dagen.
 

Diverse onkostenvergoedingen

Omdat de arbeidsovereenkomst tijdelijk geschorst is, zijn er geen prestaties te leveren door de werknemer en kunnen er ook geen (forfaitaire of reële) kosten ontstaan die eigen zijn aan de werkgever (onderhoud werkkledij, representatiekosten, garagekosten, etc.).
 

Voordelen waarop je mogelijk nog recht hebt

Aanvullend pensioen (groepsverzekering of pensioenfonds)

In normale omstandigheden is er geen wettelijke verplichting voor de werkgever/inrichter, verzekeraar of het pensioenfonds om verder stortingen te doen voor het aanvullend pensioen gedurende de schorsing van de arbeidsovereenkomst. Ook de overlijdensdekking moet niet verplicht worden gegarandeerd.

Het pensioenreglement kan wel bepalen dat de stortingen toch doorlopen tijdens bepaalde periodes van schorsing. Dit wordt in het jargon ook wel een dekking “premievrijstelling” genoemd.

Hetzelfde kan worden voorzien voor de overlijdensdekking. Voor periodes van tijdelijke werkloosheid wordt zo’n dekking echter slechts zelden voorzien.

Voor de duur van de coronacrisis werd een uitzonderlijke wettelijke regeling in het leven geroepen. De wet werd op 18/05/2020 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en zal retroactief in werking treden op 13/3/2020.

De wet voorziet in een dubbele waarborg:

  • De pensioentoezegging (incl. overlijdensdekking) loopt in principe voor alle aangesloten werknemers verder gedurende de periode van tijdelijke werkloosheid, en dit volgens dezelfde voorwaarden zoals die bestonden aan de vooravond van het intreden van de werkloosheid. Hetzelfde geldt voor een eventuele arbeidsongeschiktheids- of invaliditeitsdekking. De premies hiervoor blijven verschuldigd, maar de werkgever krijgt uitstel van betaling tot en met 30 september 2020. Het pensioenreglement moet voorlopig niet worden aangepast, maar dit zal uiteindelijk wel moeten gebeuren en dit tegen ten laatste 31/12/2021.

    OPGELET: de werkgever/inrichter KAN beslissen (opt-out) om deze verdere dekking NIET te voorzien. Hij heeft hiervoor 30 dagen de tijd vanaf het bericht dat hij hierover krijgt van de verzekeraar of het pensioenfonds. Als hij niet antwoordt binnen de termijn, is de opt-out niet ingeroepen, loopt de dekking verder en zijn de bijhorende premies verschuldigd. De werkgever is verplicht de werknemers te informeren over het al dan niet inroepen van deze opt-out.

Het recht van de werkgever/inrichter om een opt-out in te roepen geldt NIET voor de overlijdensdekking. Deze loopt in ieder geval verder tot en met 30 juni 2020. Als de crisis langer aanhoudt, kan deze periode bij KB verlengd worden.
 

Eindejaarspremie

Hoe de eindejaarspremie berekend wordt, verschilt per onderneming of sector. In de meeste gevallen zal er naar de sectorale- of bedrijfscao moeten worden gekeken. Zo kunnen bepaalde periodes van tijdelijke werkloosheid gelijkgesteld worden voor de berekening van de eindejaarpremie.
 

Ecocheques

Er is geen wettelijke verplichting om dagen tijdelijke werkloosheid gelijk te stellen voor de berekening van het recht op ecocheques, maar het is wel toegestaan. De cao of individuele overeenkomst die de toekenning regelt, zal bepalen of er een gelijkstelling is.
 

Cao 90

Net zoals voor de ecocheques worden dagen tijdelijke werkloosheid niet verplicht gelijk gesteld voor de berekening van het bedrag van de niet-recurrente bonus. De cao of toetredingsakte waarin de toekenning geregeld wordt, kan deze gelijkstelling echter wel voorzien.

Een bonusplan voor volledig jaar 2020 moet ingediend zijn voor eind april

  • Bonusplannen met een referteperiode van een volledig kalenderjaar moeten voor eind april ingediend worden.
  • Indien er voor de betrokken groep werknemers in uw onderneming een vakbondsafvaardiging aanwezig is, dient u uw bonusplan in via het verplichte papieren model van cao.
  • Indien er voor de betrokken groep werknemers in uw onderneming geen vakbondsafvaardiging aanwezig is, gelieve het bonusplan bij voorkeur online in te dienen via het verplichte model van toetredingsakte via www.bonusplannen.be.
    Nieuw: u kan indien nodig ook elektronisch bijlagen toevoegen aan uw bonusplan.
  • Indien de betrokken partijen binnen een onderneming van oordeel zijn dat het momenteel niet mogelijk is een bonusplan op te stellen, is het belangrijk om weten dat een onderneming niet verplicht is een bonusplan in te dienen. Bovendien kan een werkgever ook beslissen later op het jaar een bonusplan in te dienen, zolang de referteperiode van dit plan minstens drie maanden bedraagt.
  • Gezien ten gevolge van de coronacrisis veel werknemers niet op het bedrijf aanwezig zijn wegens thuiswerk of werkloosheid wegens overmacht en de inspraak van de werknemers bij de opgestelde bonusplannen moet gegarandeerd worden, kan de procedure met het register in de onderneming tijdelijk vervangen worden door de volgende procedure: 
    • In zover de werknemer beschikt over een mailadres, wordt het bonusplan hem via mail toegestuurd en wordt hem de mogelijkheid geboden om zijn opmerkingen via mail in te dienen bij de werkgever of bij de inspectie TSW. Deze laatste mogelijkheid wordt duidelijk vermeld in het mailbericht.

De opmerkingen die bij de werkgever binnenkomen, worden samengebracht in één document, dat via mail of via de post wordt overgemaakt aan de inspectie TSW.  Zijn er geen opmerkingen, dan ondertekent de werkgever het opmerkingenregister dat er geen opmerkingen waren en vermeldt de periode waarin de werknemers hun opmerkingen konden maken via mail.  Indien er opmerkingen binnenkomen bij de inspectie, zal de werkgever daarvan in kennis worden gesteld.
 

Hospitalisatieverzekering

Ook hier is er onder normale omstandigheden geen wettelijke verplichting om de dekking tijdens de schorsing van de arbeidsovereenkomst verder te zetten. Afhankelijk van het verzekeringscontract zal de dekking toch verderlopen, maar een minderheid van de contracten voorziet echter de schorsing van de dekking.

Voor de duur van de coronacrisis werd uitzonderlijk bij wet voorzien dat de dekking steeds doorloopt tijdens periodes van tijdelijke werkloosheid. De werkgever kan weliswaar een opt-out inroepen, onder dezelfde voorwaarden als besproken onder het vorige punt over het aanvullend pensioen.
 

Smartphone/gsm/laptop/tablet

Een smartphone/gsm/laptop/tablet die door de werkgever ter beschikking wordt gesteld en ook privé gebruikt mag worden, maakt deel uit van het loon. Er zal naar de bedrijfspolicy moeten worden gekeken om na te gaan of het toestel mag blijven gebruikt worden tijdens de periode van schorsing.
 

Bedrijfswagen

Ook voor de bedrijfswagen zal naar het geldende beleid in de onderneming (‘car policy’) moeten worden gekeken om te weten of de werknemer over de bedrijfswagen mag blijven beschikken gedurende de schorsing. Als de werknemer de bedrijfswagen mag houden, zal ook voor de periode van tijdelijke werkloosheid het belastbaar voordeel alle aard (VAA) gelden. Enkel wanneer de werknemer volgens de car policy verplicht is de bedrijfswagen in te leveren en dit ook effectief doet, mag het VAA verminderd worden met de kalenderdagen waarop de werknemer geen bedrijfswagen ter beschikking had.
 

Mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget wordt toegekend in functie van het aantal kalenderdagen dat de bedrijfswagen nog zou toegekend zijn gebleven, mocht de werknemer niet hebben geopteerd voor de omzetting ervan in een mobiliteitsbudget. Er moet dus gekeken worden naar de regels in de car policy die geldt voor de wagen die werd ingeruild tegen een mobiliteitsbudget.
 

Bedrijfsfiets

Of de bedrijfsfiets moet worden ingeleverd, hangt opnieuw af van de voorwaarden in de bedrijfspolicy.
 

Terugbetaling woon-werkverkeer

Forfaitaire kilometervergoedingen (bv. privé-wagen, fietsvergoeding) kunnen niet worden uitgekeerd voor de periode van schorsing. Abonnementen voor het openbaar vervoer zullen meestal niet op korte termijn kosteloos (kunnen) worden opgezegd. De (terug)betaling ervan door de werkgever zal dan ook doorlopen tijdens de periode van schorsing.

De vier openbaarvervoeroperatoren geven aan dezelfde regel te zullen toepassen, nl. abonnementen kunnen worden terugbetaald volgens de gangbare verkoopsvoorwaarden; reizigers kunnen hun aanvraag tot terugbetaling indienen via de website van de openbaarvervoeroperator.

Terugbetaling volgens de gangbare verkoopsvoorwaarden betekent voor de woon-werkabonnementen van de NMBS het volgende:

  • voor trajecttreinkaarten van 1 maand en voor halftijdse treinkaarten waarvan de geldigheidsperiode al begonnen is, kan geen terugbetaling worden gevraagd aan de NMBS;
  • voor trajecttreinkaarten van 3 maanden of 1 jaar kan wel een gedeeltelijke terugbetaling worden gevraagd aan de NMBS.
     

Aanvullende vergoeding voor tijdelijke werkloosheid

Meer en meer bedrijven beslissen om hun werknemers die getroffen worden door tijdelijke werkloosheid een bijpassing te geven bovenop hun werkloosheidsuitkering (en bovenop de wettelijke toeslag van € 5,63/dag).

Dit is toegestaan voor zover de som van de aanvulling en de tijdelijke werkloosheidsuitkering samen niet meer bedraagt dan het nettoloon dat de werknemer zou hebben ontvangen indien hij gewoon aan het werk was gebleven. Wordt deze grens gerespecteerd, dan zijn er geen RSZ-bijdragen verschuldigd en mag de vergoeding gecumuleerd worden met de werkloosheidsuitkering. Fiscaal wordt de vergoeding op dezelfde (gunstige) manier behandeld als de werkloosheidsuitkering (rubriek “vervangingsinkomsten”).

 

De papieren en elektronische consumptiecheque

Inwerkingtreding

De regelgeving voor zowel papieren als elektronische consumptiecheques treedt in werking op 17/7/2020 (voor de elektronische cheques betreft het dus een retroactieve inwerkingtreding).

Voorwaarden

  1. De cheque moet worden uitgegeven op een papieren drager of in elektronische vorm.
  2. De cheque mag niet worden verleend ter vervanging of ter omzetting van loon, premies, voordelen in natura of van enig ander voordeel of van een aanvulling bij het voorgaande, dat al dan niet bijdrageplichtig is voor de sociale zekerheid;
  3. De toekenning van de cheque moet, zoals voorzien bij de maaltijdcheques, vervat zijn in een cao op het niveau van de sector of de onderneming. Indien dit niet mogelijk is, kan het in tweede orde ook via een (schriftelijke) individuele overeenkomst. Voor de openbare sector moet de toekenning van de cheque vooraf het voorwerp hebben uitgemaakt van een onderhandeling in het daarvoor bevoegde onderhandelingscomité;
  4. Een cheque mag een maximale waarde van 10 euro hebben en de werkgever mag een werknemer maximaal 300 euro aan cheques toekennen;
  5. De cheque mag noch geheel noch gedeeltelijk omgeruild worden in geld;
  6. De cheque is slechts 12 maanden geldig en dit vanaf de datum dat de horecasector opnieuw klanten mag ontvangen, zijnde 8 juni 2020. De cheques blijven dus geldig tot en met 7 juni 2021.
  7. De cheque mag uitgereikt worden tot en met 31 december 2020.
  8. De cheque mag slechts besteed worden bij:
  • inrichtingen die ressorteren onder de horecasector
  • de kleinhandelszaken die verplicht langer dan één maand gesloten zijn geweest en die, in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument in de vestigingseenheid, goederen of diensten aanbieden aan de consument
  • inrichtingen die behoren tot de culturele sector die zijn erkend, goedgekeurd of gesubsidieerd door de bevoegde overheid
  • de sportverenigingen voor wie een federatie, erkend of gesubsidieerd door de gemeenschappen, bestaat of behoren tot een van de nationale federaties.
  1. De cheque wordt op naam van de werknemer afgeleverd. Deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld als de toekenning ervan en de daarop betrekking hebbende gegevens – aantal consumptiecheques, bedrag van de consumptiecheque – voorkomen op de individuele rekening van de werknemer.

Specifieke voorwaarden papieren consumptiecheques

Een aantal voorwaarden gelden enkel voor de papieren cheques:

  • Op de cheque staat vermeld verplicht de geldigheidsduur en het moment waarop hij werd uitgereikt.
  • De cheque vermeldt ook verplicht de plaatsen waar hij besteed mag worden.
  • Het Verslag aan de Koning bepaalt dat “iedereen die de hoger opgesomde voorwaarden respecteert de [papieren] consumptiecheque kan uitgeven. Dat kan bijvoorbeeld zijn een lokaal bestuur, de werkgever zelf, een andere onderneming of een uitgever van gelijkaardige cheques. De besteding van de cheques die uitgegeven zijn door een lokaal bestuur, kan geografisch beperkt worden.” Zonder een verdere praktische uitwerking die aan de horeca-, cultuur-, of sportuitbater toelaat de authenticiteit van de cheque na te gaan (bv. unieke code, watermerk…), lijkt het voorlopig niet mogelijk reeds over te gaan tot een effectieve uitgifte van de papieren cheque. Wie beroep doet op een uitgever van gelijkaardige cheques (Sodexo, Monizze…) zal sneller tot uitgifte kunnen overgaan aangezien deze zich als tussenpersoon t.o.v. de uitbater garant kan stellen voor de betaling.

Specifieke voorwaarden elektronische consumptiecheques

Een aantal voorwaarden gelden enkel voor de elektronische cheques:

  • De consumptiecheques in elektronische vorm worden geacht te zijn toegekend aan de werknemer op het moment waarop diens consumptiechequerekening wordt gecrediteerd. De consumptiechequerekening is een databank waarop voor een werknemer een aantal elektronische consumptiecheques zullen worden opgeslagen en die beheerd wordt door een erkende uitgever
  • vóór het gebruik van de consumptiecheques in een elektronische vorm kan de werknemer het saldo en de geldigheidsduur nagaan van de consumptiecheques die hem werden toegekend en die nog niet gebruikt werden
  • de consumptiecheques in een elektronische vorm kunnen enkel ter beschikking gesteld worden door een erkende uitgever onder dezelfde voorwaarden als deze die gelden voor elektronische maaltijd- en ecocheques
  • het gebruik van de consumptiecheques in een elektronische vorm mag geen kosten voor de werknemer teweegbrengen, behalve in geval van diefstal of verlies onder de voorwaarden vast te stellen bij collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal of ondernemingsvlak, of in het arbeidsreglement wanneer de keuze voor consumptiecheques in een elektronische vorm geregeld is door een individuele schriftelijke overeenkomst. In ieder geval kan de kost van de vervangende drager in geval van diefstal of verlies de nominale waarde van één maaltijdcheque niet overschrijden indien in de onderneming zowel elektronische maaltijdcheques als elektronische consumptiecheques worden toegekend. Indien in de onderneming echter enkel elektronische consumptiecheques worden toegekend, mag de kost van de vervangende drager niet meer bedragen dan 5 euro.

Belastingen en RSZ

Indien aan bovenstaande voorwaarden is voldaan worden de cheques niet als loon beschouwd en dus fiscaal, noch parafiscaal belast.

Loonnorm

De consumptiecheque wordt niet in rekening gebracht voor het bepalen van de loonnorm.

Kies een ACLVB-secretariaat bij u in de buurt voor de beste service ::
Of zoek uw secretariaat via de kaart